Minimumvergoeding voor advocaat-stagiair stijgt

De Orde van de Vlaamse Balies heeft in de loop van 2015 een aantal wijzigingen aan de deontologie voor advocaten aangenomen. Die worden nu gebundeld gepubliceerd. Opvallende nieuwigheid is de hogere minimumvergoeding voor stagiairs en de komst van een ombudsdienst voor consumentengeschillen tussen advocaten en cliënten. Daarnaast is er nu ook een specifieke regeling voor de opvolging van advocaten bij juridische tweedelijnsbijstand.

Stage

De advocaat-stagiair moet gedurende de volledige stageduur een stagemeester hebben. Dat staat nu expliciet in de deontologie. De stageduur blijft op drie jaar.

De stagemeester moet - net als vroeger - een verslag over de stage neerleggen bij de stagecommissie. Nu wordt verduidelijkt dat dit onmiddellijk moet gebeuren, bij het einde van de stage die de stagiair bij de stagemeester heeft doorlopen. Tot nu luidde het dat de stagemeester een eindverslag moest neerleggen bij het einde van de stage.

De minimale maandelijkse vergoeding die een stagiair van zijn stagemeester moet krijgen, stijgt. Tot 1.350 euro voor het eerste stagejaar en tot 1.900 vanaf het tweede stagejaar. Tot nu ging het om minimaal 1.300 euro en 1.850 euro. De nieuwe bedragen gelden vanaf 1 september 2015.

Opvolging van advocaten

Voortaan staat er in de deontologie ook een regeling voor de opvolging van advocaten bij een juridische tweedelijnsbijstand. Zowel bij de 'gewone' bijstand als bij de bijstand in het kader van Salduz. De opvolgingsregels zijn strikter dan voor een gewone opvolging.

De advocaat die werkt in het kader van een juridische tweedelijnsbijstand mag opgevolgd worden door een advocaat die ook wil optreden in dit kader, maar enkel onder strikte voorwaarden.

Is er een vertrouwensbreuk of een andere ernstige reden in hoofde van de cliënt ten opzichte van de advocaat die het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB) of de stafhouder heeft aangesteld, dan meldt de cliënt, de kandidaat-opvolgende advocaat of de stafhouder dat aan de aangestelde advocaat. Schriftelijk of elektronisch én gemotiveerd. Die melding gaat ook naar het BJB dat de advocaat heeft aangesteld. In de melding wordt meteen ook gevraagd om een opvolger aan te stellen.

De aangestelde advocaat wordt gevraagd om binnen twee werkdagen - of bij hoogdringendheid per kerende - aan het BJB te melden of hij bezwaren heeft tegen de opvolging. Een kopie van dit antwoord gaat ook naar de advocaat die om opvolging vraagt.

Heeft de aangestelde advocaat geen bezwaar tegen een opvolging dan staat het BJB de opvolging toe. De opgevolgde advocaat wordt ontheven van zijn opdracht. Het BJB brengt de opvolgende advocaat en de rechtzoekende op de hoogte.

Heeft de aangestelde advocaat wel bezwaar tegen de opvolging, dan gaat de opvolging voorlopig niet door. De partij die om opvolging vraagt wordt hierover ingelicht. Na een eventuele toelichting kan de BJB-voorzitter - nadat hij de op te volgend kandidaat heeft gehoord - alsnog tot ontheffing overgaan, als hij toch een vertrouwensbreuk of andere ernstige reden vaststelt.

Een nieuwe aanstelling kan pas wanneer het BJB - dat de initiële aanstelling heeft gedaan - de ontheffing van de oorspronkelijk aangestelde advocaat heeft goedgekeurd. De aanstelling van de opvolgende advocaat gebeurt door hetzelfde of een ander BJB (al naargelang de balie waartoe de opvolgende kandidaat behoort). Zolang de eerste advocaat geen ontheffing krijg, blijft die aangesteld.

De opvolging heeft ook gevolgen voor de vergoeding van de advocaten. De punten worden verdeeld tussen de opgevolgde advocaat en de opvolger, naargelang de effectief door hen verleende prestaties. Het totaal van hun punten mag het maximum van de in de nomenclatuur vastgelegde punten niet te boven gaan.

Bij een dossier waarin de advocaat is aangesteld onder gedeeltelijke kosteloosheid moet de provisie zo verdeeld worden dat het bedrag ervan de waarde van de aan de opgevolgde advocaat toegekende punten niet overschrijdt. Bij onenigheid hierover tussen de opgevolgde en opvolgende advocaat beslist de voorzitter van het BJB van de opgevolgde advocaat.

Betaling aan Orde

Elke advocaat betaalt een bijdrage aan de Orde van Advocaten waar hij is ingeschreven op het tableau of op de lijst van stagiairs.

Tot nu had een stagiair die werd weggelaten van de lijst van stagiairs of die zijn stage onderbreekt om een andere reden dan een overstap naar een ander balie geen recht op teruggave van het betaalde bedrag. Die regel wordt geschrapt.

