Focus op de 'wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht' (tax shift)

Op 30 december 2015 verscheen de 'wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht' in het Belgisch Staatsblad. Ze telt 153 artikels. Ze bevat verschillende items van de tax shift (belastingverschuiving) die binnen de Regering werd afgesproken. Met de tax shift wil de Regering een verlaging van de lasten op arbeid realiseren.

Tot de belangrijkste maatregelen van deze 'tax shift-wet' behoren:

Sociale bepalingen:geleidelijke vermindering van het bijdragepercentage voor de berekening van de sociale bijdragen voor zelfstandigen: het percentage daalt tot 21,5% in 2016, tot 21% in 2017 en tot 20,5% in 2018;de vermindering van werkgeversbijdragen voor de eerste werknemers die KMO?s aanwerven, wordt versterkt vanaf 2016: het maximum aantal werknemers die recht geven op een vermindering ?eerste aanwerving? (doelgroepvermindering) wordt op 6 (in plaats van 5) gebracht; er wordt een definitie ingevoerd van ?nieuwe werkgever van een zesde werknemer?; competitiviteit: het Regeerakkoord voorziet dat ?vóór het einde van de legislatuur, de Regering het basispercentage van de werkgeversbijdragen zal verminderen met het objectief om een basispercentage van 25% te bereiken. Het is de bedoeling dat geen enkele werkgever erop verliest na deze hervorming, met inachtneming van de competitiviteitswet (bv. 450 mio lage lonen). De reeds bestaande tarieven onder de 25% (bv. lage lonen, hoge lonen, eerste 5 aanwervingen,?) blijven behouden. De ?tax shiftwet? voert dit punt van het Regeerakkoord uit. Momenteel wordt het faciaal tarief van 32,4% van de werkgeversbijdragen verminderd volgens de formule van de structurele lastenverlaging die in verhouding staat tot de hoogte van het loon. Het systeem van de structurele lastenverlaging verschilt naargelang de categorie waartoe de werknemer behoort. Het merendeel van de werknemers behoort tot de categorie 1 (profit), terwijl de werknemers van de social profitsector behoren tot de categorie 2 en deze van de beschutte werkplaatsen tot categorie 3. Na het in rekening brengen van de structurele lastenverlaging op basis van het loon, wordt het faciaal tarief op de werkgeversbijdragen van 32,4% teruggebracht naar een werkelijk bijdragepercentage dat ligt tussen 19 en 29%. De hervorming van de structurele vermindering wordt stapsgewijs ingevoerd; financiering:vermindering van de alternatieve financiering van de sociale zekerheid 2016; financiering van de gezondheidszorg voor 2016; impact van de 6de staatshervorming op de alternatieve financiering en de bijzondere toewijzingen; alternatieve financiering van de tax shift in 2016;de bepalingen over de alternatieve financiering in verband met de vermindering van de BTW op elektriciteit (6%) worden geschrapt. Dit als gevolg van de verhoging van de BTW op elektriciteit tot 21% op 15 september 2015;

