Nieuwe modellen voor startverklaring, EPB-aangifte en energieprestatiecertificaat

De Vlaamse overheid wijzigt 7 van de bestaande energieprestatieformulieren. Ze introduceert ook een nieuw model voor de voorkoeling van ventilatielucht.

Bij ministerieel besluit van 18 december 2013 verduidelijkt ze bovendien wélke EPB-software, wannéér moet worden gebruikt.

Zelfde software in de 3 gewesten

Verslaggevers moeten gebruikmaken van de 'EPB-software Vlaanderen' wanneer zij de EPB-aangifte opmaken van een dossier waarvan de melding of aanvraag voor stedenbouwkundige vergunning plaatsvond vóór 1 januari 2012.

Voor dossiers met een melding of aanvraag voor stedenbouwkundige vergunning die plaatsvond tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013 hebben de verslaggevers de keuze tussen de 'EPB-software Vlaanderen' en de zogenaamde 'EPB-software 3 Gewesten'.

Vanaf 1 januari van dit jaar mogen de verslaggevers alleen nog gebruikmaken van de meest recente versie van de ?EPB-software 3 Gewesten'.

Nieuwe en minder nieuwe modellen

De volgende modellen worden in het nieuw gezet:

Startverklaring (MB op de startverklaring);

EPB-aangifte ? aangifte van de energieprestatie en het binnenklimaat van een gebouw (bijlage I bij het EPB-MB);

EPB-aangifte ? Opdeling bouwproject (bijlage II);

EPB-aangifte ? Transmissieformulier (bijlage IIbis);

EPB-aangifte ? EPW-formulier (bijlage IIter);

Energieprestatiecertificaat ? Wooneenheid (bijlage III).

Helemaal nieuw is bijlage 7, dat een bijlage IX invoert bij het ministerieel besluit op de EPB-aangiftes. De nieuwe bijlage draagt het opschrift:

Voorkoeling van ventilatielucht met een aarde-lucht warmtewisselaar.

Combilus

Tot slot wordt ook bijlage 1 bij het ministerieel besluit op de gelijkwaardigheid van de innovatieve systemen, bouwconcepten en technologieën bijgestuurd. Dat is de bijlage die een alternatieve berekeningswijze bevat voor gebouwen die gebruikmaken van een combilus. Onder een combilus wordt een gemeenschappelijke circulatieleiding verstaan die zowel voor warm tapwater, als voor ruimteverwarming dienst doet.

Tot nu kon de alternatieve berekeningswijze niet toegepast worden wanneer er een elektrische weerstand in een opslagvat of afleverset aanwezig was, maar die uitzondering wordt geschrapt.

Gebouwen, EPB-eenheden en lichte gevels

In de meeste EPB-formulieren worden min of meer dezelfde wijzigingen doorgevoerd:

Alle modellen worden voortaan opgedeeld in rubrieken en subrubrieken. Dus ook de startverklaring.

De termen ?deelproject? en ?subdossier? worden vervangen door de begrippen ?gebouw? en ?EPB-eenheid?.

In de startverklaring wordt de mogelijkheid gecreëerd om de identificatiegegevens van meerdere aangifteplichtigen in te vullen. Dat kon al in de EPB-aangiftes.

Elk formulier vermeldt expliciet dat de E-peileis met 10% stijgt voor kantoren en scholen van publieke organisaties die niet voldoen aan de wettelijk verplichte hoeveelheid hernieuwbare energie en waarvan de meldingsdatum of aanvraagdatum voor stedenbouwkundige vergunning in 2013 viel. Idem voor alle andere projecten met meldings- of aanvraagdatum vanaf 1 januari 2014.

De subrubriek ?Hoeveelheid hernieuwbare energie? wijzigt grondig.

Bij de ?Resultaten op het vlak van ventilatie? moet meer informatie gegeven worden, bijvoorbeeld over het soort ruimte, de gebruiksoppervlakte ervan, en of er al dan niet vensters werden vervangen.

En de aangifteplichtige of aangifteplichtigen moeten voortaan de U-waarden (warmtedoorgangscoëfficiënten) opgeven van de lichte gevels en andere transparante delen.

Vanaf 1 januari

Het ministerieel besluit van 18 december 2013 treedt in werking op 1 januari 2014. Maar de compleet nieuwe modellen zijn slechts van toepassing op de dossiers waarvan de melding of aanvraag van stedenbouwkundige vergunning plaatsvond op of na die datum.

Bron: Ministerieel besluit van 18 december 2013 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 13 januari 2006 betreffende de vorm en inhoud van de startverklaring, het ministerieel besluit van 2 april 2007 betreffende de vastlegging van de vorm en de inhoud van de EPB-aangifte en het model van het energieprestatiecertificaat bij de bouw en het ministerieel besluit van 15 september 2009 betreffende de vaststelling van de gelijkwaardigheid van innovatieve systemen, bouwconcepten of technologieën in het kader van de energieprestatieregelgeving, BS 6 januari 2014.

Zie ook:
Ministerieel besluit van 30 november 2012 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 13 januari 2006 betreffende de vorm en inhoud van de startverklaring, het ministerieel besluit van 2 april 2007 betreffende de vastlegging van de vorm en de inhoud van de EPB-aangifte en het model van het energieprestatiecertificaat bij de bouw en het ministerieel besluit van 15 september 2009 betreffende de vaststelling van de gelijkwaardigheid van innovatieve systemen, bouwconcepten of technologieën in het kader van de energieprestatieregelgeving, BS 17 december 2012.