Mini-onderzoek kan nu ook bij huiszoeking (art. 63 Potpourri II)

Het mini-onderzoek is voortaan ook mogelijk voor huiszoekingen. Wanneer de procureur des Konings tijdens een opsporingsonderzoek meent dat er een huiszoeking moet worden uitgevoerd, is het niet meer nodig om een gerechtelijk onderzoek op te starten onder leiding van de onderzoeksrechter. De goedkeuring van de onderzoeksrechter volstaat opdat de procureur zijn opsporingsonderzoek kan verder zetten en de huiszoeking kan uitvoeren.

De uitbreiding van het mini-onderzoek moet de onderzoeksrechters ontlasten zonder hun bevoegdheden aan te tasten. De machtiging van de onderzoeksrechter blijft immers noodzakelijk om de grondrechten van de verdachten te waarborgen. De onderzoeksrechter kan na onderzoek van het strafdossier ook nog steeds beslissen om de zaak naar zich toe te trekken (evocatierecht) en alsnog een gerechtelijk onderzoek te openen.

De Potpourri II-wet wijzigt meer concreet artikel 28septies van het Wetboek van Strafvordering. Dat geeft een overzicht van de onderzoekshandelingen die uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van het mini-onderzoek. De huiszoeking wordt uit de lijst geschrapt.

Het mini-onderzoek kan nu dus worden toegepast voor volgende onderzoekshandelingen: de huiszoeking, de autopsie, het horen van een getuige onder eed of onder gedeeltelijke anonimiteit, het bevel tot medebrenging lastens een verdachte of een getuigen, het opsporen van telecommunicatie ('retro-zoller'), het onderzoek aan het lichaam, de uitbreiding van onderzoek naar een informaticasysteem, de opening van briefpost, de sluiting van een inrichting, de gedwongen staalafname met het oog op een DNA-analyse, enz.

Maar de maatregel blijft onmogelijk voor:

het bevel tot aanhouding (art. 16 van de Wet op de voorlopige Hechtenis van 20 juli 1990);

de volledige anonieme getuigenis (art. 86bis van het Wetboek van Strafvordering);

het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie en ?telecommunicatie (art. 90ter van het Wetboek van Strafvordering);

de observatie met het gebruik van technische hulpmiddelen om zicht te krijgen in een woning, de aanhorigheden ervan of in een lokaal aangewend voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een arts of een advocaat (art. 56bis, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering);

de inkijkoperatie in een private plaats (art. 89ter van het Wetboek van Strafvordering);

Dit onderdeel van de Potpourri II-wet treedt in werking op 29 februari 2016, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 63 Potpourri II)