Vordering tot staking in Wetboek van Economisch Recht

De voorzitter van de rechtbank van koophandel is bevoegd om overtredingen op het Wetboek van Economisch Recht (WER) vast te stellen en de staking ervan te bevelen, ook wanneer de overtreding strafrechtelijk wordt bestraft. Hiermee herneemt de wetgever de vordering tot staking uit de ?Nieuwe Handelspraktijkenwet? van 6 april 2010. De bepalingen vormen Titel I van het Boek XVII 'Bijzondere rechtsprocedures' in het WER. Voor de boeken VI 'Marktpraktijken en bescherming van de consument', XI 'Intellectuele eigendom' en XII 'Recht van de elektronische economie' gelden bijzondere bepalingen.

Titel I 'Vordering tot staking' is daarom opgemaakt uit 6 hoofdstukken met in

hoofdstuk 1 de algemene bepalingen voor het instellen van een vordering tot staking zoals de termijnen;

hoofdstuk 2 de titularissen van de vordering tot staking. Een vordering instellen kan onder meer op verzoek van belanghebbenden, bevoegde ministers, een beroepsregulerende overheid of een vereniging die de consumentenbelangen vertegenwoordigt;

hoofdstuk 3 de bijzondere bepalingen eigen aan Boek VI ?Marktpraktijken en bescherming van de consument?;

hoofdstuk 4 de bijzondere bepalingen eigen aan Boek XI ?Intellectuele eigendom?;

hoofdstuk 5 de bijzondere bepalingen eigen aan Boek XII ?recht van de elektronische economie?;

hoofdstuk 6 de intracommunautaire vordering tot staking op het gebied van de bescherming van de consumentenbelangen.

De wetgever voert ook een aantal definities in die onmisbaar zijn om de nieuwe titel goed te kunnen begrijpen.

Naast inbreuken op het WER, stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel ook het bestaan vast en beveelt het de staking van volgende inbreuken:

de uitoefening van een activiteit met miskenning van de bepalingen van boek III ?Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen?;

de niet-naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen over het bijhouden van de sociale documenten en de toepassing van de btw;

de tewerkstelling van werknemers zonder ingeschreven te zijn bij de RSZ, zonder de vereiste aangiften te hebben gedaan of zonder de bijdragen, de bijdrageverhogingen of moratoire interesten te betalen;

de tewerkstelling van werknemers en het gebruik van werknemers in overtreding van de reglementering op de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en de terbeschikkingstelling van werknemers aan gebruikers;

de niet-naleving van algemeen verbindend verklaarde cao?s;

het beletten van het toezicht uitgeoefend op basis van boek III en krachtens de wetten over het bijhouden van de sociale documenten;

de niet-naleving van de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen inzake reclame, met uitsluiting van deze in Boek VI ?Marktpraktijken en bescherming van de consument? en haar uitvoeringsbesluiten;

de tewerkstelling van een persoon door een werkgever die zich schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van artikel 12, 1°, a, van de ?wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers?;

het niet-naleven van de wettelijke en reglementaire bepalingen m.b.t. het milieukeurmerk;

de uitoefening van een beroepsactiviteit zonder te beschikken over het vereiste attest (programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap);

de niet-naleving van de bepalingen van de ?wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening?;

de uitoefening van het beroep van ondernemer van vervoer van zaken of van personen over de weg zonder houder te zijn van de vereiste vervoervergunningen en -machtigingen;

de niet-naleving van de voorschriften voor de rij- en rusttijden van de bestuurders van voertuigen;

de niet-naleving van de bepalingen van de ?wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten?;

de niet-naleving van de bepalingen van de Europese verordeningen die betrekking hebben op zaken bedoeld in Boek VI ?Marktpraktijken en bescherming van de consument?;

de niet-naleving van de bepalingen van artikel 18, §§2/1 tot 2/3 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van artikel 15/5bis §§11/1 tot 11/3 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.

De voorzitter van de rechtbank van koophandel is ook bevoegd om oneerlijke, misleidende of agressieve handelspraktijken te verbieden wanneer deze praktijken nog geen aanvang hebben genomen, maar op het punt staan plaats te vinden.

Verwijzingen in bestaande wetten (o.a. het Gerechtelijk Wetboek) naar de opgeheven bepalingen van de Nieuwe handelspraktijkenwet moeten voortaan gelezen worden als verwijzingen naar Boek XVII van het WER.

De datum van inwerkingtreding van het nieuwe deel zal nog vastgelegd worden in een koninklijk besluit.

Bron: Wet van 26 december 2013 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XVII "Bijzondere rechtsprocedures" van het Wetboek van economisch recht, BS 28 januari 2013.

Bron: Wet van 26 december 2013 houdende invoeging van boek XVII "Bijzondere rechtsprocedures" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van een aan boek XVII eigen definitie en sanctiebepalingen in hetzelfde Wetboek, BS 28 januari 2013.

Zie ook
Wetsontwerp houdende invoeging van boek XVII ?Bijzondere rechtsprocedures? in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van een aan boek XVII eigen definitie en sanctiebepalingen in hetzelfde wetboek, Parl. St. Kamer 2013, nr. 3019/001.