Omgevingsvergunning heeft 'onbeperkte' duur

De bouwvergunning en de verkavelingsvergunning hebben al een onbeperkte duur. Dat is niet zo voor de milieuvergunning, die voor maximum 20 jaar wordt uitgereikt.
De omgevingsvergunning, die op termijn in de plaats komt van de bouw-, verkavelings- en milieuvergunning, zal echter een permanent karakter hebben. Die vergunning zal dus voor onbeperkte duur toegekend worden.

Maar vergis u niet. Ook de 'permanente' omgevingsvergunning zal geregeld 'bijgesteld' worden.
En in 11 situaties zal de omgevingsvergunning zelfs een tijdelijk karakter hebben.

Voor onbepaalde duur

De omgevingsvergunning geldt voor onbepaalde duur, staat er in het nieuwe Omgevingsvergunningsdecreet.

Voor bepaalde duur

Maar in 11 situaties kan de overheid de vergunning - eventueel gedeeltelijk - voor een bepaalde duur toekennen. Dat is:

op vraag van de vergunningvrager;

voor projecten die uitsluitend uit tijdelijke inrichtingen of activiteiten bestaan;

als het gaat om de exploitatie van een grondwaterwinning;

als het om een ontginning gaat;

als het noodzakelijk is om een omgevingsvergunning op proef toe te kennen;

met het oog op de herlokalisatie van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die niet verenigbaar is met de ruimtelijke bestemming;

als het in uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mogelijk is om een vergunning voor bepaalde duur toe te kennen voor een project dat in strijd is met een stedenbouwkundig voorschrift (bv. voor sociaal-culturele of recreatieve nevenactiviteiten, of voor lawaaierige sporten in nog te ontwikkelen havengebieden);

voor constructies die door hun aard een tijdelijk karakter hebben;

voor veranderingen van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor de oorspronkelijke omgevingsvergunning ook al voor een beperkte duur verleend werd; en

om rekening te kunnen houden met de lokaliseerbare gebiedsspecifieke ontwikkelingsperspectieven, opgenomen in een ruimtelijk structuurplan dat vóór de indiening van de omgevingsvergunningsaanvraag al definitief werd vastgesteld. Maar als die gebiedsspecifieke ontwikkelingsperspectieven uiteindelijk niet verankerd worden in een ruimtelijk uitvoeringsplan, mag men er bij het verstrijken van de termijn van uitgaan dat de vergunning voor onbepaalde duur werd toegekend;

om rekening te kunnen houden met de stedenbouwkundige voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Het Omgevingsvergunningsdecreet zegt niet hoelang een omgevingsvergunning van bepaalde duur geldig blijft. Het is aan de bevoegde overheid om een redelijke termijn op te leggen. De Vlaamse regering kan wel een minimale en maximale geldigheidsduur opleggen, maar in de huidige versie van het ontwerpbesluit tot uitvoering van de omgevingsvergunning, is er geen minimum- of maximumtermijn opgenomen.

Vergunning op proef

De overheid kan voor een project dat vergunningsplichtig is in uitvoering van de milieuwetgeving (DABM), maar dat niet is in uitvoering van de stedenbouwkundige reglementering (VCRO), een vergunning op proef toekennen. De proeftermijn bedraagt ten minste 6 maanden en ten hoogste 2 jaar.

Het is de bedoeling om te kunnen nagaan welke hinder de exploitatie met zich meebrengt en of die hinder wel aanvaardbaar is voor mens en milieu.

Vóór het verstrijken van de proeftermijn moet de vergunningverlenende overheid een beslissing nemen. Zo niet, gaat men ervan uit dat de definitieve vergunning wordt geweigerd.
Als de overheid die bevoegd is voor het beroep, niet tijdig een beslissing neemt over een vergunning die door haarzelf op proef werd verleend, gaat men er automatisch van uit dat het beroep werd afgewezen en de beslissing uit eerste aanleg werd bevestigd.

Hernieuwing van een vergunning voor bepaalde duur

Een omgevingsvergunning die geheel of gedeeltelijk voor een bepaalde duur werd toegekend, kan hernieuwd worden. De hernieuwing kan op zijn vroegst 24 maanden vóór de einddatum van de vergunning aangevraagd worden.

In enkele gevallen kan de hernieuwing eerder aangevraagd worden. Bijvoorbeeld wanneer er een overname op stapel staat.

