Wetgever werkt discriminatie weg voor zwangere vrouwen met meerdere deeltijdse contracten (art. 5 DB sociale zekerheid)

Werkneemsters met meerdere deeltijdse contracten die een activiteit hebben stopgezet omwille van de risico's voor hun zwangerschap, kunnen hun postnatale rust verlengen met de dagen die ze vóór de bevalling gewerkt hebben bij hun andere werkgever. De wetgever werkt op die manier een discriminatie weg die het Grondwettelijk Hof heeft aangekaart.

Moederschapsbescherming

De ziekteverzekeringswet van 14 juli 1994 bepaalt dat de tijdvakken van moederschapsbescherming enkel in aanmerking genomen worden 'op voorwaarde dat de gerechtigde alle werkzaamheid of de gecontroleerde werkloosheid heeft onderbroken'. Dagen prenatale rust die niet werden opgenomen, kunnen het postnataal verlof verlengen. Maar om recht te hebben op een moederschapsuitkering moet de werkneemster alle activiteiten stopzetten.

Met uitzondering van de gevallen waarin werkneemsters ervoor kiezen om hun postnataal verlof te verlengen door niet-opgenomen prenataal verlof om te zetten in postnatale rust.

Tweede uitzondering

Daar wordt nu een tweede uitzondering aan toegevoegd. Een tweede uitzondering dus op de voorwaarde van de volledige stopzetting van alle werkzaamheid. Op die manier stemt de wetgever de regels af op een arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 november 2011.

Het ging hier om een werkneemster die verschillende deeltijdse tewerkstellingen combineert en die 'verwijderd' is uit één van die activiteiten omwille van het risico voor de zwangerschap, maar niet alle activiteiten stopzet. Namelijk: een werkneemster die tegelijk twee deeltijdse contracten heeft en tijdens haar zwangerschap bij de ene werkgever verplicht facultatieve zwangerschapsrust opneemt, en toch verder werken bij de andere werkgever omdat daar geen risico is voor de zwangerschap. Dit kan van de zesde week (of de achtste week in geval van de geboorte van een meerling) tot en met de tweede week voorafgaand aan de bevalling.

Tot nu kon men in die gevallen de gepresteerde dagen niet overdragen om het postnataal verlof te verlengen. Die ongelijkheid wordt nu weggewerkt. De wetgever zorgt ervoor dat de werkneemster recht heeft op een vergoeding tijdens de verlenging van de postnatale rust. Dit 'ten belope van de tijdvakken van arbeid die in het kader van de maatregel van moederschapsbescherming zijn verricht', ook al heeft de werkneemster het werk hervat in haar andere activiteit waarin ze niet verwijderd was.

Daarnaast geldt die uitzondering ook voor werkneemsters die een aangepaste werkzaamheid tijdens hun arbeidsongeschiktheid hebben hervat met toestemming van de adviserend geneesheer (van de zesde week, of de achtste week in geval van de geboorte van een meerling, tot en met de tweede week voorafgaand aan de bevalling). Ook hier is er sprake van een verlenging van de postnatale rust. Met de periodes dus van tewerkstelling in het kader van de aangepaste werkzaamheid. Het gaat immers om een gelijkaardige situatie.

Prejudiciële vraag

Bij het beantwoorden van de prejudiciële vraag heeft het hof geoordeeld dat de betreffende bepalingen van de ziekteverzekeringswet het gelijkheidsbeginsel schenden 'in zoverre zij een werkneemster die is verwijderd van een deeltijdse arbeid die een risico inhoudt voor haar zwangerschap, verbieden een andere deeltijdse werkzaamheid voort te zetten die niet datzelfde risico inhoudt, opdat zij haar nabevallingsrust in die andere deeltijdse werkzaamheid kan verlengen met de periode gedurende welke zij die laatste deeltijdse werkzaamheid heeft voortgezet van de zesde tot en met de tweede week vóór de bevalling'.

Uiteraard blijft de ratio legis overeind. In de Parlementaire Stukken benadrukt men dat 'de moederschapsuitkering nog steeds een vervangingsinkomen is dat bedoeld is om de volledige rust van de moeder te begunstigen'.

In werking

Dit onderdeel van de wet van 25 april 2014 treedt in werking op 16 juni 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Staatsblad.

Bron: Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, BS 6 juni 2014 (art. 5 DB sociale zekerheid)