Fiscale bepalingen:speculatiebelasting: er wordt een roerende voorheffing van 33% ingevoerd op de speculatieve meerwaarden bij de overdracht binnen de 6 maanden van beursgenoteerde aandelen, opties, warrants of andere financiële instrumenten gebaseerd op aandelen verworven vanaf 1 januari 2016 onder bezwarende titel, of, in geval van ongedekte verkoop, verkocht vanaf 1 januari 2016 (meerwaarden verwezenlijkt door natuurlijke personen buiten hun beroepswerkzaamheid); investeringsaftrek: in de PB wordt het basispercentage van de investeringsaftrek voor ?gewone? investeringen van exploitanten van een handels-, nijverheids- of landbouwonderneming en van vrije beroepers vanaf 1 januari 2016 verhoogd van 3,5% tot 8%. De verhoogde investeringsaftrek (+ 10 procentpunten) voor bijzondere investeringscategorieën (bv. octrooien, installatie van rookafzuig- of verluchtingssysteem in de horeca,?) blijft ongewijzigd; in de Ven.B. wordt de investeringsaftrek van 4%, die in 2014 en 2015 gold voor ?gewone? investeringen van KMO-vennootschappen, voor onbepaalde tijd verlengd. En het basispercentage wordt van 4% naar 8% gebracht. Er wordt uitdrukkelijk verduidelijkt dat het basispercentage van de investeringsaftrek 0% is voor de vennootschappen die geen kleine vennootschappen zijn (in de zin van art. 15, § 1 tot § 6, Venn.W.) in de gevallen bedoeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1), WIB 1992. De investeringsaftrek bedraagt 3% wanneer het gaat om materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten;roerende voorheffing (RV): het RV-tarief van 25% op roerende inkomsten en diverse inkomsten wordt vanaf 1 januari 2016 verhoogd tot 27%. Tegelijkertijd wordt de toepassing van dit tarief veralgemeend. Het 25%-tarief blijft nog wel gelden op o.a. Leterme-bons, en op de interesten van spaardeposito?s voor de interesten die de eerste schijf (die vrijgesteld blijft) overschrijden. Het verlaagd tarief voor interesten van thematische volksleningen en voor de Bevakss en GVV?s wordt opgeheven. In het kader van de liquidatiereserve stijgt het hoogste RV-tarief bij een uitkering van dividenden binnen de 5 jaar van 15% naar 17%. Deze laatste verhoging geldt ook voor het 15%-tarief dat van toepassing is bij de overgangsregeling in het kader van de liquidatiereserve (liquidatiebonus) (art. 537, lid 6, WIB 1992); hoogtechnologische producten: er wordt een verhoogde gespreide investeringsaftrek (3,5% + 17 percentpunten) voor investeringen in productiemiddelen van hoogtechnologische producten ingevoerd. De aard van de vaste activa en de criteria waaraan de investeringen en de hoogtechnologische producten die hieruit voortkomen, moeten beantwoorden om recht te geven op deze verhoogde aftrek worden bij KB vastgelegd; werkgevers die werknemers tewerkstellen die nacht- of ploegenarbeid verrichten, en die een ploegenpremie betalen, mogen een bedrag gelijk aan 15,6% van de belastbare bezoldigingen (incl. ploegenpremies), aan bedrijfsvoorheffing (BV) die ze inhouden op de lonen van deze werknemers voor zichzelf houden (art. 2755, WIB 1992). Vanaf 1 januari 2016 wordt deze vrijstelling van doorstorting verhoogd met 2,2 procentpunten voor ondernemingen die hoogtechnologische producten produceren. Deze verhoging geldt ook ?bij volcontinue arbeid?; wijzigingen aan het aanslagstelsel dat van toepassing is op de juridische constructies: verruiming aangifteplicht, nieuwe specifieke misbruikbepaling, belasting bij uitkering, wegwerken van ongelijke behandeling erfgenamen; BTW op esthetische ingrepen: de diensten van artsen inzake ?esthetische ingrepen? zullen vanaf 1 januari 2016 niet meer vrij van btw zijn. Ook ziekenhuisverpleging en medische verzorging in verband met dergelijke ?esthetische ingrepen? zullen vanaf dan niet langer vrij zijn van btw. Er wordt ook duidelijk omschreven welke ?paramedische beroepen? in aanmerking komen voor BTW-vrijstelling; bekrachtiging ?KB van 14 december 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven?;accijnzen: de tax shift-wet voorziet diverse wijzigingen aan de accijnstarieven voor alcoholvrije dranken en koffie, tabaksfabrikaten (andere dan sigaren), diesel en benzine, enz.vrijstelling van doorstorting BV bij nacht- of ploegenarbeid: werkgevers die werknemers tewerkstellen die nacht- of ploegenarbeid verrichten, en die een ploegenpremie betalen, mogen al vanaf 1 januari 2016 een bedrag gelijk aan 22,8% van de belastbare bezoldigingen (incl. ploegenpremies), aan bedrijfsvoorheffing (BV) die ze inhouden op de lonen van deze werknemers voor zichzelf houden (maatregel wordt versneld); voor de ondernemingen die ?hoogtechnologische producten? produceren en ?bij volcontinue arbeid? komt de verhoging van 2,2 procentpunten (zie hierboven) vanaf 1 januari 2016 dus nog bovenop het nieuw algemeen percentage van 22,8%; vrijstelling van doorstorting BV voor de profitsector: de algemene vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV) van 1% ten voordele van de profitsector wordt opgeheven (voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 april 2016); forfaitaire beroepskosten: de forfaitaire beroepskosten voor werknemers worden vanaf 1 januari 2016 stapsgewijs verhoogd. De percentages worden verhoogd en de inkomensschijven waarop deze percentages worden toegepast, worden uitgebreid. Dat moet in 2018 (aj. 2019) uitmonden in één percentage van 30%, met een maximumbedrag van 2.950 euro (nog te indexeren); tarief personenbelasting: in het progressief tarief van de PB wordt de tariefschijf van 30% voor de aanslagjaren 2017 en 2018 gedeeltelijk overgeheveld naar de tariefschijf van 25%. Vanaf het aj. 2019 verdwijnt de tariefschijf van 25%. Vanaf het aj. 2017 stijgt de tariefschijf van 40% stapsgewijs, waardoor de tariefschijf van 45% ook stap per stap verkleint; belastingvrije som: vanaf het aj. 2019 wil de Regering de inkomensgrens voor de toepassing van de verhoogde belastingvrije som substantieel verhogen (van 15 220 naar 25.220 euro ? te indexeren bedragen), om dan vanaf aanslagjaar 2020 nog één uniforme belastingvrije som toe te passen, ongeacht de hoogte van het inkomen. Hierbij wordt die belastingvrije som verhoogd van 4.095/4.260 euro naar 4.785 euro (te indexeren bedragen); belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: tot en met het aj. 2019 zal de correctie voor pensioenen en vervangingsinkomsten gebeuren via de terugname van het voordeel in de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten bij toepassing van artikel 152bis, WIB 1992. Vanaf aj. 2020 wordt een uniform belastingvrije som toegepast en stelt de Regering voor om het voordeel in de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten te corrigeren door het basisbedrag van de belastingverminderingen te verlagen.

In werking

De verschillende maatregelen van de 'wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht' hebben elk hun specifieke datum van inwerkingtreding.

Bron: Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, BS 30 december 2015 (tax shift-wet)