Steeds meer handelingen mogelijk zonder stedenbouwkundige vergunning

De Vlaamse regering breidt de lijst uit van de handelingen die verricht kunnen worden zonder stedenbouwkundige vergunning. Het gaat vooral om wijzigingen in parkgebied, om kleine ingrepen door land- en tuinbouwers buiten landbouwgebied, en om het plaatsen van caravans of woonwagens.

Beperkte impact

De Vlaamse regering krijgt in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de bevoegdheid om handelingen met een tijdelijk of occasioneel karakter, of met een beperkte ruimtelijke impact vrij te stellen van stedenbouwkundige vergunning. Zij heeft daartoe in 2010 het zogenaamde 'Vrijstellingenbesluit' afgekondigd.
Na 3 jaar werking werd het Vrijstellingenbesluit geëvalueerd en dat leidt nu tot 6 grote aanpassingen.

In en om de woning

Er is momenteel geen stedenbouwkundige vergunning vereist voor een aantal kleinere werken in, aan en bij woningen. O.m. voor het oprichten van niet-overdekte constructies - zoals zwembaden, terrassen of vijvers -, en voor het plaatsen van vrijstaande, niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, zoals tuinhuisjes of carports.

Tot nu geldt de vrijstelling alleen voor niet-overdekte constructies met een maximumoppervlakte van 80 m², die tot op 1 meter van de perceelsgrenzen worden geplaatst. Voortaan is er ook geen vergunning meer nodig wanneer dergelijke constructies worden opgericht tegen een bestaande scheidingsmuur.

De bestaande vrijstelling voor de niet voor verblijf bestemde bijgebouwen die niet met het hoofdgebouw verbonden zijn, blijft behouden, maar het bijgebouw mag voortaan 3,5 meter hoog zijn, tegen 3 meter nokhoogte nu. De oppervlakte mag net als nu niet groter zijn dan 40 m² om het recht op vrijstelling te behouden.
Bijgebouwen mochten in de achtertuin al tegen de bestaande scheidingsmuur geplaatst worden. Zonder scheidingsmuur moeten ze tot 1 meter van de perceelsgrens blijven.
Als een bijgebouwtje in de zijtuin wordt opgericht, moet het op minstens 3 meter afstand van de perceelsgrens blijven. Zo niet, moet er eerst een vergunning worden aangevraagd.

Geen vergunning nodig in parkgebied

De volgende vrijstellingen waren echter niet van toepassing in ruimtelijk kwetsbaar gebied (art. 1.1.2, 10° VCRO):

de vrijstelling voor de niet-overdekte constructies;

de vrijstelling voor de vrijstaande, niet voor verblijf bestemde gebouwen;

het opslaan van allerhande bij de woning horende materialen en materieel met een totaal maximaal volume van 10 m³, niet zichtbaar vanaf de openbare weg (bv. een stapel brandhout); en

het plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt en die niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, zonder dat daarin wordt gewoond (bv. een woonwagen, caravan of tent).

Voor dergelijke handelingen is nog steeds een vergunning nodig in ruimtelijk kwetsbaar gebied, maar niet meer in parkgebied. Ook al zijn parkgebieden, ruimtelijk kwetsbare gebieden.

Het Verslag aan de Regering motiveert dit door erop te wijzen dat zonevreemde woningen in parkgebieden momenteel dezelfde basisrechten genieten als zonevreemde woningen buiten ruimtelijk kwetsbaar gebied, terwijl hun vrijstellingenregime strenger was. Dat wordt nu gelijk getrokken.

In parkgebieden kunnen voortaan ook schuilhokken voor dieren geplaatst worden zonder vergunning, afsluitingen, aankondigings- of waarschuwingsborden, terrassen, tribunes, enzovoort. We lichten deze vrijstellingen hierna verder toe.

Voor boer en tuinder

De huidige vrijstellingen voor handelingen in agrarisch gebied worden flink verruimd. Enerzijds zullen een aantal vrijstellingen nu ook buiten agrarisch gebied gelden, en dit zowel voor de professionele landbouwer, als voor de hobbyist. Anderzijds komt er binnen agrarisch gebied een vrijstelling bij, namelijk voor jachtkansels.

Voortaan is er geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig voor het plaatsen van de volgende zaken in om het even welk type van gebied, en ook in parkgebied, zolang het maar niet gaat om een ruimtelijk kwetsbaar gebied (m.u.v. parkgebied):

constructies met een maximale hoogte van 3,5 m, die dienen voor de teelt of bescherming van landbouwgewassen en die na de oogst worden verwijderd;

open afsluitingen of open afsluitingen met dwarslatten met een maximale hoogte van 2 m; en

een schuilhok voor weidedieren op een onbebouwd goed. Het schuilhok moet houten wanden hebben, heeft een oppervlakte van ten hoogste 20 m², is maximaal 3 m hoog, en heeft minstens één volledig open zijde.

De overige vrijstellingen voor het plaatsen binnen agrarisch gebied van krengenhuisjes, bijenkorven, ... blijven ongewijzigd bestaan. Er komt er zelfs nog eentje bij. Er is nu ook geen vergunning meer nodig voor het plaatsen van jachtkansels in agrarisch gebied.
Een jachtkansel wordt in het Verslag aan de Regering beschreven als een ?platform of gelijk welke verheven zitplaats, die het mogelijk maakt het wild te schieten vanaf een punt gelegen boven het normale niveau van de grond. Wordt gelijkgesteld met een jachtkansel: iedere constructie of iedere inrichting (met inbegrip van al of niet ingerichte bomen) die daartoe gebruikt wordt.?

