Geïndexeerde loongrenzen voor 2014 afgestemd op eenheidsstatuut

De geïndexeerde loongrenzen voor 2014 zijn verschenen in het Staatsblad van 25 oktober 2013. Maar het bericht van de FOD WASO hield geen rekening met de aanpassingen die de wet op het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden heeft doorgevoerd. Vandaar dat men nu een rechtzetting publiceert.

Eenheidsstatuut

De loongrenzen uit de Arbeidsovereenkomstenwet worden elk jaar aangepast. Maar dit jaar volstaat dat niet. Want de wet op het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden heeft de Arbeidsovereenkomstenwet stevig door elkaar geschud. Zo zijn de loonbedragen uit de Arbeidsovereenkomstenwet niet meer relevant voor het proefbeding en het sollicitatieverlof. Het proefbeding werd afgeschaft. Het sollicitatieverlof werd herzien en de duur ervan is niet langer afhankelijk van het jaarloon.

De jaarloongrenzen zijn ook niet meer relevant voor het bepalen van de opzeggingstermijnen. Sinds 1 januari 2014 gelden immers uniforme opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden, die uitsluitend gebaseerd zijn op het aantal dienstjaren.

Arbeidsovereenkomstenwet

Voor de indexering van de loonbedragen verwijst men naar artikel 131 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Maar die bepaling werd intussen aangepast door de wet van 26 december 2013: 'Jaarlijks worden de loonbedragen bepaald bij de artikelen 22bis, 65, 69, 86 en 104 aangepast aan het indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden van het derde trimester'.

Het dus logisch dat de FOD WASO een rechtzetting publiceert. Dit betekent dat men niet langer verwijst naar de artikelen 82, 84, 85 en 86/2. Bovendien wordt één loongrens geschrapt: '19.300 euro, bedoeld bij artikel 67' - de loongrens voor de bepaling van proeftijd. Dat is logisch want die bepaling uit de Arbeidsovereenkomstenwet werd opgeheven met ingang van 1 januari 2014.

Tabel

Dit alles resulteert in volgende tabel:

Wettelijk bedrag Geïndexeerd bedrag 2013 Geïndexeerd bedrag 2014 16.100 32.254 32.886 32.200 64.508 65.771

De geïndexeerde loonbedragen blijven wel relevant voor het scholingsbeding, het concurrentiebeding, het scheidsrechterlijk beding, en het bedrag van de borgstelling. Zo zorgt artikel 22bis van de Arbeidsovereenkomstenwet er bijvoorbeeld voor dat het scholingsbeding geldig is als het bruto jaarloon hoger ligt dan 32.886 euro. Uiteraard zal men ook moeten voldoen aan de andere wettelijke voorwaarden.

Let op! Voor de lopende overeenkomsten geldt een kliksysteem waarbij een deel van de opzeggingstermijn nog op basis van de oude bepalingen berekend moet worden. Hierbij zal men logischerwijs de oude loonbedragen hanteren. En de regels voor het proefbeding blijven van kracht voor arbeidsovereenkomsten die afgesloten zijn vóór 1 januari 2014. Dus op basis van de oude loonbedragen.

Bron: Aanpassing op 1 januari 2014 van de loonbedragen bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aan het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden (artikel 131) gewijzigd bij de wet van 26 december 2013. Rechtzetting, BS 30 januari 2014

Zie ook:
Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, BS 31 december 2013