Bijzondere liquidatiereserve voor KMO's: aangifteformulieren in het Staatsblad

De belastingadministratie heeft de modellen van de aangifteformulieren voor de 'bijzondere aanslag van de liquidatiereserve' voor KMO's gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 september 2015.

Bijzondere liquidatiereserve

De Programmawet van 10 augustus 2015 heeft een overgangsmaatregel ingevoerd waardoor KMO-vennootschappen toch nog hun winsten verbonden aan de aanslagjaren 2013 en 2014 kunnen opnemen in een 'bijzondere' liquidatiereserve.
Ook deze 'bijzondere' reserves zullen de KMO's - mits ze onmiddellijk een 'anticipatieve heffing' van 10% betalen - later als liquidatiebonus kunnen uitkeren zonder liquidatieheffing, of als het om een andere uitkering als dividend gaat, aan een (bijkomend) tarief van 15% of 5% (afhankelijk van het tijdstip waarop de liquidatiereserves zijn aangelegd).

Betaling bijzondere heffing

De KMO-vennootschappen moeten de bijzondere aanslag van 10% betalen:

tegen 30 november 2015 voor de reserve die betrekking heeft op de winst van het boekjaar 2012 (aanslagjaar 2013),

tegen uiterlijk 30 november 2016 als het gaat om de reserve die betrekking heeft op de winst van het boekjaar 2013 (aanslagjaar 2014).

De bijzondere aanslag moet betaald worden op volgend rekeningnummer:
BE79 6792 0022 1033, PCHQ BE BB van het Inningscentrum - sectie roerende voorheffing
Koning Albert II-laan 33 bus 42
1030 BRUSSEL

Bij de betaling moet de KMO-vennootschap volgende gegevens vermelden:

haar ondernemingsnummer;

de vermelding ?Art. 541, WIB 1992?, en

de vermelding ?Aanslagjaar 2013?.

Bijzondere aangifte indienen

Uiterlijk op de datum van de betaling van de bijzondere heffing moet de KMO-vennootschap bij de bevoegde dienst van de administratie die belast is met de inning en invordering, de 'aangifte van de bijzondere aanslag van de liquidatiereserve' indienen.
Het model van die aangifte varieert naargelang de reserve betrekking heeft op de winst van het boekjaar 2012 (opgave 275A-Bijz.-aj. 2013), of op de winst van het boekjaar 2013 (opgave 275A-Bijz.-aj. 2014).

Op de 'aangifte van de bijzondere aanslag van de liquidatiereserve' moet de KMO-vennootschap telkens volgende gegevens vermelden:

haar ondernemingsnummer, rechtsvorm, benaming en adres van de maatschappelijke zetel;

de belastbare grondslag en het bedrag van de bijzondere aanslag;

een verklaring dat ze aan alle voorwaarden van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen voldoet voor het betrokken boekjaar, en

een verklaring dat de vermeldingen op de aangifte juist en echt zijn.

Een persoon die wettelijk bevoegd is om de vennootschap te verbinden, of de lasthebber van de vennootschap, moet de aangifte ondertekenen en dateren.

De bijzondere aangifte kan elektronisch ingediend worden:

via de online-toepassing ?Rv-on-web? die toegankelijk is via de portaalsite van de FOD Financiën www.financien.belgium.be, onder de rubriek E-services, of

via de website www.rv-on-web.be.

De bijzondere aangifte op papier moet verstuurd worden naar:
Inningscentrum - Sectie roerende voorheffing
Koning Albert II-laan 33 bus 42
1030 BRUSSEL
Tel. 0257/631.80
Fax 0257/995.11
CPIC.PRMRV@minfin.fed.be

De KMO-vennootschap moet ook een kopie van de bijzondere aangifte voegen bij haar Ven.B-aangifte voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belasbaar tijdperk waarin de bijzondere heffing werd betaald.

In werking

Het KB van 18 september 2015 treedt in werking op 5 oktober 2015.

Het bevat in bijlage de modellen van de aangifteformulieren voor de bijzondere aanslag bedoeld in artikel 541 van het WIB 1992.

Bron: Koninklijk besluit van 18 september 2015 tot vaststelling van de modellen van de aangifteformulieren voor de bijzondere aanslag bedoeld in artikel 541 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 25 september 2015.

Zie ook:
- Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 1992) - art. 541
- Programmawet van 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015 (art. 77-83)
- Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014 (art. 41-50)
- Programmawet van 28 juni 2013, BS 1 juli 2013 (art. 3 a) en art. 5, a) en art. 7, vierde lid)