Herinrichting van openbare parken

Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor de herinrichting van bepaalde reeds ingerichte terreinen, op voorwaarde dat de herinrichting eigen is aan de functie van dat terrein. Zo bestaat er volgens het huidige Vrijstellingenbesluit een vrijstelling van vergunning bij herinrichting van een openbaar park (art. 8.1,2° van het Vrijstellingsbesluit).

Hetzelfde Vrijstellingsbesluit zegt echter ook dat een herinrichting wél aan de vergunningsplicht is onderworpen als het om een herinrichting in een ruimtelijk kwetsbaar gebied gaat (art. 8.2, 5°). En een openbaar park is een ruimtelijk kwetsbaar gebied...

Die contradictie wordt nu opgeheven.
De vergunningsplicht voor herinrichting in ruimtelijk kwetsbaar gebied blijft bestaan, maar er wordt een uitzondering gemaakt voor (openbare) parkgebieden.

Caravan of woonwagen

Vanaf nu is er geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig voor het:

plaatsen,

verplaatsen,

wijzigen, of

vervangen, van mobiele openluchtrecreatieve verblijven en hun toebehorende installaties. Ook als die verblijven en hun toebehoren bestemd zijn om te blijven staan.

Er moet wel aan 2 voorwaarden voldaan zijn:

de openluchtrecreatieve verblijven worden geplaatst op een vergund openluchtrecreatief terrein; en

de plaatsing, verplaatsing, wijziging of vervanging mag niet strijdig zijn met de vergunning. Zo mogen er uiteraard geen caravans geplaatst worden op de brandwegen.

Een 'mobiel openluchtrecreatief verblijf' is een tent, een vouwwagen, een kampeerauto, een rijcaravan, een stacaravan of elk ander vergelijkbaar verblijf. Onder de 'toebehorende installaties' vallen alle aanbouwen die niet zouden geplaatst zijn als er geen openluchtrecreatief verblijf was geplaatst op dat terrein, en die niet gefundeerd of verankerd zijn in de grond. Bijvoorbeeld: de voortent bij een stacaravan.

Een stedenbouwkundige vergunning is ook niet meer nodig voor het plaatsen of verplaatsen van één of meer woonwagens op een:

residentieel woonwagenterrein; of

een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners.

Op voorwaarde dat het terrein waarop de wagens gezet worden, vergund, of hoofdzakelijk vergund is.

Tijdelijke constructies in parken en daarbuiten

Het Vrijstellingenbesluit bepaalt nu al dat er geen stedenbouwkundige vergunning moet worden aangevraagd voor het plaatsen van tijdelijke constructies als aan 3 voorwaarden voldaan is. Het nieuwe besluit versoepelt die voorwaarden voor de parkgebieden, maar voegt er anderzijds een restrictie aan toe. De vrijstelling geldt vanaf nu alleen nog als:

de maximale duur van 90 dagen per jaar niet wordt overschreden;

de plaatsing niet gebeurt in ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied;

de tijdelijke constructie de verwezenlijking van de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang brengt; én

de plaatsing niet gepaard gaat met een ontbossing, een wijziging van vegetatie, een wijziging van kleine landschapselementen, een aanmerkelijke reliëfwijziging, of een wijziging van DE waterlichamen.

Voor tijdelijke constructies van het type 'publiciteitsinrichting' is echter altijd een vergunning nodig.

Voortaan kunnen er dus in parkgebieden tijdelijk tenten geplaatst worden, stellingen, of tribunes in het kader van een muziekfestival, een sportmanifestatie, een wijkkermis of een wandeltocht, zonder dat daarvoor een vergunning moet worden aangevraagd.
Op voorwaarde dat er geen negatieve effecten zijn op het gebied.

Buiten de parkgebieden zijn de mogelijkheden uiteraard nog ruimer. Daar kunnen er voortaan kantoorcontainers geplaatst worden zonder vergunning, klascontainers, circustenten, terrassen, enz. Die constructies mogen zelfs verankerd worden in de grond om redenen van stabiliteit en veiligheid.

Tijdelijke verhardingen van terreinen, betonfunderingen of aanzienlijke reliëfwijzigingen blijven echter vergunningsplichtig.

Onroerend erfgoed

Het wijzigingsbesluit stemt tot slot nog de huidige terminologie af op die van het Onroerenderfgoeddecreet, dat op 17 oktober 2013 werd gepubliceerd. Zo is er voortaan sprake van 'cultuurhistorische landschappen', in plaats van 'landschappen', omdat het decreet ook stedelijke landschappen kent. En verwijzingen naar het Monumentendecreet moeten vanaf nu gelezen worden als verwijzingen naar het Onroerenderfgoeddecreet.

Vanaf 28 februari

Alle wijzigingen aan het Vrijstellingenbesluit gaan 10 dagen na publicatie in. Dat is op 28 februari 2014.

Met uitzondering van de terminologische wijzigingen als gevolg van het Onroerenderfgoeddecreet, want die treden pas in werking op de data dat de diverse onderdelen van het Onroerenderfgoeddecreet in werking treden. Maar daarvoor is het nog wachten op de uitvoeringsbesluiten.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 tot wijziging van diverse artikelen van en tot invoeging van artikel 5.2, 8.4 en 8.5 in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is (Vrijstellingenbesluit), BS 18 februari 2014.