Federaal normatief kader voor opvolging beschikbaarheid werklozen

Een KB van 14 december 2015 legt het federaal normatief kader vast waarbinnen de gewestinstellingen een eenvormige opvolging van de beschikbaarheid van werklozen kunnen uitvoeren. De nieuwe regeling is in werking getreden op 1 januari 2016.

Beschikbaarheid

De beslissings- en uitvoeringsbevoegdheid om de actieve en passieve beschikbaarheid van werklozen te controleren en om sancties op te leggen, is in handen van de gewesten. Bij de uitvoering van de zesde staatshervorming werd die geregionaliseerde bevoegdheid met ingang van 1 juli 2014 ingeschreven in de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.

Actieve beschikbaarheid gaat over de medewerking van werkzoekenden en de acties die ze zelf ondernemen bij het zoeken naar werk. Passieve beschikbaarheid gaat vooral over het ingaan op uitnodigingen en aanbiedingen van werk. En dan is er nog de ?aangepaste beschikbaarheid? voor oudere werklozen vanaf 60 jaar. Zij moeten niet meer actief op zoek naar werk. De begrippen worden op federaal niveau ingevuld.

Bij de overgedragen bevoegdheden op het vlak van het tewerkstellingsbeleid zit bijvoorbeeld ook het doelgroepenbeleid. Ook de vrijstellingen van beschikbaarheid bij een studie, beroepsopleiding of stage behoren tot de bevoegdheden van de gewesten.

Federaal

Vlaanderen heeft al van die nieuwe bevoegdheid gebruikgemaakt. Met een decreet van 24 april 2015. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) kreeg nieuwe bevoegdheden, waaronder het controleren en sanctioneren van werkzoekenden bij de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.

Maar zoals ook blijkt uit de bijzondere wet blijft de federale overheid bevoegd voor het normatief kader voor de regelgeving inzake passende betrekking, actief zoekgedrag, administratieve controle en sancties, en voor de materiële uitvoering van de sancties. Zonder afbreuk te doen aan de gewestelijke bevoegdheid om vrijstellingen toe te kennen.

Dat federaal normatief kader staat nu op punt: een KB van 14 december 2015 past het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 aan, met ingang van 1 januari 2016. De controle op de beschikbaarheid omvat de mogelijkheid om alle beslissingen en sancties te nemen conform de werkloosheidsreglementering, en dat is in de eerste plaats het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991.

Het gewest kan de uitoefening van zijn bevoegdheid inzake de controle op de actieve beschikbaarheid delegeren aan de federale overheid tegen betaling. In dat geval sluiten de gewestregering en de federale overheid voorafgaandelijk een overeenkomst om de kost van deze dienst te bepalen.

Nieuwe bepalingen

Het ?normatief kader? voor de bevoegde gewestinstellingen bestaat uit een hele reeks nieuwe bepalingen die ingevoegd worden in het werkloosheidsbesluit.

Het gaat vooral om volgende tekstblokken:

1/ De nieuwe artikelen 36/2 tot 36/11 leggen het normatief kader vast dat van toepassing is op de controle van de actieve beschikbaarheid van de jonge werknemer tijdens de beroepsinschakelingstijd, door de gewestinstelling die bevoegd is om die controle uit te oefenen.
De nieuwe bepalingen vervangen de bestaande regeling vanaf het ogenblik waarop de bevoegde gewestinstelling operationeel de controle uitoefent van de actieve beschikbaarheid van de jonge werknemers van wie de hoofdverblijfplaats tot haar ambtsgebied behoort.

2/ De nieuwe artikelen 56/2 tot 56/5 leggen het normatief kader vast dat van toepassing is op de controle van de aangepaste beschikbaarheid van de werkloze, door de gewestinstelling die bevoegd is om die controle uit te oefenen. Ook hier is dat het geval zodra de bevoegde gewestinstelling operationeel de controle uitvoert van de aangepaste beschikbaarheid van de werklozen van wie de hoofdverblijfplaats tot haar ambtsgebied behoort.

Tot dan is de werkloze onderworpen aan een verplichting van aangepaste beschikbaarheid:

vanaf de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt;

indien het gaat om een deeltijdse werknemer met behoud van rechten die de inkomensgarantie-uitkering geniet en van wie het arbeidsregime normaal gemiddeld per week een aantal uur bedraagt dat ten minste gelijk is aan de helft van het aantal uur dat wekelijks wordt gepresteerd door de referentiepersoon;

indien het gaat om een deeltijdse werknemer met behoud van rechten die de inkomensgarantie-uitkering geniet en van wie het arbeidsregime normaal gemiddeld per week een aantal uur bedraagt dat lager ligt dan de helft van het aantal uur dat wekelijks wordt gepresteerd door de referentiepersoon, na de periode van de eerste twaalf ononderbroken maanden.

Zo moet de werkloze als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven en het bewijs van die inschrijving leveren. Hij moet bovendien zijn medewerking verlenen aan een aangepaste begeleiding. Dat gebeurt volgens een individueel actieplan.

3/ De nieuwe artikelen 58/2 tot 58/12 leggen het normatief kader vast dat van toepassing is op de controle van de actieve beschikbaarheid van de volledig werkloze, door de gewestinstelling die bevoegd is om die controle uit te oefenen. Zodra de gewestinstelling operationeel de controle uitvoert van de actieve beschikbaarheid van de volledig werklozen van wie de hoofdverblijfplaats tot haar ambtsgebied behoort.

Om uitkeringen te genieten moet de volledig werkloze actief zoeken naar werk en moet hij als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven. Het bewijs van die inschrijving moet worden geleverd door de werkloze.
Dit actief zoeken impliceert dat hij actief en positief deelneemt en meewerkt aan de acties op het vlak van begeleiding, opleiding, beroepservaring of inschakeling die hem worden voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Hij moet ook zelf actief naar werk zoeken door regelmatig zelf gevarieerde acties te ondernemen.

Bron: Koninklijk besluit van 14 december 2015 tot wijziging van de artikelen 56 en 58 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van artikelen 36/1 tot 36/11, 56/1 tot 56/6 en 58/1 tot 58/12 in hetzelfde besluit, BS 23 december 2015

Zie ook:
? Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, BS 15 augustus 1980 (art. 6)
? Koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 31 december 1991 (Werkloosheidsbesluit)