Belgische octrooiwetgeving afgestemd op Europese octrooiverdragen

De wetgever stemt 4 uitvoerings-KB's van de Belgische octrooiwet af op de Europese octrooiverdragen en wijzigt 2 andere KB's om het Belgische octrooisysteem te moderniseren.

Europese vereisten

De uitvoerings-KB's van de Belgische octrooiwet van 28 maart 1984 werden aangepast om rekening te houden met de wijzigingen die de wet van 10 januari 2011 heeft aangebracht aan de Belgische octrooiwet.
De wet van 10 januari 2011 bracht de Belgische octrooiwet in overeenstemming met het Europees verdrag inzake octrooirecht van 1 juni 2000 (het PLT-verdrag (Patent Law Treaty)) en het verdrag tot herziening van het Europees octrooiverdrag van 29 november 2000 (het EOV 2000).
De wetgever hield bij de actualisatie van de Belgische octrooiwetgeving ook rekening met de uitvoeringsbesluiten van de Nederlandse rijksoctrooiwet. De Beneluxlanden hebben nl. afgesproken om een gemeenschappelijk softwaresysteem te hanteren voor het elektronisch beheer van de octrooiprocedure.

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Taaltechnologische diensten

De taaltechnologische diensten voor de informatieve vertalingen van de in België gevalideerde Europese octrooien zullen geconsulteerd kunnen worden via een link op de pagina?s ?Intellectuele Eigendom? van de website van de FOD Economie.
De taaltechnologische diensten waarnaar verwezen zal worden, zijn die van de automatische vertaalsoftware die momenteel bij het Europees Octrooibureau wordt ontwikkeld (nieuw art. 6/1, KB van 27 februari 1981 en nieuw art. 5/1, KB van 5 december 2007).

Toezendingstaks internationale octrooiaanvraag

De toezendingstaks voor een internationale octrooiaanvraag in België bedraagt nu 120 euro, in plaats van 40 euro (wijziging art. 6, § 2, KB van 21 augustus 1981).

Register van erkende gemachtigden

De Dienst voor de Industriële Eigendom (DIE) houdt het register voor erkende gemachtigden bij. Dat register is te consulteren via de pagina?s ?Intellectuele Eigendom? van de website van de FOD Economie (nieuw art. 3/1, KB van 20 december 1984).

Aanvragen uitvindingsoctrooien

Het KB van 9 maart 2014 wijzigt een groot deel van het 'KB van 2 december 1986 over het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien':

Dienst voor de Intellectuele Eigendom
In het KB van 2 december 1986 wordt de benaming van de 'Belgische Dienst voor de Industriële Eigendom' vervangen. Die is sinds 2002 ook bevoegd voor het auteursrecht en werd daardoor herbenoemd tot 'Dienst voor de Intellectuele Eigendom' (DIE).

Elektronische octrooiaanvragen
Octrooiaanvragen kunnen ingediend worden per fax en met de elektronische procedure via een weblink op de pagina?s ?Intellectuele Eigendom? van de website van de FOD Economie. Deze weblink zal verwijzen naar het gemeenschappelijk elektronisch platform dat momenteel wordt ontwikkeld door België, Nederland en Luxemburg (Benelux).

Beroep op voorrang
De aanvrager van een Belgisch octrooi krijgt de mogelijkheid om een beroep op voorrang te verbeteren, of een dergelijk beroep aan een aanvraag toe te voegen.

De aanvrager kan het beroep op voorrang nog verbeteren of zo'n beroep aan een aanvraag toevoegen voor het einde van de 16de maand na de vroegste voorrangsdatum. Wanneer de aanpassing of de toevoeging een verandering in de vroegste voorrangsdatum tot gevolg heeft, is die van de twee volgende termijnen van 16 maanden die het eerst verstrijkt van toepassing:

16 maanden te rekenen vanaf de vroegste voorrangsdatum die oorspronkelijk werd ingeroepen, of

16 maanden te rekenen vanaf de gewijzigde vroegste voorrangsdatum.

Aangezien het beroep op voorrang niet meer bij de indiening van de octrooiaanvraag moet opgegeven worden, werd de betalingstermijn voor de voorrangstaks aangepast. Die moet nu betaald worden binnen de maand na de indiening van de verklaring van voorrang.

Het nieuwe KB bepaalt ook de termijnen waarbinnen de taksen moeten betaald worden voor de verbetering van een beroep op voorrang en het herstel van het recht van voorrang. En het legt de termijn vast voor het leveren van commentaar op voorgenomen weigeringen m.b.t. het beroep op voorrang, en het herstel van het recht van voorrang.

Volmachten
De wetgever heeft ook het gebruik van volmachten voor procedures voor de 'Dienst voor de Intellectuele Eigendom' afgestemd op de praktijk. De DIE ontvangt immers regelmatig octrooiaanvragen of andere documenten zonder getekende volmacht. Aangezien er geen sancties of gevolgen aan dit gebrek gekoppeld waren, creëerde deze situatie juridische onzekerheid.
Iedereen mag nog altijd volmachten indienen. Er wordt geen specifiek onderscheid meer gemaakt tussen bijzondere en specifieke volmachten. Er zijn nu verschillende types volmachten mogelijk. En er kan nu ook een groep van gevolmachtigden aangeduid worden.

Indien er geen volmacht werd ingediend, kan de DIE een termijn van minimum 1 maand toekennen om deze volmacht alsnog in te dienen. Voor de volmacht voor de intrekking van een octrooiaanvraag, kan deze termijn korter zijn dan 1 maand, maar niet langer dan de termijn voor het intrekken van de octrooiaanvraag zelf.

Het gebrek aan volmacht, na deze regularisatietermijn, heeft dan ook tot gevolg dat de getroffen handeling wordt geacht niet te zijn gesteld.

Er wordt ook een duidelijke procedure ingevoerd indien de DIE twijfelt of de gemachtigde effectief gemachtigd is om op te treden namens de octrooiaanvrager of -houder.

Indieningsdatum octrooiaanvraag

Het KB van 9 maart 2014 regelt ook de voorwaarden die vervuld moeten zijn om aan een octrooiaanvraag een indieningsdatum toe te kennen (nieuw art. 8bis, KB van 2 december 1986).

Het regelt meer bepaald:

de termijn waarbinnen een aanvrager alsnog aan de vereisten kan voldoen, en de termijn waarbinnen een ontbrekend deel van de beschrijving of een ontbrekende tekening kan worden ingediend;

de voorwaarden waarbij een ontbrekend deel van een beschrijving of een ontbrekende tekening kan geregulariseerd worden door een beroep op een recht op voorrang;

de termijn waarbinnen een ontbrekende tekening of een ontbrekende beschrijving kan worden ingetrokken;

de voorwaarden waaronder een verwijzing naar een eerder ingediende aanvraag de beschrijving en de eventuele tekeningen kan vervangen.

Er moet binnen de 3 maanden een vertaling ingediend worden van de stukken van de octrooiaanvraag die niet in de nationale taal werden ingediend.

Het uittreksel mag voortaan niet meer dan 150 (i.p.v. 100) woorden bevatten. De DIE kan het uittreksel nakijken en het naar vorm verbeteren.

De octrooiaanvraag moet niet langer in drievoud ingediend worden. Omdat de DIE de octrooiaanvragen inscant voor verdere elektronische behandeling, volstaat voortaan 1 exemplaar.
De stukken van de octrooiaanvraag die niet elektronisch ingediend worden, moeten zo overgelegd worden dat ze gedigitaliseerd kunnen worden: de bladen mogen niet gescheurd of gekreukt zijn, slechts 1 zijde van de bladen mag gebruikt worden, enz.).

De aanvrager kan tot aan de datum van verlening van het octrooi op eigen initiatief afgesplitste aanvragen indienen van zijn oorspronkelijke octrooiaanvraag.

Nieuwheidsonderzoek
De taks voor het nieuwheidsonderzoek moet voortaan aan de DIE betaald worden ten laatste 13 maanden te rekenen vanaf de indieningsdatum van de octrooiaanvraag of, indien een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, te rekenen vanaf de vroegste datum van voorrang, of, indien deze termijn verstrijkt voor de termijn voor het betalen van de indieningstaks, ten laatste samen met de betaling van de indieningstaks.

Ook een eerdere Belgische octrooiaanvraag kan nu ingeroepen worden voor het verkrijgen van een recht op voorrang.

Een kopie van het verslag van nieuwheidsonderzoek en van de schriftelijke opinie moeten voortaan ten laatste 2 maanden na de octrooiaanvraag naar de DIE worden verstuurd, of ten laatste 2 maanden na de kennisgeving van het eerdere aangevraagde verslag van nieuwheidsonderzoek.

De procedure voor het wijzigen van de beschrijving als antwoord op het verslag van nieuwigheidsonderzoek en de schriftelijke opinie worden vereenvoudigd.

Voortaan zal de beschrijving, net als de conclusies en het uittreksel, gewijzigd kunnen worden binnen de 4 maanden, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie. De gewijzigde conclusies mogen geen betrekking hebben op elementen die geen deel uitmaken van het nieuwheidsonderzoek en die niet door een enkel inventief concept zijn verbonden met de oorspronkelijk opgeëiste uitvinding of groep van uitvindingen.

Regularisatie en herstel
De termijn voor het regulariseren van de aanvraag en het leveren van commentaar bedraagt 3 maanden vanaf de kennisgeving door de DIE van de onregelmatigheid van de aanvraag. De regularisatietaks moet betaald zijn binnen dezelfde termijn.

De termijn voor het betalen van de indieningstaks en van de bijtaks bedraagt 3 maanden vanaf de uitnodiging van de DIE om deze taksen te betalen.

De termijn waarbinnen een aanvrager of houder van een octrooi het verzoek tot herstel kan indienen, bedraagt, afhankelijk van welke van deze termijnen het eerst verstrijkt:

2 maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de oorzaak van het niet in acht nemen van de termijn voor het stellen van de handeling is weggenomen;

12 maanden, te rekenen vanaf de datum van het verstrijken van de termijn voor de handeling, of indien het verzoekschrift betrekking heeft op het niet-betalen van een jaartaks, 12 maanden te rekenen vanaf het verstrijken van de respijttermijn.

De termijn voor het leveren van commentaar op de voorgenomen weigering bedraagt 2 maanden vanaf de datum van kennisgeving van de voorgenomen weigering.

Wie een handeling voor de DIE stelt waarbij aan één van de vertegenwoordigingsvereisten niet werd voldaan, kan binnen de 3 maanden alsnog aan deze vereisten voldoen en commentaar leveren.

Verzet tegen vermelding in octrooiaanvraag
Een uitvinder kan zich verzetten tegen een vermelding in de octrooiaanvraag tot het einde van de 17de maand, te rekenen vanaf de indieningsdatum van een octrooiaanvraag of vanaf het oudste recht van voorrang. Tussen het einde van deze termijn en de publicatie van het octrooi zit er dus een termijn van 1 maand. Deze maand is nodig voor de technische voorbereiding van de publicatie. Indien een uitvinder zich nog verzet tegen zijn vermelding in het octrooi na deze periode, kan de DIE nog steeds beslissen de uitvinder niet te vermelden in het octrooi voor zover de technische voorbereiding van de publicatie hiermee geen vertraging oploopt.

Afstand en herroeping van een octrooi
De wetgever verduidelijkt de procedure tot afstand van een octrooi, en voert daarnaast een procedure tot herroeping van een octrooi in (wijziging art. 30, KB van 2 december 1986).

Bijhouden van dossiers voor inzage publiek
De octrooiaanvraag zal niet voor het publiek toegankelijk zijn als de aanvraag werd ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken vóór het einde van de 17de maand, te rekenen vanaf de indieningsdatum van een octrooiaanvraag of vanaf het oudste recht van voorrang.

De volgende elementen van het dossier kunnen niet door het publiek worden ingekeken:

medische attesten;

de stukken over de procedures voor inzage ten behoeve van het publiek, evenals de verzoeken om stukken uit te sluiten van de inzage ten behoeve van het publiek, en

de vermelding van de uitvinder indien deze hiertoe een verzoekschrift heeft ingediend, evenals dit verzoekschrift.Ook andere stukken kunnen van de inzage ten behoeve van het publiek worden uitgesloten.

Mededelingen aan de DIE
De indiening van mededelingen bij de DIE moet schriftelijk gebeuren. De mededelingen, commentaren en akten in procedures voor de DIE moeten gebeuren in persoon, per post, per fax of met de elektronische procedure via een weblink op de pagina?s ?Intellectuele Eigendom? van de website van de FOD Economie.
Het nieuwe artikel 33bis van het KB van 2 december 1986 somt de elementen op die een mededeling moet bevatten.

