EU-lidstaten mogen hogere infrastructuur- en milieukosten aanrekenen aan transportbedrijven

De Europese Eurovignetrichtlijn legt minimum- en maximumbedragen op voor het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen door vrachtwagens van meer dan 3,5 ton. De Unie indexeert nu de maxima. De minima blijven ongewijzigd.

Maximale infrastructuurheffing

De infrastructuurheffing moet in principe de kosten dekken voor de bouw, het onderhoud, de exploitatie en de ontwikkeling van de weginfrastructuur. Het maximum dat de lidstaten mogen aanrekenen voor het gebruik van de infrastructuur, varieert volgens de Euronorm en het aantal assen van het voertuig. Het maximum is per jaar:

Euronorm Tot 3 assen 4 assen of meer 0 1.478 euro 2.478 euro I 1.286 euro 2.145 euro II 1.119 euro 1.866 euro III 972 euro 1.622 euro IV of Minder vervuilend dan EURO IV 884 euro 1.475 euro

Het dagtarief is hetzelfde voor alle voertuigtypes en bedraagt nu ten hoogste 13 euro per dag.
Het gebruiksrecht kan ook per week of per maand geheven worden. De richtlijn bevat daarvoor geen aparte plafonds, maar zegt wel dat die bedragen in verhouding moeten zijn tot de duur van het gebruik van de infrastructuur.
Het dag-, week- of maandtarief mag niet hoger zijn dan respectievelijk 2%, 5% of 10% van het jaartarief.

Externekostenheffing

In de externekostenheffing worden de kosten van de luchtverontreiniging en geluidshinder verrekend die veroorzaakt worden door het zwaar vervoer. De maxima hangen hier af van het type weg, of van het tijdstip waarop het vervoer plaats vindt. De maxima worden uitgedrukt in cent per voertuig per kilometer.

Maximum voor luchtverontreiniging Euronorm Voorstadswegen Interlokale wegen 0 17,8 13,4 I 12,2 8,9 II 10,1 7,9 III 7,9 6,8 IV 4,5 3,5 V, na 31/12/2013 3,5 2,3 VI, tot 31/12/2017 0 0 VI, vanaf 01/01/2018 2,3 1,2 Minder vervuilend dan EURO VI 0 0

Maximum voor geluidshinder Tijdstip Voorstadswegen Interlokale wegen Dag 1,22 0,23 Nacht 2,23 0,35

De tarieven mogen verdubbeld worden voor verkeer in bergachtige gebieden.

Tweejaarlijkse update

De minima en maxima uit de Eurovignetrichtlijn worden om de 2 jaar geïndexeerd. De vorige indexering dateert van 1 maart 2014. De nieuwe maxima gelden vanaf 1 april 2016.

De EU-lidstaten kunnen vrij beslissen om de infrastructuur- en milieukosten geheel, gedeeltelijk, of helemaal niet door te rekenen. Maar áls zij een heffing invoeren, dan moeten hun tarieven zich situeren binnen de minima en maxima die de Europese Unie oplegt. Zo moeten in ons land de tarieven van de verkeersbelasting binnen die vork blijven. Dat zal ook het geval zijn voor het eurovignet.
De belasting op de inverkeerstelling valt echter niet onder de voorschriften van de Eurovignetrichtlijn.

In werking:

1 april 2016 (eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking)

Bron: Bijwerking van bijlage II en de tabellen 1 en 2 van bijlage IIIter met betrekking tot de geldende bedragen in euro overeenkomstig artikel 10bis van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad (art. 10bis van de Eurovignetrichtlijn), als gewijzigd bij Richtlijn 2011/76/EU van het Europees Parlement en de Raad, Pb.C. 17 maart 2016, afl. 101.

Zie ook:

Bijwerking van bijlage II en de tabellen 1 en 2 van bijlage IIIter met betrekking tot de geldende bedragen in euro overeenkomstig artikel 10bis van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad, als gewijzigd, Pb.C. 18 februari 2014, afl. 46.