Archeologen moeten code van goede praktijk van meer dan 500 pagina's toepassen

Archeologen vinden in het Belgisch Staatsblad van 23 december 2015 een ?Code van goede praktijk voor de uitvoering van, en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren?.

Hoewel de code 509 bladzijden telt, wordt ze toch beschouwd als een ?een minimum?. Dat is toch wat in de code zelf staat.
Bovendien is de code ?bindend?. Er kan niet van afgeweken worden, tenzij de code zelf anders aangeeft.
Erkende archeologen en erkende metaaldetectoristen die de regels van de code niet naleven, kunnen hun erkenning verliezen.

Naast deze code van goede praktijk, die bij ministerieel besluit bekrachtigd werd, publiceert het agentschap Onroerend Erfgoed ook nog handleidingen. Die beschrijven hoe de code in bepaalde situaties kan worden toegepast. De handleidingen vormen een aanvulling op de code, maar zijn op zich niet bindend. De handleidingen dienen eerder als 'bron van inspiratie'.

De code van goede praktijk richt zich tot de erkende archeologen en erkende metaaldetectoristen, maar als er andere specialisten worden ingezet bij een onderzoek of opgraving - zoals botanici, geofysici of conservatoren -, dan moeten ook zij de regels van de code respecteren. Desnoods maakt de erkende archeoloog een opdrachtbeschrijving op waarin hij de regels van de code verwerkt.

In werking op: 1 januari 2016.

Bron: Ministerieel besluit van 11 december 2015 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren, BS 23 december 2015.