Deelstaten krijgen zeg in opsporings- en vervolgingsbeleid (Zesde Staatshervorming)

De gemeenschappen en gewesten zullen binnenkort kunnen deelnemen aan het opsporings- en vervolgingsbeleid. Momenteel is dit een exclusief federale bevoegdheid. Alleen de federale minister van Justitie kan een vervolging bevelen, bindende richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vaststellen en het College van procureurs-generaal aansturen.

Door de Zesde Staatshervorming worden de deelstaten daarin betrokken. Ze krijgen in de eerste plaats een 'positief injunctierecht' voor de materies waarvoor ze bevoegd zijn. Een afgevaardigde minister van de deelstaat zal de aanvraag aan de federale minister van Justitie bezorgen, die haar onmiddellijk zal uitvoeren.

Daarnaast zullen de deelstaatregeringen ook kunnen deelnemen aan de uitwerking van bindende richtlijnen van het strafrechtelijk beleid. Hun vertegenwoordigers zullen ook kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de colleges van procureurs.

Voor de materies die tot hun bevoegdheid behoren zullen de deelstaten met de federale staat wel een samenwerkingsakkoord moeten sluiten. Dat akkoord zal meer concreet betrekking hebben op:

het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie en het opstellen van richtlijnen m.b.t. het strafrechtelijk beleid;

het formaliseren van de vertegenwoordiging van de deelstaten in het College van procureurs-generaal;

de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan.

Op 10 januari 2014 heeft de federale ministerraad alvast ingestemd met het voorontwerp van wet tot instemming met het Samenwerkingsakkoord tussen de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten voor het strafrechtelijk beleid en het veiligheidsbeleid. Het voorontwerp ligt nu voor advies bij de Raad van State.

De bevoegdheidsaanpassing vereist een wijziging aan artikel 151 §1 van de Grondwet. Een bijzondere wet van 6 januari 2014 legt de uitoefeningsvoorwaarden vast. Die bijzondere wet treedt in werking op 1 juli 2014.

Bron: Herziening van artikel 151, § 1, van de Grondwet, BS 31 januari 2014.

Bron: Bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming, BS 31 januari 2014 (art.38).

Zie ook
Voorstel tot herziening van artikel 151, § 1, van de Grondwet, Parl. St. Senaat, nr. 5-2243/1.