Eenheid van loopbaan gedefinieerd in dagen

Het beginsel van eenheid van loopbaan wordt hervormd binnen het pensioenstelsel voor werknemers. Men rekent voortaan in dagen. De meest voordelige 14.040 dagen worden toegekend, ongeacht het aantal jaren waarover deze gespreid zijn.

Eenheid van loopbaan

Bij de pensioenberekening wordt de maximale loopbaanduur beperkt tot de eenheid. Dit impliceert dat de optelling van alle jaren ? gepresteerde en gelijkgestelde perioden ? niet meer mag bedragen dan het aantal jaren van een volledige loopbaan. Dat is 45 jaar.

Dit principe van eenheid van loopbaan zorgt ervoor dat voor de berekening van het pensioen voor werknemers op dit moment nooit meer dan 45 jaren in rekening worden gebracht, zelfs niet als de werknemer langer gewerkt heeft. De meest voordelige 45 jaren worden in rekening gebracht bij een langere loopbaan. Dat is ook het geval bij gemengde loopbanen.

Daarom benadeelt het bestaande systeem de meer uitgestrekte carrières die onvolledige jaren bevatten. Iemand kan bijvoorbeeld 48 jaar gewerkt hebben maar altijd halftijds ?

Dagequivalenten

De wet van 19 april 2014 behoudt het principe van eenheid van loopbaan. Maar onder een aangepaste vorm. Men rekent voortaan namelijk in voltijdse dagequivalenten, in plaats van in jaren. Voor een loopbaan bekijkt men maximum 14.040 voltijdse dagequivalenten, namelijk: 45 jaar x 312 dagen.

Voor een overlevingspensioen kan het maximum aantal dagen lager zijn omdat de loopbaan korter is bij een vroegtijdig overlijden. Bij een cumulatie van overlevingspensioenen of van overgangsuitkering wordt het maximumaantal voltijdse dagequivalenten bepaald door 312 te vermenigvuldigen met de noemer van de breuk die gebruikt werd voor de berekening van het overlevingspensioen of de overgangsuitkering als werknemer.

Let op! De wetgever houdt ook rekening met bijzondere gevallen waarbij men preferentiële breuken gebruikt, zoals bijvoorbeeld in de burgerluchtvaart. En men houdt ook rekening met de loopbaan die in aanmerking wordt genomen voor de toekenning van het pensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot.
Een voltijds dagequivalent in een bijzonder pensioenstelsel stemt niet overeen met een voltijds dagequivalent in het algemeen stelsel. Zo worden, wanneer het pensioen wordt berekend op basis van meerdere noemers lager dan 45, de voltijdse dagequivalenten voor elk van die noemers vermenigvuldigd met de verhouding tussen 45 en de desbetreffende noemer.

Geplafonneerd

Men bekijkt dus de meest voordelige 14.040 dagen. Die nieuwe aanpak zal ervoor zorgen dat voor meer jaren pensioen toegekend kan worden. Want men kijkt niet meer naar het volledige jaar, maar naar de afzonderlijke dagen. Die worden in rekening gebracht voor de eenheid van loopbaan.

Denk bijvoorbeeld aan deeltijdse arbeid. Werknemers die deeltijds werken zullen veel minder snel aan de eenheid van loopbaan komen. Als in een bepaald jaar maar 1 dag gewerkt werd en er voor die dag bijdragen werden betaald, dan werd toch het hele jaar in aanmerking genomen. Maar in de toekomst zal slechts die ene dag in aanmerking komen voor de berekening van de eenheid van loopbaan.

Men houdt dus rekening met alle prestaties, geplafonneerd op het voltijdse dagequivalent van 45 volledige jaren. Enkel de overtollige voltijdse dagequivalenten worden verwijderd. Er worden dus geen jaren meer geschrapt maar dagen, namelijk die dagen die het plafond van 14.040 dagen overschrijden. Per jaar wordt de gemiddelde dagopbrengst berekend, en de dagen met de laagste opbrengst worden geschrapt.

Bij een overschrijding zullen nooit meer dan 1.560 voltijdse dagequivalenten in het werknemersstelsel worden geëlimineerd. Die 1.560 voltijdse dagequivalenten stemmen overeen met 15 jaar van elk 104 voltijdse dagequivalenten, zijnde 1/3 van een voltijdse arbeidsregeling. Dit criterium wordt overigens al gebruikt in het pensioenstelsel voor werknemers voor de toekenning van het minimumrecht per loopbaanjaar.

In werking

De nieuwe regels zullen gelden voor werknemerspensioenen die voor de eerste maal op 1 januari 2015 ingaan. Globaal genomen, treedt de wet van 19 april 2014 op dat moment in werking.

De Parlementaire Stukken bevatten een paar voorbeelden. Denk bijvoorbeeld aan een persoon die begint te werken op 18-jarige leeftijd, ten belope van 156 voltijdse dagequivalenten gedurende 7 jaar, gevolgd door 40 jaar voltijdse arbeid. De loopbaan bedraagt dus 47 jaar.

Op basis van de huidige wetgeving zal de berekening van het pensioen gebeuren op basis van de 45 meest voordelige loopbaanjaren. Maar de gepresteerde voltijdse dagequivalenten bedragen 13.572 dagen - onder de grens van 14.040 dagen dus. Het pensioen zal onder de nieuwe regeling dus wel berekend worden op de totaliteit van de beroepsactiviteit!

Bron: Wet van 19 april 2014 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het pensioenstelsel voor werknemers rekening houdend met het principe van de eenheid van loopbaan, BS 7 mei 2014