Nieuw wettelijk kader voor organisatie middenstand

De wetgever creëert op basis van bestaande teksten een nieuw wettelijk kader voor de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's. De nieuwe tekst is gemoderniseerd en beter leesbaar. Hier en daar worden ook wat verbeteringen aangebracht.

Principes

De organisatie van de middenstand komt aan bod in wetgeving die al gecoördineerd werd op 28 mei 1979, en in een bijhorend KB van 10 augustus 2004. De teksten zijn meerdere keren aangepast, verouderd en moeilijk leesbaar.

Daarom herneemt een wet van 24 april 2014 de bestaande regels in grote mate, maar de wetgever doet dat op een gestructureerde manier en met modernere terminologie. De nieuwe wet bevat enkel de belangrijkste principes van het wettelijk kader. Door die principes verder te laten invullen bij KB kan men in de toekomst gemakkelijker op maatschappelijke evoluties inspelen.

Toch zorgt de nieuwe tekst ook voor 'verbeteringen'. In de memorie van toelichting heeft men het onder andere over de gegarandeerde representativiteit van de erkende organisaties en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, en de interne raadpleging en het overleg bij de voorbereiding van adviezen en standpunten.

Inhoudelijk gaat het vooral om een betere omschrijving van de erkenningscriteria waaraan beroeps- en interprofessionele organisaties moeten voldoen, de bescherming van het statuut van erkende organisatie en het statuut van lid van de Hoge Raad, en de bepaling die stelt dat de Hoge Raad de vertegenwoordigers van de zelfstandigen en de kmo's in andere federale organen voordraagt wanneer er geen specifieke bepalingen gelden.

Criteria

De nieuwe wet somt de erkenningscriteria op. Eerst voor de beroepsorganisaties, dan voor de interprofessionele organisaties. Enkel de belangrijkste criteria worden in de wet opgenomen.

Maar de Koning krijgt een zeer ruime bevoegdheid om een en ander verder uit te werken. Zo moet een KB omschrijven welke bewijsmiddelen de organisaties moeten voorleggen om aan te tonen dat ze beantwoorden aan de erkenningscriteria. En een KB kan een minimumpercentage vastleggen voor het ledenbestand. Ook de controle die plaatsvindt om na te gaan of de organisaties voldoen aan de criteria, kan bij KB omschreven worden.

Procedure

De erkenningsprocedure moet ook nog volledig uitgewerkt worden bij KB. De wet van 24 april 2014 bevat enkel volgende principes:

Beroepsorganisaties kunnen op elk moment een aanvraag tot erkenning indienen, behalve tijdens het jaar waarin de vernieuwing optreedt. Tijdens dat jaar kan de aanvraag enkel ingediend worden tijdens de inschrijvingsperiode.

Interprofessionele organisaties kunnen enkel tijdens de inschrijvingsperiode een aanvraag tot erkenning indienen.

Het jaar waarin de vernieuwing optreedt is het jaar voorafgaand aan de zesjaarlijkse zittingsperiode van de Hoge Raad.

De inschrijvingsperiode is de periode waarin men een aanvraag tot erkenning kan indienen tijdens het jaar waarin de vernieuwing optreedt.

De minister beslist over een aanvraag tot erkenning op basis van de hierboven aangehaalde criteria.

De erkenning vervalt op het einde van de zittingsperiode van de Hoge Raad. De tijdens het jaar waarin de vernieuwing optreedt toegekende erkenning vervalt op het einde van de volgende zittingsperiode van de Hoge Raad.

Door de erkenning verkrijgt de organisatie het statuut van erkende organisatie. Dat houdt een waarborg van haar representativiteit in. Het wederrechtelijk aannemen van dat statuut wordt strafrechtelijk gesanctioneerd.

Hoge Raad

De Hoge Raad is samengesteld uit een algemene vergadering, een bureau en commissies. Dat zijn in de eerste plaats sectorcommissies en vaste commissies. Maar de Hoge Raad kan in zijn midden ook andere commissies instellen.
Een KB bepaalt het aantal sectorcommissies en de benaming ervan, terwijl de Hoge Raad zelf het aantal vaste commissies en de benaming ervan vastlegt. De organen worden nu samen vermeld, en niet meer verspreid over verschillende artikelen.

De Hoge Raad heeft 3 taken:

Advies. Als federale adviesraad geeft de Hoge Raad advies op vraag van een lid van de federale regering, of op vraag van een van de voorzitters van de wetgevende kamers. De Hoge Raad kan ook advies geven op eigen initiatief, of op vraag van andere personen. Gaat de vraag niet uit van de minister, dan wordt hem een kopie van het advies bezorgd door de Hoge Raad.

Vertegenwoordiging. De Hoge Raad vertegenwoordigt de belangen van de zelfstandigen en de kmo?s. En de Hoge Raad verzekert de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo?s bij andere advies- en beheersorganen.

Overleg. De Hoge Raad vormt een overlegplatform voor de zelfstandigen en de kmo?s.

Bij de omschrijving van de samenstelling herneemt men in grote mate de bestaande regels. Maar op een beter leesbare manier. Ook hier moet nog een en ander uitgewerkt worden bij KB. De organisaties duiden zelf aan wie hen zal vertegenwoordigen.

Een erkende interprofessionele organisatie die op basis van de zetelverdeling geen vertegenwoordiging bekomt, mag een waarnemer naar de algemene vergadering en de vaste commissies sturen. En er wordt bijvoorbeeld ook een precisering aangebracht voor de specifieke situatie van het hernieuwingsjaar.
De tijdens het hernieuwingsjaar erkende organisaties duiden hun vertegenwoordigers al aan voor de nieuwe zittingsperiode van de Hoge Raad die het daaropvolgend jaar pas aanvangt. Maar deze vertegenwoordigers vervullen nog geen enkele officiële rol. In hun hoedanigheid van lid van de Hoge Raad van de toekomstige zittingsperiode nemen ze al deel aan de verkiezingsprocedures voor de samenstelling van de organen en de commissies van die volgende zittingsperiode.

Verder voorziet de wet nu zelf in een duidelijke wettelijke basis voor de vergoedingen die de voorzitters en de leden van de Hoge Raad ontvangen. En om een efficiëntere samenwerking tot stand te brengen met de orden, instituten en andere gelijkaardige beroepsorganismen, kan de voorzitter van een orgaan of een commissie van de Hoge Raad hen uitnodigen, horen of raadplegen.

Zoals aangegeven, bevat de nieuwe wet een regeling voor de situatie waarin men beslist om binnen een federaal orgaan een vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's te organiseren, zonder dat die vertegenwoordiging bij wet of KB bepaald is.

Op dit moment draagt de Hoge Raad als representatief orgaan al vertegenwoordigers voor in tal van federale organen, zoals bijvoorbeeld de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en het Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut van de Zelfstandigen. De wet van 24 april 2014 zorgt dus voor een duidelijke wettelijke basis voor die manier van werken.

In werking

De wet van 24 april 2014 treedt pas in werking op 1 januari 2016. Dat is de datum waarop het volgende hernieuwingsjaar van de Hoge Raad start. Maar de Koning krijgt wel de bevoegdheid om die datum naar voor te schuiven!

Logischerwijs worden de wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28 mei 1979, opgeheven. Maar de bestaande uitvoeringsbepalingen blijven wel van kracht tot ze worden opgeheven of vervangen door besluiten in uitvoering van de nieuwe wet.

Bron: Wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's, BS 10 juni 2014