Ingroeibanen voor jongeren uit risicogroepen

Werkgevers moeten 0,1% van de loonmassa besteden aan de integratie van risicogroepen. Een vierde daarvan - 0,025% - moet men gebruiken om jongeren onder de 26 jaar die tot risicogroepen behoren, in te schakelen. Maar tijdens de begrotingscontrole van maart 2015 heeft de federale regering beslist om dat deel te verhogen tot 0,05%.

Dat voornemen wordt nu bevestigd door een KB van 23 augustus 2015. Daartoe wordt het basis-KB van 26 november 2013 aangevuld. Voor de omschrijving van de specifieke risicogroepen verwijst men nog steeds naar dezelfde tekst.

Men heeft het voortaan ook expliciet over een ?aanbod van ingroeibanen? om de inspanningen voor jongeren te concretiseren.

De instellingen die op het niveau van de sector verantwoordelijk zijn voor de projecten moeten nu al voor elk project een of meer partnerschapsakkoorden afsluiten met ondernemingen, onderwijs- of opleidingsinstellingen, en al dan niet met gewestelijke bemiddelings- of opleidingsdiensten. Het gaat om één van de voorwaarden die gekoppeld zijn aan de toekenning van extra middelen.

Het nieuwe KB voegt daar nu dus aan toe dat het project rechtstreeks of onrechtstreeks moet leiden tot werk voor jongeren via het aanbod van ingroeibanen.

Een 'ingroeibaan' wordt omschreven als de combinatie op de werkplek van een praktijkopleiding met een werkervaring. Dit kan via:

een arbeidsovereenkomst;

een startbaanovereenkomst;

een individuele beroepsopleiding in de onderneming;

een instapstage;

elke andere vorm van combinatie op de werkplek van een praktijkopleiding en werkervaring geregeld door een normatief kader op het federale, gewestelijke of gemeenschapsniveau.

Zoals bekend wordt het engagement voor risicogroepen geconcretiseerd in cao's voor risicogroepen op sectorniveau, telkens voor een periode van 2 jaar. Dat gebeurt op basis van een interprofessioneel akkoord of een regeringsbeslissing.

In dit geval gaat het ? zo blijkt ook uit de aanhef van het nieuwe KB ? om de voorwaarden voor de toekenning van bijkomende financiële middelen voor sectoren die binnen een geldige cao voor de periode 2015-2016 bijkomende projecten uitwerken voor jongeren die tot de risicogroepen behoren. De verdubbeling van de inspanning en de invulling via ingroeibanen gelden niet voor projecten die in 2013 en 2014 werden aangevraagd.

De uiterste datum van indiening voor de financieringsaanvragen van bijkomende projecten is 1 oktober 2015, zo blijkt uit de aanhef, ook al had de Nationale Arbeidsraad (NAR) omwille van praktische overwegingen gevraagd om te voorzien in een ruimere marge.
De paritaire comités hebben dus maar tot en met 1 oktober 2015 de tijd om de FOD Werkgelegenheid een aanvraag te bezorgden voor de periode 2016-2017. Enkel paritaire comités die voldoende investeren in ingroeibanen kunnen nog bijkomende financiële middelen ontvangen.

Tot slot bevat het nieuwe KB een termijnbepaling: 'vóór 1 december van het kalenderjaar volgend op de uiterste indieningsdatum'. Die geldt voortaan bijvoorbeeld voor de indiening van het tussentijds verslag.

Het wijzigings-KB van 23 augustus 2015 treedt in werking op 31 augustus 2015. Dat is de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 november 2013 tot uitvoering van artikel 191, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, BS 31 augustus 2015

Zie ook:
Nationale Arbeidsraad (NAR), advies nr. 1.954 van 14 juli 2015, ?Risicogroepen - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 november 2013 tot uitvoering van artikel 191, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen?