Lagere woonkwaliteitsnormen voor seizoenarbeiders en daklozen

De Vlaamse regering versoepelt de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen en kamers die bestemd zijn voor de opvang van daklozen, thuislozen en seizoenarbeiders.

Seizoenarbeiders

Volgens het Woonkwaliteitsbesluit moet een kamer een oppervlakte hebben van ten minste 12 m².

De regering verlaagt die minimumoppervlakte tot 8 m² als de kamer verhuurd wordt, of ter beschikking wordt gesteld aan een seizoenarbeider. Ze stelt wel als voorwaarde dat de kamer én de gemeenschappelijke ruimte samen een oppervlakte van minstens 18 m² hebben.

De regering benadrukt wel dat de woonkwaliteitsnormen alleen van toepassing zijn op seizoenarbeiders, ?voor de duur van hun tewerkstelling als gelegenheidsarbeider?. Daarbuiten zijn seizoenarbeiders, huurders, net als alle andere huurders, en vervallen de soepeler regels. Wat een ?gelegenheidsarbeider? is, vinden we in het RSZ-besluit (art. 8bis, §1, tweede lid). Het gaat in principe om tijdelijke werknemers uit de land- en tuinbouwsector.

Daklozen en thuislozen

Sociale huisvestingsmaatschappijen en ander sociale woonactoren mogen kamers en woningen verhuren buiten de regels van het sociale huurstelsel wanneer het gaat om een tijdelijke opvang van personen die in een noodsituatie verkeren en voor zover de opvang niet langer duurt dan 6 maanden. Bijvoorbeeld voor de winteropvang van dak- en thuislozen.

Bij een dergelijke verhuring buiten het sociaal huurstelsel mag er voortaan afgeweken worden van de algemene kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en woningen. Op voorwaarde dat:

de verhuring uitsluitend gebeurt met het oog op de opvang van dak- en thuislozen tijdens de winterperiode, waarbij een termijn van 6 maanden niet overschreden wordt;

de woning geen veiligheids- of gezondheidsrisico?s vertoont; en

de verhuurder voor woonbegeleiding zorgt.

Afwijkingen zijn toegelaten; ernstige gebreken niet. Zo kunnen de afwijkingen geen betrekking hebben op gebreken die volgens de technische verslagen voor kamers en woningen behoren:

tot categorie III, op het vlak van vochtigheid, stabiliteit en toegankelijkheid; of

tot categorie IV, met uitzondering van een afwijking op de minimale nettovloeroppervlakte van de woonlokalen.

In werking op:

22 januari 2016.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot wijziging van artikel 55quinquies van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode en tot wijziging van artikel 1 en 2 en bijlagen 1, 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen oor woningen, BS 12 januari 2016.