Als de hernieuwingsaanvraag tussen de 24 en de 12 maanden vóór de einddatum van de vergunning wordt ingediend, mag de stedenbouwkundige handeling in stand gehouden worden of mag de ingedeelde inrichting of activiteit verder geëxploiteerd worden in afwachting van een beslissing over de hernieuwingsaanvraag.

En net als nu, kan een omgevingsvergunning voor een tijdelijke milieu-inrichting of -activiteit maar eenmaal verlengd worden, voor hoogstens dezelfde termijn als de oorspronkelijke vergunning.

De Vlaamse regering mag situaties aanwijzen waarin een vroegtijdige aanvraag tot hernieuwing van een oude milieuvergunning van bepaalde duur, toch als ontvankelijk zal worden beschouwd.

Van oude milieuvergunning voor 'bepaalde duur' naar nieuwe omgevingsvergunning van onbepaalde duur

Een huidige vergunning van bepaalde duur kan omgezet worden in een omgevingsvergunning van onbepaalde duur. Een meldingsformulier volstaat. Deze mogelijkheid staat echter alleen open voor milieuvergunningen die ten vroegste op 10 september 2002 werden aangevraagd en die verleend werden voor de maximumtermijn van 20 jaar.

Bovendien:

moet de vergunninghouder of exploitant het meldingsformulier invullen en indienen tussen de 48 maanden (4 jaar) en 36 maanden (3 jaar) vóór het verstrijken van de oude milieuvergunning;

mag geen enkel lid van het ?betrokken publiek? een bezwaar geformuleerd hebben tijdens het openbaar onderzoek en mag geen enkele adviesinstantie een bezwaar geopperd hebben tijdens zijn adviestermijn van 30 dagen;

moeten de stedenbouwkundige handelingen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, hoofdzakelijk vergund zijn; en

mag de omzetting van de vergunning niet gepaard gaan met een milieueffectenrapport of passende beoordeling.

Wordt er toch bezwaar ingediend of blijkt gaandeweg dat er toch een mer-rapport of passende beoordeling nodig is, dan wordt de aanvraag tot omzetting van de oude milieuvergunning, automatisch beschouwd als een gewone omgevingsvergunningsaanvraag, die zal afgehandeld worden volgens de gewone omgevingsvergunningsprocedure.

De beslissing over het verzoek tot omzetting wordt, net als bij een gewone omgevingsvergunningsaanvraag, genomen binnen een termijn van 105 dagen (zonder omgevingsvergunningscommissieadvies) of 120 dagen (met OVC-advies). Eventueel na verlenging.
Bij een niet-tijdige beslissing gaat men ervan uit dat het verzoek tot omzetting werd geweigerd.
Wordt er niet tijdig beslist in beroep, dan gaat men ervan uit dat het beroep werd afgewezen, en wordt de beslissing in eerste aanleg definitief.

Bijstellen van de milieuvoorwaarden

Het Omgevingsvergunningsdecreet maakt het mogelijk om de omgevingsvergunning te wijzigen. Het decreet heeft het over 'bijstellen'. Zo kunnen de milieuvoorwaarden bijgesteld worden, het voorwerp en de duur van de vergunning. En er is nog een vierde, stedenbouwkundige, bijstelling mogelijk in het kader van het verkavelen van gronden.

De vergunningverlenende overheid kan de milieuvoorwaarden die zij in de omgevingsvergunning oplegde, op elk moment wijzigen én aanvullen. Zij kan dat ambtshalve doen of op gemotiveerd verzoek.

Het DABM bevatte al een vergelijkbare bepaling. Alleen kan een gemotiveerd verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden nu ook ingediend worden door de provinciale of gewestelijke omgevingsvergunningscommissie en door de toezichthouders die controle uitoefenen op ingedeelde inrichtingen en activiteiten.

Bijstellen van voorwerp of duur

Het Omgevingsvergunningsdecreet maakt het mogelijk om het voorwerp en de duur van de omgevingsvergunning te beperken. De vergunningverlenende overheid kan een dergelijke beslissing ambtshalve nemen, op verzoek van het betrokken publiek, of op verzoek van de leidend ambtenaar van een adviesinstantie.

Het betrokken publiek bestaat uit alle natuurlijke personen, alle rechtspersonen, en alle verenigingen, organisaties of groepen met rechtspersoonlijkheid die de gevolgen ondervinden of kunnen ondervinden van de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van de omgevingsvergunningsvoorwaarden, en alle personen, verenigingen, organisaties of groepen met rechtspersoonlijkheid die belang hebben bij die besluitvorming. Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming, worden altijd geacht een belang te hebben bij die besluitvorming.

