Methodologie voor kosten-batenanalyse warmtebenutting bij Brusselse installaties met vermogen boven 20 MW

Wie in Brussel een milieuvergunning wil voor een nieuwe of ingrijpend te renoveren installatie met een totaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW, moet een kosten-batenanalyse uitvoeren. Brussels minister van Leefmilieu Fremault legt nu de methodologie voor die analyse vast.

Verplichte kosten-batenanalyse

Voor nieuwe of bestaande ingrijpend te renoveren installaties met een totaal nominaal thermisch inputvermogen van meer dan 20 MW vraagt Brussel een kosten-batenanalyse.

Die verplichting geldt voor

nieuwe installaties voor thermische elektriciteitsopwekking. De analyse dient om de kosten en baten te berekenen van de werking van de installatie als een hoogrenderende warmtekrachtkoppelinginstallatie;

bestaande installaties voor thermische elektriciteitsopwekking die ingrijpend worden gerenoveerd. De analyse dient om de kosten en baten van het ombouwen tot hoogrenderende warmekrachtkoppelinginstallatie te berekenen;

nieuwe of ingrijpend te renoveren industriële installaties die afvalwarmte op een bruikbare temperatuur genereren. De analyse berekent de kosten en baten van het gebruik van afvalwarmte om te voldoen aan een economisch aantoonbare vraag naar warmte (onder meer door warmtekrachtkoppeling) en van de aansluiting van die installatie op een stadsverwarmings en ?koelingsnetwerk;

nieuwe stadsverwarmings- of koelingsnetwerken of nieuwe energieproductie-installaties in een bestaand stadsverwarmings- of koelingsnetwerk. Een analyse is ook nodig bij ingrijpend te renoveren bestaande installatie. De analyse berekent de kosten en de baten van het gebruik van afvalwarmte uit nabijgelegen industriële installaties.

Vergelijking

Bij een installatie voor de productie van alleen elektriciteit of een installatie zonder warmteterugwinning vergelijkt men in de kosten-batenanalyse de geplande installatie of de geplande renovatie met een gelijkwaardige installatie die dezelfde hoeveelheid elektriciteit of proceswarmte produceert, maar de afvalwarmte terugwint en warmte levert door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en/of stadsverwarmings- en koelingsnetten.

Methodologie

Brussel legt nu de methodologie vast voor de kosten-batenanalyse.

De kosten-batenanalyse bestaat uit een financiële analyse van cashflows.

De voor te stellen financiële indicatoren zijn de netto-contante waarde (NCW), het interne rendementspercentage (IRR) en de geactualiseerde terugverdientijd. Dat laatste geeft aan hoe lang het duurt voordat de voorziene kasstromen de oorspronkelijke investering rentabiliseren.

Die drie financiële indicatoren worden zowel voor het betrokken project als voor de alternatieven voorgesteld.

De indicatoren worden berekend op basis van een aantal posten. Zij worden jaar na jaar voorgesteld over een periode van 30 jaar. De posten zijn:

de CAPEX: dat zijn de kasstromen die verband houden met de investeringsuitgaven;

de OPEX: dit zijn de kasstromen die verband houden met de exploitatiekosten (bv. onderhoudskosten, kosten voor toevoer van warmte en elektriciteit); en

de exploitatieopbrengsten. Bijvoorbeeld de verkoop van elektriciteit of brandstof, de vermeden kosten op de aankoop van elektriciteit of brandstof en de steunmaatregelen voor de energieproductie, zoals groenestroomcertificaten.

Alle hypothesen die gebruikt worden om de vergelijkende analyse uit te voeren moeten gedetailleerd weergegeven worden. In de nota staan alle technische en economische elementen waarmee de bedragen die nodig zijn voor de analyse kunnen worden berekend. Onder de technische elementen vallen bv. het primair, thermisch en elektrisch vermogen, het elektrisch, thermisch rendement, de netverliezen en de distributieverliezen. Bij de economische elementen gaat het onder meer over de inputkosten en de restwaarde van de installatie.

De bestudeerde alternatieven moeten rekening houden met de warmtebehoeften in een minimale straal van 1 km rond de installatie.

Projectuitvoering

Het project dat als beste uit de vergelijking komt - zowel op het vlak van de NCW, het IRR als de geactualiseerde terugverdientijd - wordt uitgevoerd. Maar wel alleen maar wanneer de NCW hoger is dan nul.

Als de vergeleken projecten tegenstrijdige resultaten geven, afhankelijk van de indicator NCW of IRR, wordt het project met de hoogste NCW uitgevoerd.

Let op. De investeringsbeslissing kan afwijken van die rangregeling. Maar dan moet dit uitdrukkelijk gemotiveerd worden en voldoende worden beargumenteerd tijdens de milieuvergunningsprocedure. Alleen wettelijke, eigendomsrechtelijke of financiële redenen kunnen een afwijkende investeringsbeslissing rechtvaardigen.

Inwerkingtreding

Het nieuwe MB van 27 maart 2015 treedt in werking op 28 mei 2015.

Bron: Ministerieel besluit van 27 maart 2015 betreffende de methodologie voor de uitvoering van de kosten-batenanalyse in het kader van de toekenning van de milieuvergunning, BS 18 mei 2015

Zie ook:
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2013 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies, art. 3
Richtlijn 2012/27/EU van 25 oktober 2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG, art. 14