Betere samenwerking met Internationaal Strafgerechtshof

Ons land verbetert en versterkt de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en andere internationale straftribunalen.

Centrale autoriteit

De dienst internationaal humanitair recht van de FOD Justitie wordt de centrale autoriteit voor de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof. Tot nu trad de minister van Justitie als centrale autoriteit op.

Verzoek Belgische autoriteiten

Niet alleen de gerechtelijke autoriteiten, maar alle autoriteiten kunnen in het kader van hun activiteiten om de medewerking van het Internationaal Strafgerechtshof vragen. Alle verzoeken - al dan niet van gerechtelijke autoriteiten - moeten wel via de centrale autoriteit passeren.

Ambtshalve melding

De centrale autoriteit meldt aan het Hof ambtshalve alle informatie die onder zijn bevoegdheid zou kunnen vallen.

Aanhoudingsprocedure

De raadkamer verklaart het verzoek van het Internationaal Strafgerechtshof tot aanhouding en overdracht uitvoerbaar. De aangehouden persoon kan tegen de beslissing van de raadkamer in beroep gaan bij de kamer van inbeschuldigingstelling (KI). Die krijgt voortaan meer tijd om zich uit te spreken over dat beroep. Voortaan 15 dagen, vanaf de instelling van het beroep. Vroeger 8 dagen.

Cassatieberoep tegen de beslissing van de KI kan niet. Op die manier wordt de duur van de procedure in België vóór de overdracht zo kort mogelijk gehouden en kan de betrokkene snel voor het Hof verschijnen. Daar kan hij de geldigheid van het bevel dat tegen hem is uitgevaardigd ten gronde betwisten.

De overdracht van een aangehouden persoon kan enkel gebeuren als de beslissing die het verzoek om aanhouding en overdracht uitvoerbaar verklaart, ook definitief is geworden.

Voorlopige aanhouding

De onderzoeksrechter kan het verzoek om voorlopige aanhouding van het Hof ten uitvoer leggen via een bevel tot aanhouding. Tegen dat bevel tot aanhouding is geen beroep meer mogelijk. De aangehouden persoon kan wel nog bij de KI zijn voorlopige invrijheidstelling vragen, in afwachting van zijn overdracht.

Voorlopige invrijheidstelling

Elk verzoek om voorlopige invrijheidstelling van een aangehouden persoon gaat naar de kamer van vooronderzoek van het Internationaal Strafgerechtshof. Die doet hierover aanbevelingen. De centrale autoriteit maakt die aanbevelingen over aan de KI, via het federaal parket.

De KI krijgt 15 dagen om zich uit te spreken over de voorlopige invrijheidstelling. Vroeger 8 dagen. De termijn van 15 dagen wordt wel geschorst tijdens de raadpleging van de kamer van vooronderzoek.

Bij een voorlopige invrijheidstelling legt de KI voorwaarden vast zodat de definitieve overdracht kan doorgaan als dat nodig is. Als die voorwaarden niet worden nageleefd, vaardigt de onderzoeksrechter, op vordering van het openbaar ministerie, een bevel tot aanhouding uit.

Tegen de beslissing van de KI over de voorlopige invrijheidstelling is cassatieberoep mogelijk. De aangehouden persoon blijft dan in hechtenis tot er een uitspraak is. Komt er geen uitspraak binnen 15 dagen, dan wordt de persoon in vrijheid gesteld.

Een nieuw verzoek tot voorlopige invrijheidstelling kan pas als er een maand verstreken is na het eerdere verwerpingsarrest.

Doorvoer

In het buitenland gedetineerde persoon kan over het Belgisch grondgebied vervoerd worden naar het Internationaal Strafgerechtshof. Niet alleen in uitvoering van een verzoek tot overdracht van het Hof, maar ook - en dat is nieuw - in uitvoering van een verzoek tot wederzijdse rechtshulp. Bijvoorbeeld met het oog op zijn identificatie, het verkrijgen van een getuigenis of andere vormen van bijstand. Het aanhoudingsbevel heeft uitwerking op het Belgisch grondgebied gedurende de tijd die nodig is voor zijn doortocht.

Voorlopige invrijheidstelling door het Hof

Een persoon die vastzit in het kader van vervolgingen die tegen hem werden ingesteld kan door de Kamer van vooronderzoek van het Hof in voorlopige vrijheid gesteld worden, in afwachting van zijn proces. Het Hof kan aan de invrijheidstelling voorwaarden koppelen.

De invrijheidstelling op Belgisch grondgebied gebeurt mits akkoord van de centrale autoriteit.

Als de onderzoeksrechter vastelt dat de voorwaarden waaraan de voorlopige invrijheidstelling is gekoppeld niet worden nageleefd, kan hij - op verzoek van het openbaar ministerie, ambtshalve of op vraag van de centrale autoriteit - een aanhoudingsbevel uitvaardigen tegen de voorlopig in vrijheid gestelde persoon.
Tegen dat aanhoudingsbevel is geen rechtsmiddel mogelijk. Het bevel is vijftien dagen geldig, vanaf de tenuitvoerlegging.
De betrokkene wordt - onder dezelfde voorwaarden - opnieuw in vrijheid gesteld als er binnen die termijn geen verzoek tot voorlopige aanhouding of geen verzoek tot aanhouding en overdracht van het Hof komt.

Dagvaarding tot verschijning

Het Internationaal Strafgerechtshof kan een dagvaarding tot verschijning uitvaardigen tegen een persoon die zich in België bevindt. Als het Hof de betrokkene in dit kader vrijheidsbeperkende maatregelen oplegt, worden zij in ons land uitgevoerd op grond van een verzoek om wederzijdse rechtshulp van het Hof.

Dwangmaatregel

Het Hof kan een verzoek om bijstand formuleren voor een dwangmaatregel waarvoor enkel een onderzoeksrechter bevoegd is. In dat geval wordt de dwangmaatregel ten uitvoer gelegd door de onderzoeksrechter van het gerechtelijk arrondissement van de plaats waar hij moet uitgevoerd worden.

Als het gaat om dwangmaatregelen die onder de territoriale bevoegdheid van verschillende onderzoeksrechters vallen, kiest de federale procureur welke onderzoeksrechter belast is met de tenuitvoerlegging van alle gevraagde maatregelen

Beschermde getuigen

Het Internationaal Strafgerechtshof kan het statuut van beschermde getuige toekennen. Het kan aan ons land vragen om beschermingsmaatregelen te nemen. De centrale autoriteit beslist welke maatregelen nodig zijn voor de getuige en zijn verwanten. Het kan zowel gaan om gewone als bijzondere beschermingsmaatregelen (samen of achtereenvolgens).

De centrale autoriteit kan ook beslissen om de identiteit van de getuige en zijn verwanten te wijzigen. Dat gebeurt na raadpleging van de voorzitter van de getuigenbeschermingscommissie.
Het is de getuigenbeschermingsdienst die de nieuwe identiteit voorstelt. De betrokkene wordt wel gehoord.
De procedure voor identiteitswijziging kan ook toegepast worden op mensen die niet de Belgische nationaliteit hebben.
De centrale autoriteit kan bijzondere voorwaarden of aanvullende maatregelen opleggen aan de uitvoeringsautoriteiten. En dit om de bescherming van de getuigen te waarborgen.
Enkel met uitdrukkelijke toestemming van de centrale autoriteit en na raadpleging van de voorzitter van de getuigenbeschermingscommissie, kan een uittreksel of afschrift worden afgegeven van een akte van de burgerlijke stand.

Vervroegde vrijlating

Alleen het Internatinaal Stafgerechtshof kan beslissen over de vervroegde invrijheidstelling. Zijn beslissingen zijn onmiddellijk uitvoerbaar in België. De Belgische regels over de strafuitvoeringsmodaliteiten zijn dus niet van toepassing op de gedetineerde die in ons land een vrijheidsbenemende straf ondergaat.

Als het Hof dat vraagt, geeft de centrale autoriteit - na raadpleging van de penitentiaire administratie - een advies over de vervroegde invrijheidstelling.

Als er medische redenen zijn voor een vervroegde vrijlating, brengt de centrale autoriteit het Hof daarvan onmiddellijk op de hoogte. Ook in dit geval is alleen het Hof bevoegd om over de vervroegde vrijlating te beslissen.

Voormalig Joegoslavië en Rwanda

Er is een internationaal mechanisme opgezet voor de uitoefening van de restbevoegdheden van het Internationaal Straftribunaal van Rwanda en het Internationaal Straftribunaal van voormalig Joegoslavië. Dat internationaal mechanisme houdt zich bv. bezig met de voortzetting van de lopende gerechtelijke procedures, de berechting van voortvluchtigen, de bescherming van getuigen of het toezicht op de tenuitvoerlegging van de uitgesproken straffen.

Ons land werkt ook samen met dat internatinaal mechanisme.

Residueel Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone

Er komt een Residueel Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone dat belast is met de voortzetting van de restopdrachten van het Speciaal Tribunaal van Sierra Leone. Ook hier werkt ons land mee samen.

Speciaal Tribunaal voor Libanon

Tot slot is er ook een nieuwe titel die de samenwerking tussen België en het Speciaal Tribunaal voor Libanon regelt.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 26 maart 2014 treedt in werking op 28 maart 2014.

Bron: Wet van 26 maart 2014 tot wijziging van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen, BS 28 maart 2014 .

Zie ook:
Wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen
Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafgerechtshof van 17 juli 1998