Regels voor schatting en herschatting kadastraal inkomen bijgestuurd

De wet van 8 mei 2014 stemt de regels voor de schatting en herschatting van de kadastrale inkomens, die in artikel 494 van het WIB 1992 staan, af op de nieuwe bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gewesten.

Schatting en herschatting kadastraal inkomen

Buiten de algemene perekwaties herschat de administratie van het kadaster het kadastraal inkomen (KI) van o.m. vergrote, herbouwde of aanzienlijk gewijzigde onroerende goederen van alle aard. Aanzienlijke wijzigingen zijn wijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een vermeerdering of een vermindering van het KI met een bedrag van tenminste 50 euro of 15% van het bestaande inkomen.

Het kadastraal inkomen van een gebouwd onroerend goed dat voortspruit uit een schatting of een herschatting wordt geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op (art. 494, § 5, WIB 1992):

de ingebruikneming of de verhuring, indien deze de ingebruikneming voorafgaat, van de nieuw opgerichte of herbouwde onroerende goederen;

de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen.

Bevriezing KI voor 6 of 9 jaar

Momenteel wordt het KI gedurende 6 jaar bevroren na een grondige wijziging van onroerende goederen die volledig gelegen zijn in een zone voor positief grootstedelijk beleid of gedurende 9 jaar na een grondige wijziging van woningen die worden verhuurd via een sociaal verhuurkantoor (art. 494, § 6, WIB 1992).

Deze bevriezing van het KI geldt niet voor de onroerende voorheffing (OV). Het voordeel geldt uitsluitend op het vlak van de belastbare grondslag in de inkomstenbelastingen. De belastingplichtige moet voor een periode van 6 of 9 jaar in zijn aangifte in de inkomstenbelastingen slechts het KI vermelden zoals het bestond vóór de verbeteringen werden aangebracht.

Opheffing bevriezing KI

Vanaf het aanslagjaar 2015 worden de belastingverminderingen voor uitgaven voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid en voor uitgaven voor de vernieuwing van tegen een lage huur in huur gegeven woningen, overgeheveld naar de gewesten. Daarom wordt artikel 494, § 6 van het WIB 1992 in die zin aangepast.

Het voordeel van de bevriezing van het KI wordt nu opgeheven voor herschattingen van het KI die voortvloeien uit renovatiewerken die na 31 december 2013 worden voltooid.

Om die reden worden het eerste en tweede lid van artikel 494, § 6 van het WIB 1992 aangevuld met de woorden ?zoals het tot aanslagjaar 2014 van toepassing was?. In het derde lid van hetzelfde artikel wordt expliciet vermeld dat het feit dat tot herschatting aanleiding geeft zich uiterlijk op 31 januari 2013 moet hebben voorgedaan.

In werking

Deze maatregel is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Bron: Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, BS 28 mei 2014 - art. 97 en art. 98

Zie ook:
Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (bijzondere financieringswet), BS 17 januari 1989 - titel III/1 ?Gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting? en art. 54/2.