Duidelijk statuut voor bedienden hypotheekbewaarders

De bedienden van hypotheekbewaarders hebben een onduidelijk statuut. Als contractueel personeelslid vallen ze onder de toepassing van de Arbeidsovereenkomstenwet, maar een besluit van 1 juli 1949 stelt hen gelijk met het statutair rijkspersoneel wanneer dit voor hen voordeliger is.

Deze gemengde rechtstoestand zorgde voor heel wat juridische onduidelijkheid. Daarom heeft een wet van 11 december 2006 de rechtsgrond gecreëerd voor een eenduidig statuut, namelijk: een integratie als rijksambtenaar in de FOD Financiën. Daartoe moeten de 'bedienden' van de hypotheekbewaarders slagen voor een selectieproef die door Selor wordt erkend als gelijkwaardig aan de selectieproeven van hetzelfde niveau.

De integratie als rijksambtenaar van de stagedoende bediende heeft plaats nadat de stage werd volbracht, en de bediende in dienst werd gehouden. Het gaat om een bevorderingsexamen, een selectie-A of een selectie-B. Bovendien moeten ze voldoen aan bepaalde voorwaarden.
Die voorwaarden worden nu vastgelegd in een uitvoeringsbesluit van 20 januari 2014. De tekst treedt globaal genomen in werking op 1 mei 2014. Ook de basiswet van 11 december 2006 zal op dat moment in werking treden.

Uit het bijhorend verslag aan de Koning blijkt dat de hypotheekbewaarder voortaan zal beschikken over:

geïntegreerde rijksambtenaren, namelijk: de definitief aangenomen bedienden, de stagedoende bedienden en de tijdelijke bedienden die werden geïntegreerd als ambtenaar;

definitief aangenomen bedienden of stagedoende bedienden die niet werden geïntegreerd als ambtenaar, en dus contractuele personeelsleden zijn. Maar geldelijk worden die bedienden wel gelijkgesteld met vast benoemde ambtenaren en stagiairs. Dit is een uitdoofscenario want nieuwe personeelsleden hebben geen toegang meer tot het ?gemengd statuut?;

contractuele bedienden die geldelijk gelijkgesteld worden met de bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden bij de FOD Financiën.

De betrekkingen bij het personeelskader dat wordt vastgesteld voor elk hypotheekkantoor, worden bij voorrang ingevuld door:

de definitief aangenomen bedienden die geïntegreerd worden als rijksambtenaar;

de definitief aangenomen bedienden die niet worden geïntegreerd als rijksambtenaar;

de stagedoende bedienden;

de stagiairs in de zin van het statuut van het rijkspersoneel.

Dat blijkt ook uit de opbouw van het KB van 20 januari 2014. Na de integratie als rijksambtenaar van bepaalde bedienden en de toelating van bepaalde tijdelijke bedienden tot de in het statuut bedoelde stage, worden de wijzigingen van het besluit van de Regent van 1 juli 1949 opgesomd. Dat besluit wordt omgedoopt tot ?besluit van de Regent betreffende het personeel van de hypotheekbewaarders?.

Bron: Koninklijk besluit van 20 januari 2014 tot vaststelling van de datum van het in werking treden en tot uitvoering van de wet van 11 december 2006 betreffende het statuut van de bedienden der hypotheekbewaarders, BS 19 februari 2014

Zie ook:
Wet van 11 december 2006 betreffende het statuut van de bedienden der hypotheekbewaarders, BS 27 juni 2007