Systeem van overuren in de horeca wordt uitgebreid (art. 31-38 DB Sociaal)

Het plan van aanpak voor de horecasector voorziet in een registratieplicht met een geregistreerde kassa - de zogenaamde 'witte kassa' - en bijkomende lastenverlagingen voor de sector. De uitbreiding van het systeem van overuren is één van die bijkomende maatregelen.

De maximumgrens van 143 overuren die niet moeten worden ingehaald in de horecasector, wordt opgetrokken tot 300 uren, en zelfs tot 360 uren voor de horecaondernemingen die gebruikmaken van een 'witte kassa'.

Dat onderscheid is aanvaardbaar, zo blijkt uit de toelichting bij de wet. Want de wetgever wil het gebruik van de fraudewerende geregistreerde kassa stimuleren. Gelet op het beperkt aantal uren waarvoor er een verschillende behandeling ingevoerd is, is dit onderscheid ook niet disproportioneel. Al moeten we er wel op wijzen dat de Raad van State ernstige twijfels heeft bij de beperking van de maatregelen tot de horecasector.

De overurenmaatregel impliceert dat voor de uitbetaalde overuren 300 of 360 uren een fiscaal voordeel krijgen. Voor de gerecupereerde overuren wordt dit onderscheid niet gemaakt en geldt algemeen 360 uren. Dat verschil in behandeling wordt in de toelichting bij de verzamelwet van 16 november 2015 verantwoord door erop te wijzen dat de gerecupereerde overuren in de eerste plaats gericht zijn op meer flexibiliteit.

De wetgever verwijst naar de basisbepaling uit de Arbeidswet:

?De 143 uren als bedoeld in artikel 26bis, § 2bis, derde lid van de Arbeidswet van 16 maart 1971, die op vraag van de werknemer niet moeten worden ingehaald, worden verhoogd tot 300 uren per kalenderjaar bij de werkgevers of, in geval van uitzendarbeid, bij de gebruikers van wie de activiteit ressorteert onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf (PC 302)?.

?Zij worden verhoogd tot 360 uren voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die in elke plaats van uitbating gebruik maken van het geregistreerd kassasysteem als bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen, en die dit kassasysteem overeenkomstig dat besluit hebben aangegeven bij de belastingadministratie?.

De maximumgrens wordt opgetrokken. Maar verder blijven de algemene principes uit die basisbepaling gelden. Het gaat enkel over de overuren die gepresteerd werden bij 'buitengewone vermeerdering van werk' of bij 'onvoorziene noodzakelijkheid' waarvan de werknemer heeft te kennen gegeven dat hij ze niet wenst in te halen. Ook voor de maximumgrenzen van de arbeidsduur zelf, blijven de bestaande regels van de Arbeidswet van kracht.

Let op! Bij de toepassing van de verhoogde maximumgrens kunnen maximum 143 uren per periode van 4 maanden niet worden ingehaald. Met die bepaling zorgt de wetgever ervoor dat de Belgische regels stroken met wat de Europese richtlijn 2003/88 over de organisatie van de arbeidstijd voorschrijft.

En er is geen overloon verschuldigd voor overuren die op vraag van de werknemer niet moeten worden ingehaald.

Op fiscaal vlak worden de uren die in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor de werknemers verhoogd. Daarbij aansluitend wordt de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de werkgever uitgebreid.

De wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken is op 26 november in het Belgisch Staatsblad verschenen. Het hoofdstuk dat de horeca behandelt, treedt globaal genomen in werking op 1 december 2015. Voor het fiscaal luik zijn er een paar afwijkingen.

Bron: Wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 26 november 2015 (art. 31-38 DB Sociaal)