Procedure tot intrekking identiteitskaart en reisdocumenten potentiële jihadi in werking

Sinds 5 januari 2016 kan de minister van Binnenlandse Zaken effectief overgaan tot de intrekking van de identiteitskaart van potentiële jihadisten. De uitvoeringsbepalingen die nog nodig waren voor de inwerkingtreding van de wet van 10 augustus 2015 zijn die dag in het Staatsblad verschenen. Daardoor is ook de procedure tot intrekking van paspoort en de reisdocumenten in werking getreden. Als de minister van Binnenlandse Zaken beslist om een identiteitskaart in te trekken, is de minister van Buitenlandse Zaken immers verplicht om ook deze documenten in te trekken.

Intrekken, ongeldig verklaren of weigeren

De minister van Binnenlandse Zaken kan voortaan de identiteitskaart van geradicaliseerde Belgen waarvan vermoed wordt dat ze willen afreizen naar een gebied waar terroristische groepen actief zijn, tijdelijk intrekken. Initieel voor maximum 25 dagen. Maar deze termijn kan oplopen tot maximum 3 maanden of zelfs 6 maanden in uitzonderlijke gevallen.

In het verlengde daarvan kan de minister er ook voor kiezen om de identiteitskaart tijdelijk ongeldig te verklaren of weigeren om ze af te leveren.

De maatregelen moeten vermijden dat de betrokkenen afreizen naar gebieden zoals Syrië. Geradicaliseerde Belgen waarvan hun identiteitskaart wordt ingetrokken, geweigerd of ongeldig verklaard, krijgen immers een vervangingsattest waarmee ze zich alleen geldig in ons land kunnen verplaatsen.

Op advies van OCAD

De hele procedure start bij het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse. De minister kan de maatregelen alleen toepassen op gemotiveerd advies van het OCAD. Dat moet steeds schriftelijk worden doorgegeven, iedere keer wanneer het OCAD het nodig vindt dat wordt overgegaan tot intrekking, ongeldigverklaring of weigering van een identiteitskaart.

Het OCAD moet de situatie eerst overleggen met het federaal parket of de bevoegde Procureur des Konings. Daarbij moet worden nagegaan of de toepassing van de maatregelen de uitoefening van de strafvordering in het gedrang kan brengen.

Cruciale rol voor lokale politiediensten

Wanneer de minister beslist om één van de maatregelen toe te passen, dan brengt hij de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene verblijft daarvan schriftelijk op de hoogte.

Gaat het om een beslissing tot intrekking van een identiteitskaart, dan contacteert de burgemeester op zijn beurt de lokale politiezone met de vraag om persoonlijk over te gaan tot intrekking van de identiteitskaart op de hoofdverblijfplaats van de betrokkene.

Is de betrokkene niet aanwezig, dan laat de politie een bericht van kennisgeving achter waarmee de betrokkene wordt verzocht om zich naar de lokale politie te begeven om zijn identiteitskaart in te leveren.

Kan de kaart wel ter plekke worden ingetrokken, dan reikt de politie een vervangingsattest uit . Dat is hetzelfde document als datgene dat wordt uitgereikt bij aangifte van verlies, diefstal of vernietiging van een identiteitskaart. Al werd dit attest daarvoor wel aangepast. Het nieuwe model zit als bijlage bij het KB van 26 december 2015.

Wanneer de minister van Binnenlandse Zaken weigert om een identiteitskaart af te leveren, dan moet het vervangingsattest worden afgeleverd door het gemeentebestuur.

De ongeldigverklaring van een identiteitskaart gebeurt via tussenkomst van de Diensten van het Rijksregister die meteen zullen overgaan tot de intrekking van de elektronische functie van de identiteitskaart.

5 januari 2016

Het KB van 26 december 2015 treedt in werking op 5 januari 2016, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Automatische intrekking van paspoort en reisdocumenten

Wanneer de minister van Binnenlandse Zaken beslist om een identiteitskaart in te trekken, dan is de minister van buitenlandse Zaken automatisch verplicht om ook het paspoort en de reisdocumenten van de betrokkene in te trekken. Beide procedures zijn met elkaar verbonden. De wetgever zorgt er daarom via een tweede uitvoeringsbesluit, het KB van 16 december 2015, voor dat ook de procedure tot intrekking van het paspoort en de reisdocumenten in werking treedt. Concreet gaat het om artikel 5 van de wet van 10 augustus 2015 tot wijziging van het Consulair Wetboek. Het treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Dat was 24 augustus 2015.

Bron: Koninklijk besluit van 16 december 2015 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 5 van de wet van 10 augustus 2015 tot wijziging van het Consulair Wetboek, BS 5 januari 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 26 december 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten teneinde artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, uit te voeren, BS 5 januari 2016.

Zie ook
Wet van 10 augustus 2015 houdende wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 31 augustus 2015.
Wet van 10 augustus 2015 tot wijziging van het Consulair Wetboek, BS 24 augustus 2015.