Nieuwe basisrentevoet voor berekening belastingvermeerdering bij geen of onvoldoende voorafbetalingen

Een KB van 24 februari 2014 stelt de basisrentevoet die de belastingadministratie gebruikt voor het berekenen van de belastingvermeerdering bij geen of onvoldoende voorafbetalingen, voor het aanslagjaar 2015 vast op 0,75%.

Wanneer de belasting op winst, baten, bezoldigingen van bedrijfsleiders en bezoldigingen van meewerkende echtgenoten in het jaar waarin het inkomen is verkregen niet of onvoldoende bij voorafbetaling is voldaan, vermeerdert de belastingadministratie de belasting met een bepaald bedrag (art. 157 t.e.m. art. 168, WIB 1992).

Bij de berekening van deze vermeerdering stelt de administratie het vermeerderingspercentage vast in verhouding tot een bepaalde basisrentevoet. Die basisrentevoet is normaal gezien het, tot de lagere eenheid afgeronde, rentetarief van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

Op 1 januari 2014 bedroeg die basisrentevoet 0,75%, wat betekent dat hij na afronding tot de lagere eenheid, 0% zou bedragen. Maar de Koning maakt gebruik van zijn bevoegdheid om de basisrentevoet te wijzigen.
Het KB van 24 februari 2014 stelt de basisrentevoet voor het aanslagjaar 2015 alsnog vast op 0,75% (wijziging art. 64, KB/WIB 1992; art. 1 KB 24 februari 2014).

Deze basisrentevoet wordt ook gebruikt voor de berekening van de bonificaties.

In werking

Het KB van 24 februari 2014 is van toepassing voor het aanslagjaar 2015.

Bron: Koninklijk besluit van 24 februari 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voorafbetalingen, BS 27 februari 2014.