Juridisch steekspel rond examens voor verzekeringsagenten en -makelaars

Wie aan verzekeringsbemiddeling wil doen, moet sinds 1 januari 2015 slagen in een examen. Dat staat in een koninklijk besluit van 21 juli 2014. Dat KB was gebaseerd op een wet van 27 maart 1995, maar de bepalingen van die wet werden intussen gedeeltelijk overgenomen door een wet van 4 april 2014 en werden voor de rest opgeheven. De juridische basis voor de omvorming van het vroegere ?met vrucht volgen van een cursus? naar een ?examensysteem? werd mee overgenomen in de wet van 4 april 2014.

Een koninklijk besluit van 19 december 2014 schrapt nu de verwijzingen naar de opgeheven wet van 27 maart 1995 uit het KB op het examensysteem, en vult dat KB aan met verwijzingen naar de nieuwe wet van 4 april 2014.

Veel poeha om niets, want het eindresultaat blijft hetzelfde: om vanaf 1 januari 2015 in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen ingeschreven te kunnen worden en om die inschrijving te kunnen behouden, moet de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon aan diverse voorwaarden voldoen, waaronder over voldoende beroepskennis beschikken. Dat laatste betekent voortaan dat de kandidaat het bewijs van zijn beroepskennis moet leveren, ofwel met bepaalde diploma's en voldoende praktijkervaring, ofwel door te slagen in een examen dat door de FSMA erkend wordt en door voldoende praktijkervaring te bewijzen.

De eis om te slagen in een erkend examen geldt niet voor de personen die op 1 januari 2015 al met vrucht een gespecialiseerde cursus in verzekeringen hadden afgelegd, of voor de personen die zich op 1 januari 2015 al hadden ingeschreven voor een dergelijke cursus.

Het koninklijk besluit van 21 juli 2014 voerde overigens ook een examensysteem in voor bankagenten en bankmakelaars, maar díe rechtsgrond wijzigde niet, zodat het KB van 21 juli 2014 niet hoeft aangepast te worden voor de bemiddelaars uit de banksector.

Bron: Koninklijk besluit van 19 december 2014

Bron: ? tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en

Bron: ? tot opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en

Bron: ? tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten,

Bron: BS 30 december 2014.