Rolrechten Raad van State onmiddellijk te betalen

Voortaan betalen de verzoekers en de tussenkomende partijen bij de Raad van State de rolrechten bijna gelijktijdig met het indienen van het processtuk. Wie niet betaalt, ziet de proceshandeling verloren gaan. De tarieven van de rolrechten worden trouwens licht verhoogd.

Onmiddellijke betaling

De rolrechten voor het indienen van een processtuk moeten voortaan vrijwel onmiddellijk betaald worden. De Raad van State schiet ze niet meer voor. De Raad doet dat wel nog bij openbare besturen.

Hogere rolrechten

De rolrechten verhogen.

Er moet 200 euro (in plaats van 175 euro) betaald worden voor

de verzoekschriften die een aanvraag inleiden tot vergoeding voor een buitengewone schade veroorzaakt door een administratieve overheid;

de verzoekschriften die een beroep tot nietigverklaring of een cassatieberoep inleiden en de vorderingen tot schorsing;

de verzoekschriften tot verzet, derden-verzet of herziening.

Voor de verzoekschriften tot tussenkomst bij een beroep tot nietigverklaring, een cassatieberoep of een schorsingsvordering betaalt men voortaan een rolrecht van 150 euro (in plaats van 125 euro).

Overschrijvingsformulier

Zodra een recht verschuldigd is, krijgt de schuldenaar (met uitzondering van het openbaar bestuur) een overschrijvingsformulier met een gestructureerde mededeling toegestuurd.

Bij een vordering tot schorsing waarbij de uiterst dringend noodzakelijkheid wordt ingeroepen, wordt het overschrijvingsformulier gevoegd bij de beschikking waarbij de rechtsdag wordt vastgesteld.

Betaling binnen acht dagen

De rechten worden betaald via overschrijving of storting op een speciaal rekeningnummer van de FOD Financiën.

Het rolrecht moet binnen acht dagen - vanaf ontvangst van het overschrijvingsformulier - op de rekening staan.

Bij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet op de terechtzitting bewezen worden dat een overschrijvingsopdracht is gegeven of dat een storting is uitgevoerd.

De Raad van State kan op elk moment de rekening raadplegen.

Gevolgen bij niet-betaling

Gebeurt de betaling niet op tijd, dan wordt de proceshandeling als niet verricht beschouwd. Bij een inleidend verzoekschrift wordt de zaak van de rol afgevoerd. Bij een verzoekschrift tot tussenkomst wordt het niet-ontvankelijk verklaard. En bij verzoeken tot voortzetting van de procedure, wordt gehandeld alsof de zaak niet is ingeleid.

De schorsing en de voorlopige maatregelen die al zouden zijn bevolen, worden bij arrest opgeheven.

Onderzoeksdaden

Voortaan worden de verblijfs- en de reiskosten die onderzoeksdaden (van bv. de auditeur of de Raad) met zich meebrengen ook bij de kosten gerekend.

Pro deo bij cassatieberoep

Wie een cassatieberoep instelt bij de Raad van State krijgt automatisch het pro deo toegewezen als hij dat ook had bij het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft gewezen. Men gaat ervan uit dat zijn behoeftigheid in tussentijd niet is veranderd.

Ziekenfondsen en FSMA

Die onmiddellijke betaling van de rolrechten geldt uiteraard ook voor de versnelde beroepen die worden ingesteld bij de Raad van State

tegen de beslissingen van de Raad van de Controledienst van de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen; en

tegen sommige beslissingen van de FSMA en de Nationale Bank van België

Inwerkingtreding

Deze wijzigingen treden in werking op 1 maart 2014. Ze zijn van toepassing op de procedurehandelingen die vanaf dan ingediend worden.

Bron: Koninklijk besluit van 30 januari 2014 tot wijziging van de reglementering betreffende de inning van de kosten voor de Raad van State, BS 3 februari 2014.

Bron: Wet van 20 januari 2014 houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, BS 3 februari 2014 (art. 10)

Zie ook:
Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State
Koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot uitvoering van artikel 68, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, art. 3
Koninklijk besluit van 15 mei 2003 tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België, art. 3