Een beslissing over het bijstellen van het voorwerp of de duur van een omgevingsvergunning kan echter niet zomaar genomen worden. Het voorwerp van exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit kan alleen beperkt worden als de risico's en de hinder niet via een bijsturing van de milieuvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau herleid kunnen worden.

En de duur van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit kan alleen beperkt worden als de exploitatie niet meer verenigbaar is met de ruimtelijke bestemming.
In dat geval moet de exploitatie nog minstens 7 jaar vergund blijven.

Bovendien kunnen deze bijstellingen maar om de 20 jaar plaatsvinden.
Ten vroegste 6 maanden voor het verstrijken van elke 20-jarige geldigheidsperiode van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur, zal de overheid namelijk een bekendmaking verrichten waarin zij aangeeft dat het tijdelijk mogelijk is om een verzoek in te dienen tot bijstelling van het voorwerp of van de duur van een specifieke omgevingsvergunning.
Volgens het ontwerp van uitvoeringsbesluit zou de verzoeker maar 30 dagen de tijd krijgen om zo'n verzoek in te dienen, namelijk 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking.

Bijstellen wegens verkaveling

En niet-vervallen omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan bijgesteld worden na de definitieve vaststelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan (rup), op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk was opgenomen in het rup-dossier.
Een niet-vervallen omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan ook bijgesteld worden na verloop van 15 jaar.
De VCRO bevat momenteel al vergelijkbare bepalingen.

Het bestuursorgaan kan in beide gevallen de schorsing bevelen van een verkoop, van een verhuring voor meer dan 9 jaar, en van de vestiging van een recht van erfpacht of opstal op de volledige verkaveling of op een gedeelte ervan.

De eigenaar van een niet-vervallen omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, kan ook altijd zelf om een bijstelling verzoeken van de vergunning, voor zijn deel van de eigendom. Hij moet in dat geval ook de andere eigenaars van de kavel op de hoogte brengen.

Voor de bijstelling van een aspect van de omgevingsvergunning bevat het Omgevingsvergunningsdecreet een specifieke procedure, maar een bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, verloopt volgens de gewone vergunningsprocedure.

Bijstellingsbeslissingstermijn

In principe moet een beslissing over een verzoek tot bijstelling en over een initiatief tot ambtshalve bijstelling genomen worden binnen een termijn van:

105 dagen, als er geen advies van de omgevingsvergunningscommissie nodig is; of

120 dagen, als er wel een advies van de omgevingsvergunningscommissie nodig is.

Die termijnen zijn dezelfde als in de gewone vergunningsprocedure.

De termijn kan van rechtswege één keer verlengd worden met 60 dagen als er toepassing wordt gemaakt van de techniek van de administratieve lus. Bij die techniek kan een administratieve overheid een onregelmatigheid in haar beslissing die zou kunnen leiden tot de vernietiging ervan, alsnog herstellen.

Beroep tegen bijstelling

Tegen een uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van de deputatie over een verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning, kan beroep worden ingesteld bij de deputatie (beslissing van het college), of bij de Vlaamse regering (beslissing van de deputatie). Door het beroep wordt de beslissing geschorst.
Als er binnen de termijn geen beslissing wordt genomen, gaat men ervan uit dat het beroep werd afgewezen, en wordt de beslissing die eerder was genomen, definitief.

In werking?

De Vlaamse overheid wil nog één en ander digitaliseren vooraleer er omgevingsvergunningen worden uitgereikt.

Vandaar dat het Omgevingsvergunningsdecreet pas in werking treedt op een door de Vlaamse regering - artikel per artikel - nog vast te stellen datum. Er moet minstens 1 jaar verlopen zijn tussen de datum van goedkeuring van dat besluit en de eigenlijke datum van inwerkingtreding (art. 397 Omgevingsvergunningsdecreet). Het ontwerp van uitvoeringsbesluit laat alle bepalingen voorlopig ingaan één jaar na publicatie van dat uitvoeringsbesluit (art. 150 ontwerp Omgevingsvergunningsbesluit).

Bron: Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014 (Omgevingsvergunningsdecreet).

Zie ook:
Ontwerp van ?besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning?. VVSG.