Erkenningsvoorwaarden huisarts versoepeld

Wie zijn titel als huisarts wil behouden, moet voortaan nog maar aan één criterium voldoen: bekwaam blijven gedurende zijn hele loopbaan door zich permanent bij te scholen.

Minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, zorgt hiermee voor een aanzienlijke versoepeling van de voorwaarden. Om zijn erkenning en bijzondere beroepstitel te behouden, moest een huisarts zijn praktijk tot nog toe volgens een hele reeks criteria uitoefenen. Zo was hij verplicht om de 'zorgen eigen aan de huisartsengeneeskunde' zowel thuis bij de patiënt als in zijn consultatieruimte te verstrekken. En dat zonder enige discriminatie. De artsen dienden ook heel wat gegevens over hun praktijkruimte mee te delen aan de FOD Volksgezondheid zodat die informatie in de federale databank van de gezondheidszorgberoepen kon worden opgenomen. Verder moesten ze medische dossiers aanleggen, deelnemen aan wachtdiensten, continue zorgverlening aanbieden aan hun patiënten, permanentie verzorgen, individueel ten minste 500 patiëntencontacten totaliseren per jaar, en dit minstens één maal over een cyclus van vijf jaar en bijscholing volgen.

De wijziging komt er op advies van de Hoge Raad voor Geneesheren-Specialisten en Huisartsen. Die stelde voor om naar een nieuw flexibel systeem te evolueren met soepele criteria en voorwaarden voor de beroepsuitoefening. De Block heeft dat advies nu gevolgd. Ze creëert daarmee ook rechtszekerheid voor heel wat artsen zonder eigen praktijk zoals huisartsen die schoolarts zijn of bij Kind en Gezin werken.

Het MB van 12 november 2015 treedt in werking op 3 januari 2016, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Ministerieel besluit van 12 november 2015 tot wijziging van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, BS 24 december 2015.

Zie ook
Ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, BS 4 maart 2010.