Minder geld voor ziekenhuisverblijf pas bevallen vrouwen

De ziekenhuisfinanciering wordt aangepast. Meest opvallende verandering is dat ziekenhuizen met een materniteit minder geld krijgen voor het verblijf van pas bevallen vrouwen. Alle ziekenhuizen krijgen wel extra geld voor de registratie van hun drug- en alcoholbehandelingen.

Materniteiten

Ziekenhuizen met een materniteit krijgen in 2015 minder geld dan vroeger. In totaal daalt onderdeel B2 van hun budget met bijna 19 miljoen euro.
De vermindering wordt berekend in functie van de verblijfsduur bij vaginale bevallingen (APR DRG 560) en bevallingen met een keizersnede (APR DRG 540), voor de ernstgraden 1 en 2.

Bij de verdeling van de vermindering onder de verschillende ziekenhuizen houdt men rekening met het verschil tussen de gefactureerde verblijfsduur voor dit soort bevallingen en de gestandaardiseerde verblijfsduur verminderd met een halve dag.

Registratie drug- en alcoholbehandelingen

Ziekenhuizen zijn sinds begin 2015 verplicht om hun drug- en alcoholbehandelingen te registreren. Ze registreren zowel een aantal administratieve als enkele medische gegevens. De geregistreerde behandelingsaanvragen zijn bestemd voor de FOD Volksgezondheid. Vandaar uit gaan ze naar het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid dat ze verder doorstuurt naar het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving.

De ziekenhuizen krijgen nu extra geld voor deze registratie. Via onderdeel B4. Voor alle ziekenhuizen samen is er een budget voorzien van 360.000 euro.

Hoeveel elk ziekenhuis krijgt, hangt af van

het aantal opnames dat in de minimale ziekenhuisgegevens van het ziekenhuis is geregistreerd voor een hoofddiagnose die valt onder een van de codes voor alcoholgebruik, voor geneesmiddelengebruik of voor gebruik van illegale drugs van de ICD-9 (Internationale Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems 9th Revision) van de Wereldgezondheidsorganisatie;

het aantal opnames dat in de minimale psychiatrische gegevens van het ziekenhuis is geregistreerd voor een hoofddiagnose die valt onder een van de codes voor alcoholgebruik, voor geneesmiddelengebruik of voor het gebruik van illegale drugs van de DSM IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition) van de American Psychiatric Association.

Voor de verdeling van het bedrag voor 2015 wordt er gekeken naar de opnames die geregistreerd zijn voor het jaar 2011.

Het forfait voor 2015 geldt voor een periode van drie jaar. Het wordt om de drie jaar herberekend. Op basis van de recentste gegevens die geregistreerd werden in de minimale ziekenhuisgegevens en de minimale psychiatrische gegevens waarover de FOD beschikt op het moment van de herberekening.

Bij ziekenhuizen die hun gegevens niet doorspelen aan de FOD, wordt het forfait gerecupereerd.

Intrestvoet kortetermijnkredietlasten

Onderdeel A2 van het budget dekt de financiële lasten van de kortetermijnkredieten die nodig zijn om de normale werking van het ziekenhuis te verzekeren. De intrestvoet die gebruikt wordt om dat deel van het budget te berekenen, bedraagt voor dienstjaar 2015 3,68 procent. Dat is evenveel als voor dienstjaar 2014.

Daghospitalisatie

De huidige verdeelregels die bestaan voor de miniforfaits in daghospitalisatie blijven verder gelden tot eind juni 2015.

Proefstudies

Algemene ziekenhuizen die meewerken aan de realisatie van proefstudies (over bv. het ziekenhuisbeheer of de kwaliteit van de ziekenhuiszorgen) kunnen daar via onderdeel B4 extra geld voor krijgen. Het budget dat voor die soort proefstudies wordt uitgetrokken stijgt met 1.475.000 euro.

Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 12 oktober 2015 treedt in werking op 1 januari 2015.

Bron: Koninklijk besluit van 12 oktober 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, BS 23 oktober 2015