Nieuwe regels voor opstellen gemeentelijke lijst leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten

Op 5 juli 2013 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet dat diverse 'reparaties' aanbracht aan het 'leegstandsdecreet bedrijfsruimten'. Via haar besluit van 17 januari 2013 stemt ze nu haar uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997 bij het leegstandsdecreet bedrijfsruimten, af op deze 'reparaties'. Ze wijzigt onder meer de regels voor het opstellen van de gemeentelijke lijst van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten.

Toepassingsgebied

Voortaan vallen onder het uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997: ?de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, die als één geheel te beschouwen zijn en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. De verzameling heeft een minimale oppervlakte van minstens 5 are?.

Het uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997 is (onder meer) niet van toepassing op ?het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw en dat nog effectief wordt benut als verblijfsplaats?.

Bedrijfsgebouw en bedrijfsruimte

Net zoals in het wijzigingsdecreet van 5 juli 2013 wordt er in het uitvoeringsbesluit van 1 juli 1997 een onderscheid gemaakt tussen de bedrijfsruimte en een bedrijfsgebouw.
Een bedrijfsruimte is een verzameling van percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt. Die percelen zijn als één geheel te beschouwen en behoren toe aan dezelfde eigenaar.
Een bedrijfsgebouw is een gebouw, of een gedeelte van een gebouw, waarin een economische activiteit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.

Het onderscheid is van belang in de gevallen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel is van een bedrijfsgebouw. De eigenaar kan immers alleen vrijstelling van leegstandsheffing genieten voor het bedrijfsgebouw waarvan de woning deel uitmaakt, en niet voor eventuele andere bedrijfsgebouwen die op andere percelen liggen van dezelfde bedrijfsruimte.

Opstellen gemeentelijke lijst

Net zoals voordien, moet elke gemeente jaarlijks een lijst opstellen van de leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten op haar grondgebied. Nieuw is dat ze deze lijst nu per deelgemeente moet opstellen. Deze gemeentelijke lijst moet voor elke leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimte minimaal volgende gegevens vermelden:

het adres;

de identificatiegegevens van de eigenaar(s);

het bedrag van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen;

de kadastrale gegevens (ligging en oppervlakte);

bij leegstand: de totale vloeroppervlakte met het werkelijke benuttingspercentage;

bij verwaarlozing: een exhaustieve beschrijving van de aard en de omvang van de vastgestelde gebreken;

een beschrijving van de laatste hoofdactiviteit(en) die in de bedrijfsgebouwen plaatsvond(en), of, bij nieuwe bedrijfsgebouwen, de bestemming die aan de gebouwen gegeven is;

de bestemmingsvoorschriften die van toepassing zijn volgens de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;

als op de bedrijfsruimte een onteigeningsmachtiging rust: de datum van de machtiging en de instantie met onteigeningsbevoegdheid;

als de bedrijfsruimte is beschermd als monument of stads- of dorpsgezicht of bij ministerieel besluit is opgenomen in een ontwerp van lijst tot bescherming in het kader van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten: de datum van het voormelde ministerieel besluit;

een omschrijving van de aard van de bedrijfsruimte.

Bovenstaande gegevens hebben niet alleen betrekking op het kadastraal perceel zelf waarop de bedrijfsgebouwen liggen, maar ook op alle aangrenzende percelen die als één geheel te beschouwen zijn en die aan dezelfde eigenaar(s) toebehoren. Al die percelen moeten evenwel deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van de economische activiteit.

Om deze gegevens op een uniforme manier te ontvangen, stelt de administratie aan iedere gemeente de nodige software ter beschikking. De gemeenten staan in voor het beheer van de inventaris en worden 'inventarisbeheerder' genoemd.

De gemeente actualiseert jaarlijks de door haar opgestelde lijst.

Voortaan kan de gemeente ter verduidelijking ook volgende stukken bij de bovenstaande lijst voegen:

het proces-verbaal van het plaatsbezoek;

foto?s die de leegstand of de verwaarloosde toestand aantonen;

alle relevante stukken die uitsluitsel geven over de laatste economische activiteit.

De gemeente vermeldt op de lijst afzonderlijk de bedrijfsruimten die al in de leegstandsinventaris zijn geregistreerd, maar die volgens haar niet meer voldoen aan de criteria van leegstand of verwaarlozing.

Vóór 1 maart van het kalenderjaar stuurt het college van burgemeester en schepenen de gemeentelijke lijst, samen met de stukken, door naar het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO). Gelijktijdig stuurt ze een kopie van de lijst naar de erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappij van de provincie waartoe ze behoort.
Zijn er in de gemeente geen bedrijfsruimten die in aanmerking komen voor registratie op de gemeentelijke lijst, dan stuurt het college van burgemeester en schepenen een lijst met de vermelding 'nihil' door.

Als de gemeente de lijst niet, niet tijdig of niet correct doorstuurt, verliest ze gedurende 3 jaar haar aanspraak op de forfaitaire doorstorting.

Registratie in inventaris

Binnen de 15 kalenderdagen na de officiële registratie in de inventaris betekent het departement RWO, via een aangetekend schrijven, een registratieattest aan de eigenaar(s). Dit attest vermeldt de motivering en de datum van de registratie, de beroepsmogelijkheid en een indicatie van het heffingsbedrag bij in gebreke blijven.

Bij overdracht van een bedrijfsruimte die in de inventaris is geregistreerd, moet de instrumenterende ambtenaar binnen de 30 kalenderdagen na het verlijden van de akte een aantal gegevens opsturen. Het departement RWO vermeldt 30 dagen na de betekening van deze informatie de datum van het verlijden van de authentieke akte van de inventaris. Het betekent binnen dezelfde termijn aan de nieuwe eigenaar de opschorting van de heffing.

Subsidies

De Vlaamse overheid kent subsidies toe aan OCMW's, gemeenten, verenigingen van gemeenten, sociale huisvestingsmaatschappijen, het Vlaams Woningfonds voor de Grote Gezinnen en provinciale ontwikkelingsmaatschappijen die geregistreerde, leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimtes verwerven en saneren.

Als de aanvrager een subsidie heeft verkregen voor de verwerving van de geregistreerde bedrijfsruimten, moet hij de aanvraag voor de saneringswerken indienen binnen de 6 maanden na de betekening van het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de verwerving van die bedrijfsruimten.

In werking

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 treedt in werking op 1 maart 2014, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 3 van het 'decreet van 5 juli 2013 tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten' heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, BS 19 februari 2014.

Zie ook:
- Decreet van 5 juli 2013 tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, BS 29 juli 2013 - art. 3 en art. 32.
- Besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, BS 1 oktober 1997.
- Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, BS 13 september 1992 (leegstandsdecreet bedrijfsruimten).