Winwinlening voor startende KMO's en zelfstandigen: Vlaamse overheid herziet regels voor belastingkrediet (art. 11-16 en art. 33 PD 2014/2)

Vlaamse startende KMO's en zelfstandigen kunnen via de winwinlening rechtstreeks een beperkt kapitaal lenen bij particulieren. De kredietgever kan elk jaar genieten van een belastingkrediet, gekoppeld aan een eventuele fiscale recuperatie als de kredietnemer het bedrag niet kan terugbetalen.

Via het decreet van 19 december 2014 (PD 2014/2) stemt de Vlaamse overheid de regels voor de toekenning van dit fiscaal voordeel af op de recente verruiming van de fiscale autonomie van de gewesten (zesde staatshervorming).
Ze houdt daarbij ook rekening met de eisen van de Europese Commissie.
De nieuwe regels gelden vanaf het aanslagjaar 2015.

Europese Commissie

Eind 2010 stelde de Europese Commissie dat natuurlijke personen, die in Vlaanderen werken en hun belastbare inkomen grotendeels in België verwerven maar in een andere lidstaat wonen, uitsluiten van de (toenmalige) belastingvermindering voor de winwinlening, strijdig is met het vrije verkeer van werknemers (art. 45, VWEU en art. 28, EER-overeenkomst).

De belasting van niet-inwoners was een federale bevoegdheid.
Maar de ?bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden? voorziet onder meer in een aanpassing van het belastingstelsel van de niet-inwoners, zodat ook gewestelijke belastingregels van toepassing zijn geworden op 'niet-inwoners'.
En ook de ?wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het WIB 1992? heeft een invloed op het stelsel van de winwinlening.

Daarom stemt de Vlaamse overheid via het ?decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014? (PD 2014/2) de regels voor de toekenning van het belastingkrediet (hoofdstuk VI, decreet van 19 mei 2006 over de winwinlening) af op deze twee wetten.

De aanpassingen hebben geen impact op het budget van de winwinlening dat jaarlijks wordt vastgelegd in de begroting van de Vlaamse Regering.

Vormvoorwaarden en voorschriften

Met de winwinlening wil de Vlaamse overheid particulieren fiscaal aanmoedigen om geld ter beschikking te stellen van Vlaamse startende KMO's en zelfstandigen.

Wie als vriend, familielid of kennis gedurende een looptijd van 8 jaar tot 50.000 euro leent aan een Vlaamse startende KMO of zelfstandige, krijgt hierop jaarlijks een belastingkrediet van 2,5%, gekoppeld aan een eventuele fiscale recuperatie als de kredietnemer het bedrag niet kan terugbetalen.

Een kredietnemer kan zo tot 200.000 euro aan winwinleningen aangaan met een maximum van 50.000 euro per kredietgever. In 2015 bedraagt de rentevoet 2,5%.
Kan de kredietnemer het bedrag niet terugbetalen, dan krijgt de kredietgever een eenmalige belastingvermindering van 30% van de hoofdsom van de lening die definitief verloren is gegaan.

In het decreet van 19 december 2014 staat nu ook uitdrukkelijk dat het de Vlaamse Regering is die de vormvoorwaarden en de procedure van registratie en schrapping van de winwinlening bepaalt.
Om van het fiscaal voordeel te kunnen genieten, houdt de kredietgever (vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin een winwinlening is gesloten) het bewijs dat hij in het belastbaar tijdperk een of meer winwinleningen heeft uitstaan, ter beschikking van de federale belastingadministratie.
De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van dit bewijs.

Jaarlijks belastingkrediet

Als de kredietgever onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2 van de bijzondere financieringswet, wordt in zijn voordeel een belastingkrediet toegekend.

Het belastingkrediet wordt berekend op basis van de bedragen die de kredietgever uitgeleend of ter beschikking gesteld heeft in het kader van een of meer winwinleningen.

Het rekenkundig gemiddelde van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk wordt als berekeningsgrondslag van het belastingkrediet genomen.
Die berekeningsgrondslag bedraagt ten hoogste 50.000 euro per belastingplichtige.

Het belastingkrediet bedraagt 2,5% van de berekeningsgrondslag (hetgeen neerkomt op een maximum van 1.250 euro per jaar).

Het belastingkrediet wordt toegestaan voor de looptijd van de winwinlening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de winwinlening werd gesloten.
Het belastingkrediet wordt alleen verleend als de kredietgever per aanslagjaar het bewijs dat hij in het belastbaar tijdperk een of meer winwinleningen had uitstaan, ter beschikking houdt van de federale belastingadministratie.

Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het aanslagjaar waarvoor de bewijslevering ontbreekt, niet correct is, of onvolledig is.

Er is geen mogelijkheid tot overdracht van het gederfde fiscale voordeel naar volgende aanslagjaren.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin:

de kredietgever de winwinlening vervroegd opeisbaar heeft gesteld, of waarin de kredietgever is overleden;

de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

Eenmalig belastingkrediet

Aan de kredietgever wordt een eenmalig belastingkrediet toegekend onder de volgende voorwaarden:

tijdens of binnen maximaal 6 maanden na de looptijd van de lening doet zich een van de volgende gevallen voor: faillissement, kennelijk onvermogen, vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de kredietnemer;

de kredietnemer kan een deel of de hele winwinlening niet terugbetalen;

de kredietgever is onderworpen aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2 van de bijzondere financieringswet;

de kredietgever heeft de winwinlening opeisbaar gesteld.

Het bedrag van de hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan, wordt genomen als berekeningsgrondslag van het eenmalig belastingkrediet.

De berekeningsgrondslag bedraagt ten hoogste 50.000 euro.

Het eenmalig belastingkrediet bedraagt 30% van de berekeningsgrondslag.

Het eenmalig belastingkrediet wordt toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin vaststaat dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de winwinlening definitief verloren is.
De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop bewezen moet worden dat wegens faillissement, kennelijk onvermogen of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de winwinlening definitief verloren is.

Het recht op het eenmalig belastingkrediet wordt bij overlijden van de kredietgever overgedragen aan zijn rechtverkrijgenden. In dat geval zijn de regels voor het eenmalig belastingkrediet (art. 9, decreet van 19 mei 2006, gewijzigd door art. 16, PD 2014/2) van toepassing op de rechtverkrijgenden in de verhouding dat zij de winwinlening hebben verkregen.

Het eenmalig belastingkrediet wordt niet toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

In werking

Deze nieuwe regeling geldt vanaf het aanslagjaar 2015.

Bron: Decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 (PD 2014/2), BS 3 februari 2015 - art. 11 tot en met art. 16 en art. 33.

Zie ook:
- Decreet van 19 mei 2006 betreffende de winwinlening, BS 30 juni 2006.
- Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, BS 28 mei 2014.
- Bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, BS 31 januari 2014; err. BS 5 mei 2014.
- Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (bijzondere financieringswet), BS 17 januari 1989 - titel III/1 ?Gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting?