Gedragscode KMO-financiering in het Staatsblad

Unizo, UCM en Febelfin hebben een gedragscode ondertekend die KMO's moet helpen om vlotter toegang te krijgen tot financiering. De gedragscode zit als bijlage bij het KB van 27 februari 2014. Dat KB verleent bindende kracht aan de code en meldt dat ze van toepassing is vanaf 1 maart 2014.

Wet van 21 december 2013

De gedragscode komt er in uitvoering van de ?wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen?, die grotendeels in werking trad op 10 januari 2014.
Deze wet voorziet immers dat enkele van haar bepalingen uitvoering zouden krijgen via een gedragscode, gesloten tussen de representatieve werkgeversorganisaties die de belangen van de KMO's behartigen (Unizo en UCM) en de representatieve organisatie van de kredietsector (Febelfin).
De KMO-organisaties en Febelfin hebben deze gedragscode uitgewerkt en op 16 januari 2014 ondertekend.

Gedragscode

De gedragscode zit als bijlage bij het KB van 27 februari 2014 en is van toepassing vanaf 1 maart 2014.

De gedragscode preciseert welke informatie een kredietgever moet verstrekken aan een ondernemer die een krediet aanvraagt en op het moment van het sluiten van de kredietovereenkomst, en in welke vorm dit moet gebeuren.

De kredietgever, of de kredietbemiddelaar, moet de ondernemer immers een schriftelijke toelichting bezorgen met daarin de belangrijkste kenmerken van elke soort krediet die hij aanbiedt, en daarbij de specifieke gevolgen vermelden die aan het krediet verbonden zijn voor de onderneming.
Hij is op het moment van het kredietaanbod ook verplicht om de onderneming, als die erom vraagt, een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst te bezorgen, samen met een informatiedocument.
Op deze manier kan de ondernemer beter kiezen tussen de verschillende beschikbare kredietvormen en kan hij de aanbiedingen van de verschillende kredietgevers ook beter onderling vergelijken.
De gedragscode preciseert welke gegevens de schriftelijke toelichting en het summier informatiedocument moeten bevatten.

Daarnaast somt de gedragscode ook over welke informatie de kredietgever, of kredietbemiddelaar, moet beschikken om de financiële toestand en de terugbetalingsmogelijkheden van de onderneming te kunnen beoordelen.

Naast de reeds in de wet voorziene beperking tot 6 maanden interest van de wederbeleggingsvergoeding voor KMO-kredieten van maximaal 1 miljoen euro stelt de gedragscode nu ook de berekeningsmodaliteiten van de wederbeleggingsvergoeding vast voor de andere ondernemingskredieten zodat deze transparanter wordt.

Tot slot stelt de gedragscode vast welke informatie de kredietgever of kredietbemiddelaar aan de KMO moet verstrekken bij een kredietweigering. Dit moet de onderneming toelaten om de concrete redenen te kennen waarom haar dossier wordt afgewezen. Ze kan haar kredietdossier dan eventueel aanpasseen of aankloppen bij een andere kredietgever.

Ook de ondernemers weten via de gedragscode nu welke informatie de kredietgever van hen verwacht bij hun kredietaanvraag. Uit de praktijk blijkt immers dat het voor KMO's niet altijd duidelijk is welke informatie ze moeten bezorgen aan de kredietgever. Op deze manier vermijdt de KMO dat haar kredietaanvraag wordt afgewezen wegens onvolledigheid van het dossier.

In werking

De gedragscode treedt in werking op 1 maart 2014.

Ook de artikelen 5, 6, 7, 8 en 11 van de 'wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen' treden in werking op 1 maart 2014.

Bron: - 16 januari 2014. Gedragscode in het kader van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, BS 4 maart 2014.

Bron: - Koninklijk besluit van 27 februari 2014 houdende uitvoering van de artikelen 10, § 1, tweede lid, en 16, derde lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, BS 4 maart 2014.

Zie ook:
- Wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, BS 31 december 2013.