Het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi moet meegedeeld worden aan de DIE. Deze mededeling gebeurt door het indienen van een door de partijen ondertekende verklaring. Ook elke wijziging aangebracht aan deze verklaring moet meegedeeld worden aan de DIE.
Voortaan moet deze verklaring verschillende vermeldingen bevatten die het publiek in staat stellen om de draagwijdte van de licentie te beoordelen: zo moet de verklaring vermelden of de licentie al dan niet exclusief is en de inwerkingtredingsdatum, de duur en het grondgebied waarop de licentie van toepassing is, vermelden. De mededeling moet gebeuren via een formulier dat de DIE ter beschikking stelt.

Betaling taksen

De taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en certificaten worden aan de 'Dienst voor de Intellectuele Eigendom' betaald met een bankoverschrijving of via elektronische betaling.
Elke betrokkene kan een voorschot op de in de toekomst verschuldigde taksen en bijkomende taksen storten op de lopende rekening van de DIE, die een rekening op zijn naam opent. De minister voor Economie stelt hiervoor de modaliteiten vast (wijziging art. 4, KB van 18 december 1986).

Het KB van 9 maart 2014 somt ook de gevallen op waarin de betaling van de taksen en de bijkomende taksen wordt geacht verricht te zijn (wijziging art. 6, KB van 18 december 1986).
Indien de vervaldag van een taks of van een bijkomende taks valt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerste daaropvolgende werkdag.

De DIE stuurt een kwijting van de betaling van de taksen en bijkomende taksen naar diegene die de taks heeft betaald. Een duplicaat van de kwijting kan schriftelijk worden aangevraagd, mits betaling van een vergoeding van 5 euro, gekweten via overschrijving of elektronische betaling of door het debet van het voorschot.

De meeste taksen en bijkomende taksen die ten onrechte werden betaald, worden in hun geheel terugbetaald. Het KB van 9 maart 2014 somt de taksen op die niet geheel worden terugbetaald (nieuwe § 2, art. 13, KB van 18 december 1986).

In bijlage bij het KB van 18 december 1986 zit een tabel met alle bedragen van de te innen taksen en bijkomende taksen voor uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten.

Overgangs- en slotbepalingen

Het bedrag van de hersteltaks bedoeld in artikel 70bis, § 1 van de octrooiwet bedraagt 350 euro.

Het KB van 9 maart 2014 regelt de inwerkingtreding van de artikelen 25, 42, 48, 50 en 52 van de wet van 10 januari 2011.

In werking

De artikelen 25, 47, 48 en 49 van het KB van 9 maart 2014 treden in werking op 13 maart 2014.
De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elke andere bepaling van het KB van 9 maart 2014.

Artikel 47 van het KB van 9 maart 2014 treedt buiten werking op de dag dat artikel 45 van datzelfde KB in werking treedt.

Bron: Koninklijk besluit van 9 maart 2014 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten met het oog op onder meer de aanpassing aan de wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien, BS 13 maart 2014.

Zie ook:
- Wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien, BS 16 februari 2011 (Wet octrooien (uitv. Europese verdragen)).
- Koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen in België, BS 12 december 2007 (KB indiening Europese octrooiaanvraag (omzetting in Belgische aanvraag en registratie Europees octrooi)).
- Koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten, BS 23 december 1986; Err. BS, 22 januari 1987 (KB uitvindingsoctrooien (taksen)).
- Koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien, BS 6 december 1986 (KB uitvindingsoctrooien (aanvragen))
- Koninklijk besluit van 20 december 1984 betreffende het bijhouden en de vermeldingen van het register van erkende gemachtigden met toepassing van artikel 59 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, BS 9 maart 1985 (KB bijhouden register erkende gemachtigden (uitvindingsoctrooien)).
- Wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, BS 9 maart 1985 (octrooiwet)
- Koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het indienen van een internationale octrooiaanvraag in België, BS 5 november 1981 (KB internationale octrooiaanvraag)
- Koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen in België, BS 5 maart 1981 (KB Europese octrooiaanvraag)