Wettelijk kader voor thematische volkslening

De wet van 26 december 2013 heeft het wettelijk kader vastgelegd voor de 'thematische volkslening'.

Sinds 1 januari 2014 kunnen kredietinstellingen 'thematische volksleningen' uitgeven onder de vorm van kasbons of termijndeposito's op middellange termijn, om er projecten in de publieke en private sector mee te financieren met een sociaaleconomisch of maatschappelijk verantwoord doel.
Ook verzekeringsondernemingen kunnen voor deze projecten financieringsmiddelen aantrekken door verzekeringsovereenkomsten aan te bieden die ressorteren onder de volkslening.
De Nationale Bank van België (NBB) en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) staan in voor het toezicht op de volksleningen.

Aantrekken financieringsmiddelen door kredietinstellingen

Om geschikte projecten te kunnen financieren, kunnen de kredietinstellingen vanaf 1 januari 2014 een beroep doen op het spaarwezen door de uitgifte van 'thematische volksleningen' onder de vorm van kasbonnen of de opening van termijndeposito's.

De kasbonnen moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

ze zijn niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar;

ze geven geen recht op de inschrijving op of de verwerving van andere categorieën effecten en zijn niet aan een derivaat gekoppeld;

ze belichamen de ontvangst van terugbetaalbare deposito?s;

ze hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór het verstrijken van deze termijn;

ze zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder richtlijn 94/19/EG inzake de depositogarantiestelsels valt;

de minimale inleg per kasbon bedraagt hoogstens 200 euro;

ze zijn voldoende toegankelijk voor particuliere beleggers; ? de intrestvoet die toegekend wordt is marktconform.

De termijndeposito?s moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

ze zijn niet achtergesteld;

ze belichamen de ontvangst van terugbetaalbare deposito?s;

ze hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór het verstrijken van deze termijn;

ze zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder richtlijn 94/19/EG inzake de depositogarantiestelsels valt;

de minimale inleg per termijndeposito bedraagt hoogstens 200 euro;

ze zijn voldoende toegankelijk voor particuliere beleggers;

de intrestvoet die toegekend wordt is marktconform.

Aantrekken financieringsmiddelen door verzekeringsondernemingen

Voor de financiering van geschikte projecten kunnen de verzekeringsondernemingen vanaf 1 januari 2014 financieringsmiddelen aantrekken door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten die aan volgende voorwaarden voldoen:

de verzekeringsovereenkomst heeft een looptijd van minstens 10 jaar en wordt gesloten tegen betaling van een eenmalige premie;

de verzekeringnemer kan jaarlijks maximaal 5% van de theoretische waarde afkopen;

het gewaarborgd rendement dat toegekend wordt, is marktconform en is niet lager dan het gewaarborgd rendement dat toegekend wordt voor gelijkaardige verzekeringsovereenkomsten met eenzelfde looptijd aangeboden door de betrokken verzekeringsonderneming;

de verzekeringsovereenkomst voorziet in een dekking bij overlijden die gelijk is aan de inventarisreserve van de uitkering in geval van leven;

de verzekeringsovereenkomst is gedekt door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, of door een gelijkwaardig waarborgsysteem ingericht door een andere EER-lidstaat;

de minimale commerciële premie per verzekeringsovereenkomst bedraagt hoogstens 200 euro;

de verzekeringsovereenkomst is voldoende toegankelijk voor particuliere beleggers.

Interbankleningen

Om geschikte projecten te kunnen financieren, mogen de kredietinstellingen vanaf 1 januari 2014 interbankenleningen aangaan bij andere kredietinstellingen.
Die leningen worden uitsluitend verstrekt met financieringsmiddelen aangetrokken door de uitgifte van kasbonnen of de opening van termijndeposito's. De kredietinstellingen die een interbankenlening aangaan, mogen de aldus verworven financieringsmiddelen niet gebruiken om zelf interbankenleningen te verstrekken.

Boekhoudkundige verwerking

De gelden die via kasbonnen of termijnrekeningen worden aangetrokken, de inkomsten van de activa waarin de kredietinstellingen kunnen beleggen in afwachting van de aanwending van de gelden, en de interbankenleningen, moeten op een aparte rekening worden in de boekhouding van de instelling. En dit op een manier die het mogelijk maakt deze gelden en de aanwending ervan te identificeren.
De financiering die wordt verstrekt met de financieringsmiddelen die door verzekeringsondernemingen worden aangetrokken vormt een afgezonderd fonds .

Reclame

In de reclame en in alle andere, al dan niet contractuele documenten en berichten voor de kasbonnen en de termijndeposito's, en voor de verzekeringsovereenkomsten wordt uitdrukkelijk vermeld dat ze worden uitgegeven, geopend of aangeboden 'met toepassing van de wet van 26 december 2013 betreffende de thematische volksleningen', en dat de bepalingen van deze wet hierop van toepassing zijn.

