Ook referendarissen en parketjuristen kunnen werken na 65 (art. 78 en 79 Wet Burgerlijk Procesrecht)

Referendarissen bij het Hof van Cassatie en referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken kunnen werken tot ze 70 worden. Nu moesten ze verplicht met pensioen op hun 65. Ander gerechtspersoneel mocht al eerder werken tot na hun 65. Nu komt er wel een grens op hun actieve loopbaan. Ze kunnen werken tot hun 70ste.

Referendarissen en parketjuristen

Referendarissen bij het Hof van Cassatie en referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken hoeven niet meer op hun 65 met pensioen te gaan. Ze kunnen voortaan werken tot hun 70ste.

Het is de minister van Justitie die het personeelslid - op zijn eigen verzoek - kan toestaan om langer te werken. En dit voor telkens maximaal één jaar. Tot de referendaris of parketjurist uiteindelijk dus 70 jaar wordt.

Door deze wijziging worden de referendarissen en parketjuristen op dezelfde manier behandeld als het andere gerechtspersoneel, zoals bijvoorbeeld de griffiers, de secretarissen van de parketten en het personeel van de griffies en parketsecretariaten. Zij kunnen al sinds 2014 in dienst blijven na hun 65ste. Voortaan staat er wel een grens op hun actieve loopbaan. Ze kunnen aan de slag blijven tot ze 70 worden.

Personeel van steundiensten

Ook de personeelsleden van de steundiensten worden opgenomen in de nieuwe pensioenregeling. Waardoor zij voortaan ook tot hun 70ste kunnen werken. Als ze dat willen.

Inwerkingtreding

De artikelen 78 en 79 van de wet van 19 oktober 2015 treden in werking op 1 november 2015.

Bron: Wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015 (art. 78 en 79 Wet Burgerlijk Procesrecht)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 397bis)
Wet van 17 juli 1984 houdende bepaalde maatregelen van aard tot vermindering van de gerechtelijke achterstand, art. 14