Gedragsregels van niveau 1 voor verzekeringsondernemingen

Het 'KB van 21 februari 2014 over de gedragsregels van niveau 1' verduidelijkt het toepassingsgebied en de draagwijdte van de gedragsregels voor verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen, die in de artikelen 27, 28 en 28bis van de 'wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten' staan.

MiFID-gedragsregels

De verzekeringsondernemingen moeten zich op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van hun cliënteel. De informatie die ze verstrekken moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Voor hun transacties op het Belgisch grondgebied zijn ze onderworpen aan de gedragsregels bepaald door en krachtens de artikelen 27, 28 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002. Dit voor zover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze wet (art. 26, lid 2, wet van 2 augustus 2002; ingevoegd door art. 19, wet van 30 juli 2013).

Maar volgens artikel 26, 3de en 4de lid van de wet van 2 augustus 2002 kan de Koning deze gedragsregels geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren voor de verzekeringsondernemingen, en voorzien in een aangepaste versie ervan.
Het KB van 21 februari 2014 (KB over de gedragsregels van niveau 1) voert deze machtigingen nu uit door het toepassingsgebied en de draagwijdte van de gedragsregels die in de artikelen 27, 28 en 28bis staan, te verduidelijken.

De verzekeringsondernemingen moeten de aangepaste gedragsregels naleven vanaf 30 april 2014. De nieuwe gedragsregels gelden ook voor verzekeringstussenpersonen in zoverre die (krachtens art. 12sexies, § 1 van de wet van 27 maart 1995) de gedragsregels moeten naleven die gelden voor de verzekeringsondernemingen.
Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste verduidelijkingen die het KB van 21 februari 2014 aanbrengt.

Definities

Het KB van 21 februari 2014 voert onder meer een definitie in van verzekeringsbemiddelingsdienst, verzekeringsonderneming sensu lato, advies over een spaar- of beleggingsverzekering, spaarverzekering en beleggingsverzekering.
Daarnaast definieert het KB een 'dienstverlener' als een verzekeringsonderneming sensu lato of een andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent.

Gedragsregels gelden niet voor?

De gedragsregels, bepaald door de artikelen 27, 28 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002, zijn niet van toepassing:

op de verrichtingen die dienstverleners uitvoeren, als die betrekking hebben op één of meer levensverzekeringsovereenkomsten die zijn afgesloten in het kader van de 1ste of 2de pensioenpijler;

op dienstverleners:als de dienstverleners hun activiteiten uitsluitend uitoefenen met het oog op het verzekeren van risico?s van hun eigen onderneming of van de groep van ondernemingen waartoe zij behoren; als de verzekeringsbemiddelingsdienst betrekking heeft op verzekeringsovereenkomsten waarvoor alle hiernavolgende voorwaarden zijn vervuld:de overeenkomst vergt slechts kennis van de geboden verzekeringsdekking; de overeenkomst is geen levensverzekeringsovereenkomst; de overeenkomst dekt geen enkel risico inzake burgerlijke aansprakelijkheid; de verzekeringsbemiddelingsdienst vormt niet de hoofdberoepswerkzaamheid van de personen in kwestie; de verzekering is een aanvulling op de levering van een product of de verrichting van een dienst door eender welke aanbieder, en dekt: het risico van defect, verlies of beschadiging van door die aanbieder geleverde goederen, of het risico van beschadiging of verlies van bagage en andere risico?s die verbonden zijn aan een bij die aanbieder geboekte reis, zelfs indien deze verzekering de dekking omvat van levensverzekeringsrisico?s of de risico?s inzake burgerlijke aansprakelijkheid, maar dan wel op voorwaarde dat de dekking bijkomend is aan de hoofddekking van de met de reis verbonden risico?s; het bedrag van de jaarlijkse premie is niet hoger dan 500 euro en de volledige looptijd van de overeenkomst, inclusief eventuele verlengingen, niet meer dan 5 jaar bedraagt.

Gedragsregels voor dienstverleners

Het KB van 21 februari 2014 definieert de grenzen waarbinnen artikel 27 van de wet van 2 augustus 2002 van toepassing is op de dienstverleners.

Bij het aanbieden of sluiten van verzekeringsovereenkomsten of bij het aanbieden of verstrekken van verzekeringsbemiddelingsdiensten zien de dienstverleners erop toe zich op loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van hun cliënten. Bij het aanbieden of verstrekken van verzekeringsbemiddelingsdiensten moeten de dienstverleners de gedragsregels naleven die zijn opgesomd in de paragrafen 2, 3 tot 5, 7 en 8, 11 en 12 van artikel 27 van de wet van 2 augustus 2002.

Bij het aanbieden of verstrekken van financiële producten of diensten moet alle aan (potentiële) cliënten verstrekte informatie, inclusief publicitaire mededelingen, correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten duidelijk herkenbaar zijn.

Verzekeringsbemiddelingsdienst

Als een dienstverlener een verzekeringsbemiddelingsdienst verstrekt, moet hij in een voor de (potentiële) cliënten begrijpelijke vorm, passende informatie verstrekken over:

zichzelf en zijn diensten;

de soorten verzekeringsovereenkomsten die worden aangeboden, en de hierbij geldende dekkingen en voorwaarden;

de spaar- of beleggingsverzekeringen en de voorgestelde spaar- of beleggingsstrategieën; hieronder vallen passende toelichting en waarschuwingen over de risico?s verbonden aan het sparen of het beleggen in deze producten of aan bepaalde spaar- of beleggingsstrategieën;

de kosten en bijbehorende lasten, zodat de (potentiële) cliënten de aard van de aangeboden verzekeringsbemiddelingsdienst en van de specifiek aangeboden verzekeringsovereenkomst, en de risico?s die verbonden zijn aan de spaar- of beleggingsverzekeringen, kunnen begrijpen. Dit laat de cliënt toe om met kennis van zaken te beslissen of hij al dan niet een verzekeringsovereenkomst zal afsluiten. Deze informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.

Advies over spaar- of beleggingsverzekeringen
Bij het verstrekken van advies over spaar- of beleggingsverzekeringen, wint de dienstverlener bij de (potentiële) cliënt de nodige informatie in over zijn kennis en ervaring m.b.t. het specifieke soort spaar- of beleggingsverzekering, zijn financiële situatie en zijn spaar- of beleggingsdoelstellingen. Dit om de (potentiële) cliënt de voor hem geschikte spaar- of beleggingsverzekeringen of verzekeringsbemiddelingsdiensten te kunnen aanbevelen. Als een dienstverlener bij het verstrekken van advies over spaar- of beleggingsverzekeringen deze vereiste informatie niet kan inwinnen, beveelt hij de (potentiële) cliënt geen spaar- of beleggingsverzekeringen of verzekeringsbemiddelingsdiensten aan.

Verzekeringsbemiddelingsdienst m.b.t. spaar- of beleggingsverzekeringen zonder advies
Als de dienstverlener een verzekeringsbemiddelingsdienst verstrekt m.b.t. spaar- of beleggingsverzekeringen zonder daarbij over dergelijke verzekeringen advies te verstrekken, wint hij bij de (potentiële) cliënt informatie in over zijn ervaring en kennis op spaar- of beleggingsgebied m.b.t. tot het specifieke soort spaar- of beleggingsverzekering die hij voornemens is aan te bieden of die wordt verlangd. Zo kan hij beoordelen of de beoogde spaar- of beleggingsverzekering of verzekeringsbemiddelingsdienst passend is voor de cliënt.

Wanneer de dienstverlener op basis van de ontvangen informatie oordeelt dat de spaar- of beleggingsverzekering of de verzekeringsbemiddelingsdienst niet passend is voor de (potentiële) cliënt, waarschuwt hij hem. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.

Als de (potentiële) cliënt ervoor kiest om geen informatie over zijn ervaring en kennis te verstrekken of als hij hierover onvoldoende informatie verstrekt, waarschuwt de dienstverlener de (potentiële) cliënt dat hij door die beslissing niet kan vaststellen of de aangeboden spaar- of beleggingsverzekering of verzekeringsbemiddelingsdienst passend voor hem is. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.

Dossier
De dienstverlener legt een dossier aan met een of meer documenten, zoals de overeenkomst die hij met de cliënt heeft gesloten, waarin de rechten en plichten van beide partijen worden beschreven, en de overige voorwaarden waaronder hij diensten voor de cliënt zal verrichten.

Verslagen
De cliënt moet van de dienstverlener deugdelijke verslagen ontvangen over de verzekeringsbemiddelingsdienst die hij hem aanbiedt, of de verzekeringsovereenkomsten die hij met hem heeft gesloten.
Deze verslagen bevatten de kosten van de aan de cliënten verstrekte verzekeringsbemiddelingsdiensten of de door de cliënten gesloten verzekeringsovereenkomsten.
De FSMA kan in een reglement de inhoud en de vorm van die verslagen, samen met de modaliteiten voor de overlegging ervan, verduidelijken.

De Koning bepaalt, op advies van de FSMA, nadere regels ter uitvoering van de in de nieuwe §§ 1, 2, 3 tot 5, 7, eerste lid, en 8 van artikel 27 van de wet van 2 augustus 2002 bepaalde gedragsregels.

Tenslotte meldt het KB van 21 februari 2014 dat artikel 28 en artikel 28bis van de wet van 2 augustus 2002 niet van toepassing zijn op de dienstverleners.

In werking

Het KB van 21 februari 2014 treedt in werking op 30 april 2014.
Het is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 30 april 2014 worden uitgevoerd of plaatsvinden op het Belgisch grondgebied.

Bron: Koninklijk Besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector, BS 7 maart 2014 (KB over de gedragsregels van niveau 1).

Zie ook:
- Koninklijk Besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft, BS 7 maart 2014 (KB over de gedragsregels van niveau 2).
- Koninklijk besluit van 21 februari 2014 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 7 maart 2014.
- Wet van 30 juli 2013 tot versterking van de bescherming van de afnemers van financiële producten en diensten alsook van de bevoegdheden van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en houdende diverse bepalingen (I), BS 30 augustus 2013.
- Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, BS 4 september 2002.
- Wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 14 juni 1995.
- Wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, BS, 29 juli 1975 (controlewet verzekeringen).