Fiscus verleent ambtshalve ontheffing als belastingplichtige belastingvermindering niet aanvraagt (art. 28 en 29 DB Fiscaal)

Een belastingplichtige die recht heeft op een belastingvermindering en die vergeet aan te vragen in zijn belastingaangifte, kan deze vermindering nog vragen in een bezwaarschrift. Maar als de termijn van 6 maanden voor het indienen van dat bezwaarschrift al verstreken is, verliest hij definitief het belastingvoordeel. Voortaan krijgt de belastingplichtige echter meer mogelijkheden om dat recht te zetten.

De fiscus zal immers zondermeer een ambtshalve ontheffing verlenen als hij zelf vaststelt dat iemand recht had op een belastingvermindering of als de belastingplichtige hem daar achteraf zelf op wijst. De termijn daarvoor bedraagt 5 jaar, vanaf 1 januari van het aanslagjaar waartoe de belasting behoort waarvoor de vermindering moet verleend worden (verwijzing naar art. 1451 (i.p.v. naar art. 146) in art. 376, § 3, 2°, WIB 1992; art. 28, fiscale vereenvoudigingswet).

De fiscale vereenvoudigingswet breidt (door de aanpassing van artikel 376, § 3, 2°, WIB 1992) de belastingverminderingen die aanleiding kunnen geven tot een ambtshalve ontheffing uit tot belastingverminderingen voor:

het langetermijnsparen (art. 1451 tot 14516, WIB 1992);

uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en voor prestaties betaald met dienstencheques (andere dan sociale dienstencheques) (art. 14521 tot 14523, WIB 1992);

energiebesparende uitgaven in een woning (art. 14524, WIB 1992);

de vernieuwing van woningen in een zone voor positief grootstedelijk beleid (art. 14525, WIB 1992);

obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds ? terugname van de vermindering (art. 14526, WIB 1992);

obligaties uitgegeven door het Startersfonds ? terugname van de vermindering (art. 14527, WIB 1992);

de aankoop van een elektrisch voertuig of de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen (art. 14528, WIB 1992);

obligaties uitgegeven door het Fonds ter reductie van de globale energiekost (art. 14529, WIB 1992);

de vernieuwing van een tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen sociale huurwoning (art. 14530, WIB 1992);

uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand (art. 14531, WIB 1992);

uitgaven voor een ontwikkelingsfonds ? terugname van de vermindering (art. 14532, WIB 1992);

giften (art. 14533, WIB 1992);

bezoldigingen voor een huisbediende (art. 14534, WIB 1992);

kinderoppas (art. 14535, WIB 1992), en

onderhoud en restauratie van monumenten en landschappen (art. 14536, WIB 1992).

In werking

Deze maatregel is van toepassing op ambtshalve ontheffingen vanaf het aanslagjaar 2014.

Bron: Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, BS 31 december 2013 (fiscale vereenvoudigingswet) - art. 28 en art. 29 http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2013/12/31_2.pdf#Page23

Zie ook:
Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 1992) - art. 1451 tot en met art. 14516, art. 14521 tot en met art. 14536 en art. 376, § 3, 2°