Gewesten en gemeenschappen krijgen meer inspraak in federale statistieken

De federale overheid, de 3 gewesten, de 3 gemeenschappen, en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben een samenwerkingsakkoord gesloten waarin zij het huidige Coördinatiecomité voor de Statistiek omvormen tot een heus Interfederaal Instituut voor de Statistiek. Terzelfder tijd wordt de vertegenwoordiging van de deelstaten in het Instituut voor de Nationale Rekeningen (NIR) versterkt.

Interfederaal Instituut voor de Statistiek (ISS)

Het samenwerkingsakkoord van 15 juli 2014 richt een 'Interfederaal Instituut voor de Statistiek' op. Dat wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. Het ISS wordt beheerd door een raad van bestuur en staat onder het gezag van een nieuw op te richten Interministeriële Conferentie voor de Statistiek.

Het ISS zal op zich geen statistieken opstellen. Die rol blijft bij de Algemene Directie Statistiek (ADSEI) van de FOD Economie, het Federaal Planbureau, de Nationale Bank van België en andere federale instellingen, bij de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR), bij het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) en het Institut wallon de l?évaluation, de la prospective et de la statistique (IWEPS).

Het ISS krijgt een coördinerende taak. Het zal instaan voor:

de coördinatie van de statistische programma?s en voor het opstellen van een geïntegreerd statistisch programma;

het advies over Belgische standpunten op internationale fora voor de statistiek;

methodologische aanbevelingen; en

kwaliteitsmonitoring.

De raad van bestuur van het ISS bestaat uit 6 vaste leden:

de voorzitter van de FOD Economie;

de leidend ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (of ADSEI);

een lid van het directiecomité van de Nationale Bank; en

een vertegenwoordiger van elk gewest. Voor Vlaanderen zal dat in principe de minister-president zijn, want hij is bevoegd voor de statistiek.

Het Federaal Planbureau, de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kunnen een waarnemer sturen naar de raad van bestuur.

Het voorzitterschap wordt uitgeoefend volgens een toerbeurtsysteem. Elk vast lid is gedurende 1 jaar voorzitter, volgens een volgorde die zal worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement. De ondervoorzitter behoort tot een andere taalrol dan de voorzitter.

Het secretariaat van het ISS wordt ondergebracht bij ADSEI.
De kosten van dit secretariaat worden gedragen door elk van de ondertekenende partijen, volgens hun vertegenwoordiging in de raad van bestuur.

Nationaal Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR)

Het INR is belast met het opstellen van enkele specifieke statistieken. Bijvoorbeeld van de nationale rekeningen, de rekeningen van de openbare besturen, de economische vooruitzichten, of de statistieken van de buitenlandse handel. Het INR werkt daarvoor onder meer samen met ADSEI, het Federaal Planbureau en de Nationale Bank.

Het INR wordt bestuurd door een raad van bestuur. Die raad was tot nu een federaal onderonsje, met de secretaris-generaal van de FOD Economie, de gouverneur van de Nationale Bank, de commissaris van het Planbureau, de directeur-generaal van ADSEI, enz.
Maar de raad wordt nu in het samenwerkingakkoord uitgebreid met vertegenwoordigers van de gemeenschappen en gewesten en hun statistische diensten. De raad zal voortaan 12 vaste leden tellen, in plaats van 7.
De regering van de Duitstalige Gemeenschap kan echter alleen een waarnemer afvaardigen.

Het voorzitterschap van de raad van bestuur wordt voortaan uitgeoefend door een college, dat zal bestaan uit de voorzitter van de FOD Economie en 3 vertegenwoordigers van de gewestelijke statistische autoriteiten.

Het secretariaat behoudt zijn zetel bij de FOD Economie.

Binnen het NIR zullen er 4 wetenschappelijke comités fungeren:

het Wetenschappelijk Comité voor de Nationale Rekeningen;

een nieuw op te richten Comité voor de Overheidsrekeningen;

het Wetenschappelijk Comité voor de Economische Begroting; en

het Wetenschappelijk Comité voor de Prijsobservatie en Prijsanalyse.

Het samenwerkingsakkoord regelt hun samenstelling.

Samenwerking

Tot slot worden in het samenwerkingsakkoord nog afspraken gemaakt over de statistische geheimhouding en de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de statistische autoriteiten. De partijen verbinden zich ertoe om hun contractspartners op de hoogte te brengen van elke wetswijziging die een impact kan hebben op de toepassing van dit samenwerkingsakkoord. En zij engageren zich om 'te goeder trouw' gevolg te geven aan verzoeken om informatie van een andere partner, in de mate dat de gevraagde gegevens ter beschikking zijn.

Wetgeving vóór 1 januari 2016 aanpassen

De federale overheid en alle deelstaten engageren zich om hun wetgeving tegen 1 januari 2016 aan te passen aan de nieuwe regels.

Het samenwerkingsakkoord zelf zal pas in werking treden nadat het werd goedgekeurd door alle betrokken overheden. Tot nu werd nog geen enkele instemming gepubliceerd.

Eens het zover is, zal het akkoord voor onbepaalde duur gelden. Een overheid die het akkoord wil opzeggen, zal een vooropzeg van 1 jaar moeten geven.

Bron: Samenwerkingsakkoord van 15 juli 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de nadere regels voor de werking van het Interfederaal Instituut voor de statistiek, van de raad van bestuur en de Wetenschappelijke Comités van het Instituut voor de nationale rekeningen, BS 20 oktober 2014.