Aanwending financieringsmiddelen

Om als project in aanmerking te komen voor financiering in het kader van een thematische volkslening moeten de projecten een sociaaleconomisch of maatschappelijk verantwoord doel nastreven. De lijst van projecten die in aanmerking komen wordt bij KB vastgesteld. Bovendien moeten de inkomsten ervan in België aan de belasting worden onderworpen.

De aangetrokken financieringsmiddelen moeten binnen het jaar ten belope van 90% aangewend worden voor de financiering van geschikte projecten of voor een interbankenlening. De effectieve aanwending kan verschillende vormen aannemen. De kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen mogen:

gezamenlijk projecten financieren, hetzij in de vorm van kredietpooling of een andere vorm van cofinanciering;

de aangetrokken financieringsmiddelen gebruiken voor financiering van projecten in het kader van een publiek-private samenwerking;

de aangetrokken financieringsmiddelen gebruiken voor de gedeeltelijke financiering van een project.

In afwachting van de aanwending van de financieringsmiddelen moeten de aangetrokken gelden belegd worden in voldoende liquide en weinig risicovolle activa. Het deel van de financieringsmiddelen dat niet aangewend moet worden voor de financiering van geschikte projecten (10%) moet ook op die manier worden belegd.

Toezicht door de NBB

De NBB houdt toezicht op de naleving van de bepalingen van de wet van 26 december 2013 over de interbankenleningen, de boekhoudkundige verwerking en de aanwending van de aangetrokken gelden.

De kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen leggen de NBB periodiek een gedetailleerde staat voor. Die omvat ten minste het bedrag van de aangetrokken gelden, een overzicht van de gefinancierde projecten en de noodzakelijke gegevens waarmee de NBB kan controleren of de voorwaarden van de wet van 26 december 2013 en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd.

De NBB kan samenwerken met de FSMA, en met de buitenlandse toezichtautoriteiten. De NBB kan met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie delen.

Toezicht door de FSMA

De FSMA oefent toezicht uit vóór de uitgifte van een nieuw type kasbon of de opening van een nieuw type termijndeposito. Als de aanbiedingsperiode langer is dan 6 maanden, vindt er na 6 maanden opnieuw een voorafgaand toezicht plaats. De verzekeringsondernemingen kunnen de FSMA toezicht vragen voordat ze een nieuw type verzekeringsovereenkomst aanbieden.

De kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen leggen periodiek een gedetailleerde staat voor aan de FSMA, die dan een a posteriori-toezicht uitoefent. Die staat bevat ten minste het bedrag van de aangetrokken financieringsmiddelen.

De FSMA kan ook samenwerken met de NBB en met buitenlandse toezichtautoriteiten. Ze mag hen vertrouwelijke informatie verstrekken.

Strafsancties

De gerechtelijke overheden moeten de FOD Financiën op de hoogte brengen van elk opsporingsonderzoek dat wordt gestart wegens een overtreding van de strafrechtelijke bepalingen van de wet van 26 december 2013 (art. 21).

Aanslagvoet

Op de inkomsten uit kasbonnen of termijndeposito's die de kredietinstellingen aanbieden voor de financiering van een thematische volkslening is een fiscaal gunstregime van toepassing, in de vorm van een verlaagd tarief van roerende voorheffing van 15% (art. 269, § 1, nieuw, 7° WIB 1992; art. 24, wet van 26 december 2013).

De jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen wordt verminderd tot 1,10% voor verzekeringsovereenkomsten die voldoen aan de criteria en voorwaarden van de wet van 26 december 2013 (art. 175/3, nieuw 3de lid, WDRT; art. 25, wet van 26 december 2013).

Als de kredietinstellingen niet kunnen aantonen dat ze de aangetrokken financieringsmiddelen overeenkomstig de wet van 26 december 2013 hebben verwerkt en aangewend, moeten zij een bedrag betalen dat gelijk is aan 10% van de inkomsten die worden betaald of toegekend aan de houders van de kasbonnen of termijndeposito's.
Ook de verzekeringsondernemingen moeten een bepaald bedrag betalen als ze niet kunnen aantonen dat ze de financieringsmiddelen die ze hebben aangetrokken door het aanbieden van verzekeringscontracten overeenkomstig de wet van 26 december 2013 hebben verwerkt en aangewend.
Ze betalen nl. het verschil tussen het bedrag van de ingehouden jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen op de betaalde premie(s) en het bedrag van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen die op de premie(s) van de verzekeringsovereenkomst verschuldigd zou(den) zijn indien deze niet was aangeboden met toepassing van de wet van 26 december 2013.

Evaluatie

De wet van 26 december 2013 en haar uitvoeringsbesluiten zullen worden geëvalueerd. De minister van Financiën en de minister van Economie stellen een evaluatieverslag op dat uiterlijk op 1 januari 2016 wordt voorgelegd aan de ministerraad.

In werking

De 'wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen' treedt in werking op 1 januari 2014.

De fiscale bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de interesten betaald of toegekend met ingang van 1 januari 2014.

De uitvoeringsbesluiten van deze wet verliezen alle uitwerking indien ze niet uiterlijk 2 jaar na hun inwerkingtreding bij wet zijn bekrachtigd.

Bron: Wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen, BS 31 december 2013.