Ombudsdienst

Er komt een Ombudsdienst Consumentengeschillen Advocatuur, kortweg OCA. Hij wordt opgericht binnen de Orde van de Vlaamse Balies.

De ombudsdienst staat in voor de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen - tussen consumenten en hun advocaat. Geschillen worden er opgelost volgens de procedures en termijnen die van toepassing zijn op consumentengeschillen.

Een advocaat is niet verplicht om met de OCA te werken bij een consumentengeschil met een cliënt. Kiezen voor de OCA belet niet dat nog een rechtsvordering kan ingesteld worden. De advocaat kan zich ook altijd uit de procedure terugtrekken.

De advocaat kan binnen zijn kantoor ook een eigen klachtendienst organiseren. Heeft hij zo'n dienst dan moet hij dat melden in zijn algemene voorwaarden en op zijn website. 

Hij vermeldt er duidelijk dat

de cliënt rechtstreeks bij de advocaat een klacht kan indienen of informatie kan vragen over de dienstverleningsovereenkomst met de advocaat;

de advocaat zo snel mogelijk op klachten zal reageren en alles zal doen om een bevredigende oplossing uit te werken.

Hij vermeldt er ook alle nutigge informatie over zijn klachtendienst, waaronder onder meer zijn telefoon- en faxnummer en zijn elektronisch adres. En tot slot meldt hij ook of hij - als er geen vergelijk met de cliënt mogelijk is - een beroep zal doen op de OCA. Is dat het geval dan bezorgt hij de consument hierover de nodige informatie.

Permanente vorming

Een advocaat moet zich permanent bijscholen. Dat is niet alleen een deontologische plicht maar sinds kort ook een wettelijke verplichting. Permanente vorming is immers één van de voorwaarden om te kunnen spreken van een vrij beroep.

Per gerechtelijk jaar moet de advocaat 16 permanente vormingspunten verzamelen met maximaal 8 niet-juridische punten en maximaal 8 punten voor seminaries, studiedagen of uiteenzettingen die binnen samenwerkingsverbanden, kantoororganisaties of gezamenlijk door advocaten georganiseerd worden en niet toegankelijk zijn voor andere confraters.
Tot nu stond er in de deontologie ook dat maximaal tien punten konden behaald worden op basis van permanente vormingen die volgens de regels van buitenlandse balies zijn erkend. Die bepaling is geschrapt.

Erkenningscommissie permanente vorming

De deontologie bepaalt voortaan uitdrukkelijk dat de voorzitter van de erkenningscommissie permanente vorming ? opgericht bij de Orde van Vlaamse Balies ? enkel stemrecht heeft bij staking van stemmen. Zijn stem is in dat geval doorslaggevend. Die functie wordt trouwens uitgeoefend door de bestuurder van het departement 'permanente vorming' van de Orde.

De erkenningscommissie beslist welke vormingsactiviteiten een erkenning krijgen als permanente vorming en voor hoeveel punten. Ze hanteert steeds dezelfde criteria, ongeacht of ze over de erkenningsvraag beslist voor of na de vorming.

Er zijn drie criteria waarmee ze rekening houdt in haar beslissing:

advocaten, academisch geschoolde juristen of personen met een beroep dat aantoonbaar direct relevant is voor het beroep van advocaat zijn de hoofddoelgroep van de vormingsactiviteit;

de activiteit is toegankelijk voor advocaten;

de activiteit heeft een voldoende en aantoonbare juridische - of andere direct relevante - toegevoegde waarde voor het advocatenberoep.

Organisatie van of deelname aan een activiteit die vooral een netwerkactiviteit is, kan geen permanente vorming zijn.

Organisatoren van een vormingsactiviteit bezorgen de erkenningsaanvraag minstens een maand voor de datum van de activiteit aan de commissie. Tot nu moest dat minstens zes weken op voorhand zijn.

Een aanvraag is pas ontvankelijk als de organisator een vergoeding heeft betaald aan de Orde van de Vlaamse Balies. Gelijk aan één keer het volledige inschrijvingsrecht of de deelnameprijs van een potentiële deelnemer. Met een minimum van 25 euro en een maximum van 695 euro. Tot nu lag het te betalen minimum een stuk hoger, namelijk op 110 euro.

Toepassing

De wijzigingen aan de deontologie zullen toegepast worden vanaf 1 januari 2016. Tenzij er binnen die termijn een vernietigingsvordering van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie is ingesteld. Dan kan de toepassing uiteraard langer op zich laten wachten. Tot er een uitspraak is.

Let ook op. De stijging van de minimale vergoeding voor stagiairs is in werking getreden op 1 september 2015.

Bron: Wijziging van de Codex Deontologie voor Advocaten van 24 juni 2014, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 september 2014, BS 30 september 2015

Zie ook:
Codex Deontologie voor Advocaten