Brussel legt basis voor eigen dienstencheques

Bij de uitvoering van de zesde staatshervorming werd het stelsel van de dienstencheques geregionaliseerd. De eigenlijke bevoegdheidsoverdracht vond plaats op 1 juli 2014, maar in de praktijk zal de RVA het beheer van het systeem tot 31 december 2015 voortzetten.

De Brusselse regering zet nu stappen om de nieuwe bevoegdheid vanaf 1 januari 2016 ten volle uit te oefenen.

3 aanpassingen

Uit een advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijkt dat de overheid wil zorgen voor rechtszekerheid bij operatoren die een offerte willen indienen voor het uitgeven en drukken van dienstencheques in het gewest.

Het gaat om 3 aanpassingen van het KB op de dienstencheques:

Het begrip van gebruiker van dienstencheques wordt territoriaal beperkt tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De definitie van erkende onderneming wordt herzien, zodat de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgegeven dienstencheques enkel gebruikt kunnen worden bij ondernemingen die door de gewestelijke overheden zijn erkend.

Het ingewikkelde systeem van voorschotten dat gebaseerd is op het aantal uitgegeven cheques en dat de RVA gebruikt voor de terugbetalingen van de erkende ondernemingen, wordt afgeschaft.

Hoofdverblijfplaats

Het besluit van 1 oktober 2015 voegt een nieuwe omschrijving in: de 'woonplaats van de gebruiker'. Binnen de Brusselse regeling betekent dat dat de hoofdverblijfplaats gevestigd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Met een verwijzing naar de wet op de bevolkingsregisters. Die omschrijft de ?hoofdverblijfplaats? als de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft.

Ook voor de 'mindervalide gebruiker' en de 'gebruiker met een mindervalide kind ten laste' wordt verwezen naar een hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het gaat hier dus om personen die in het gewest in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, en die er hun hoofdverblijfplaats hebben. 'Secundaire ingezetenen', studenten en Vlaamse en Waalse pendelaars voldoen niet aan die omschrijving.
Met die ingreep wil de regering garanderen dat de consumptiesubsidie, die via de uitgifte van dienstencheques wordt toegekend, ten goede komt aan de Brusselse gebruiker, zo blijkt uit het advies.

Let op! De personen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verblijven en vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters omwille van hun diplomatieke onschendbaarheid of hun bijzonder statuut, worden gelijkgesteld. Zij kunnen dus ook Brusselse dienstencheques gebruiken.

Thuishulp

Zoals bekend, zijn dienstencheques een betaalmiddel waarmee particuliere gebruikers een werknemer van een erkend bedrijf kunnen betalen voor huishoudelijk werk thuis.

Bij de omschrijving van wat dat precies betekent - 'thuishulp van huishoudelijke aard' - wordt ook verwezen naar het Brussels grondgebied, namelijk: activiteiten ten gunste van particulieren 'van wie de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is'.
Er is dus geen sprake meer van personen die in België woonachtig zijn, voor wat betreft de Brusselse regeling.

De erkende onderneming moet erkend zijn door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Maar de erkenningen die ondernemingen al van de federale overheid hebben gekregen, zullen wel automatisch geldig blijven in de 3 gewesten. En de erkenningen die de gewesten vanaf 1 januari 2016 verlenen, zullen ook automatisch geldig zijn in de andere gewesten, conform het protocolakkoord dat tussen de deelstaten werd gesloten.

Uitgiftebedrijf

De Brusselse regering bepaalt het bedrag van de tussenkomst die wordt toegekend aan het aangewezen uitgiftebedrijf.

Om de overheidsopdracht met voldoende middelen aan te vatten, stort de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel bij de start eenmalig een vast forfaitair bedrag van 10 miljoen euro als voorschot aan het uitgiftebedrijf. Dat gebeurt op voorlegging van een specifieke factuur opgemaakt door dit bedrijf, zo blijkt uit het besluit van 1 oktober 2015.

Daarna zullen de stortingen gebeuren op basis van facturen die de erkende ondernemingen met het oog op een terugbetaling indienen. De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel betaalt aan het uitgiftebedrijf de facturen met betrekking tot de dienstencheques uit, op grond van het aantal dienstencheques dat door de erkende ondernemingen voor terugbetaling werd ingediend.

Maandelijks licht het uitgiftebedrijf het bestuur in over het aantal gevalideerde en aan de erkende onderneming terugbetaalde dienstencheques. Dat gebeurt aan de hand van een geïnformatiseerde overzichtslijst, opgesplitst volgens de hoofdverblijfplaats van de gebruiker.

In werking

De nieuwe regels zullen pas in werking treden op 1 januari 2016. Maar de bepaling die de overdracht van middelen door de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel regelt, treedt wel retroactief in werking op 1 oktober 2015.

Bron: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 oktober 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 12 november 2015