Veiligheidsvoorschriften voor het sluiten van kerncentrales

De federale regering heeft veiligheidsvoorschriften afgekondigd voor kerninrichtingen van klasse I die 'buiten bedrijf' worden gesteld. En dit zowel voor de installaties die onmiddellijk ontmanteld worden, als voor de installaties die op een latere datum ontmanteld zullen worden, maar waar de activiteiten nu al worden stopgezet.

De veiligheidsvoorschriften voor buitenbedrijfstelling worden ingevoegd in het bestaande KB op de veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties.

Voor kerninstallaties van klasse I

De nieuwe veiligheidsvoorschriften zijn van toepassing op alle klasse I-inrichtingen. Dat zijn de:

kernreactoren;

inrichtingen waar splijtstoffen worden aangewend of in het bezit worden gehouden in hoeveelheden die groter zijn dan de helft van de minimale kritieke massa;

inrichtingen waar bestraalde kernbrandstoffen worden opgewerkt;

inrichtingen waar radioactieve afvalstoffen worden verzameld, verwerkt, geconditioneerd, opgeslagen, of op een andere manier worden behandeld, als dat de belangrijkste activiteit van de onderneming is; en

bergingsplaatsen van radioactieve afvalstoffen (art. 3.1, a) van het Arbis).

Niet meer in bedrijf

Het koninklijk besluit omschrijft een buitenbedrijfstelling van een klasse I-inrichting als het geheel van technische en administratieve verrichtingen die ondernomen worden om een einde te stellen aan de activiteiten die vergund waren in een inrichting, en om aan die inrichting of aan een deel ervan, een andere bestemming te geven, al dan niet onderworpen aan de regels op de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid.

De buitenbedrijfstelling bevat 4 fazen:

de beslissing tot stopzetting van de activiteiten, die gemeld moet worden aan de veiligheidsautoriteit FANC of Bel V;

de eigenlijke stopzetting van de activiteiten;

de onmiddellijke of uitgestelde ontmanteling van de installaties; en

de herindeling van de inrichting of installaties.

Verplichtingen van de exploitant

Naargelang de fase van buitenbedrijfstelling, heeft de exploitant andere verplichtingen. Zoals een verplichting om de beslissing tot stopzetting van de activiteiten te melden aan de veiligheidsautoriteit, met extra vermeldingen ingeval van een uitgestelde ontmanteling.
De exploitant moet een veiligheidsrapport opstellen met uitbatingslimieten en uitbatingsvoorwaarden. Hij moet dat rapport actualiseren bij elke wijziging van de systemen, structuren of componenten die relevant zijn voor de nucleaire veiligheid en bij elke wijziging van veiligheidsklasse. En hij moet het rapport archiveren op een plaats waar het dossier voortdurend geraadpleegd kan worden.

De exploitant moet het bewijs leveren dat de ontsmettings- en ontmantelingstechnieken die aangewend zullen worden haalbaar, veilig en doeltreffend zijn. Als het om een nieuwe techniek gaat, moet hij eerst een kwalificatieprogramma met risicoanalyse laten uitvoeren.

De radioactieve stoffen en het radioactieve afval moeten gekarakteriseerd worden. Dat wil zeggen dat hun fysische, chemische, en radiologische kenmerken bepaald moeten worden. En er moet een beheersoplossing voor uitgewerkt worden.

De exploitant moet veiligheidsrapport opstellen voor de eigenlijke ontmanteling. Hij moet het onderhouds- en toezichtsprogramma permanent bijwerken.

En hij moet het interne noodplan aanpassen. Merkwaardig is dat het KB niets zegt over het externe noodplan. Het KB bevat geen verplichting om de provinciegouverneur op de hoogte te brengen, zodat die het externe noodplan kan aanpassen...
Tot slot moet de exploitant nog de eindtoestand karakteriseren en het finale ontmantelingsrapport opstellen.

Sinds 1 januari

Het koninklijk besluit dat de veiligheidsvoorschriften voor de kerninstallaties aanvult met voorschriften voor de buitenbedrijfstelling ervan, treedt 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 7 september 2015.
Het KB is echter van toepassing op de buitenbedrijfstelling van alle klasse I-inrichtingen waarvoor er na 31 december 2014 een vergunningsaanvraag voor ontmanteling werd of wordt ingediend.
Het KB maakt wel een uitzondering voor de installaties die louter bestemd zijn voor de eindberging van radioactief afval.

Met dit koninklijk besluit geeft de federale regering uitvoering aan artikel 8bis van de Europese richtlijn 2009/71. Dat artikel eist dat de lidstaten een veiligheidskader opstellen voor het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering én de buitenbedrijfstelling van kerninstallaties.

Bron: Koninklijk besluit van 10 augustus 2015 tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties met voorschriften betreffende de buitenbedrijfstelling van kerninstallaties, BS 28 augustus 2015.