Ook 'blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid' geschrapt als verzwarende omstandigheid (art. 23, 39, 40 en 41 Potpourri II-wet)

Bij een aantal misdrijven is een 'blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid' een verzwarende omstandigheid. Die notie wordt nu vervangen door 'een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden'. Iets dat sneller vast te stellen is.

Gijzeling en foltering

De misdrijven gijzeling en foltering die leiden tot een blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid worden tot nu zwaarder bestraft dan de 'gewone' gijzeling en foltering. Maar men stapt af van de regel dat het om een blijvende ongeschiktheid moet gaan. De strafverzwaring geldt voortaan bij een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden.

Eenzelfde wijziging is er ook bij de misdrijven

onmenselijke en onterende behandeling;

ontvoering en verberging van minderjarigen en kwetsbare personen;

gebruik van minderjarigen en kwetsbare personen voor het plegen van een misdaad of wanbedrijf;

diefstal met geweld of bedreiging en afpersing; en

diefstal of afpersing van kernmateriaal door middel van geweld of bedreiging.

Ongeschiktheid van meer dan vier maanden

Volgens het Hof van Cassatie moet het begrip 'blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid' begrepen worden als 'gedeeltelijke of gehele blijvende onbekwaamheid om eender welke bezigheid uit te oefenen'. Een notie die we ook aantroffen in artikel 400 Sw. (slagen en verwondingen). Maar die ingevolge Potpourri II daar is vervangen door 'een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden'.

Reden voor de wetgever om die nieuwe notie van arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden ook op te nemen - als verzwarende omstandigheid - bij de misdrijven waar tot nu sprake was van een blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid.

Ook bij andere misdrijven

Ook bij een aantal andere misdrijven ? buiten het Strafwetboek ? gebruikt men voortaan de ongeschiktheid van meer dan vier maanden als verzwarende omstandigheid. In plaats van een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid.

In de Vreemdelingenwet is dat het geval bij mensensmokkel. Mensensmokkel die een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden veroorzaakt, wordt zwaarder bestraft (opsluiting van 10 tot 15 jaar of geldboete van 1000 euro tot 100.000 euro) dan gewone mensensmokkel (1 jaar tot 5 jaar of geldboete van 500 euro tot 50.000 euro). Een blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid is niet meer nodig.

Gelijkaardige wijzigingen zien we in de wet op de experimenten en in de piraterijwet. Inbreuken op de experimentenwet worden zwaarder bestraft als ze een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden tot gevolg hebben. En niet meer bij een blijvende lichamelijke of psychische ongeschiktheid. Hetzelfde geldt voor de bestraffing van piraterij.

Inwerkingtreding

De artikelen 23, 39, 40 en 41 van de Wet van 5 februari 2016 zijn in werking getreden op 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 23, 39, 40 en 41 Potpourri II-wet)

Zie ook:
. Strafwetboek (art. 347bis, 400, 417ter, 417quater, 428, 433septies, 473, 477sexies)
. Vreemdelingenwet (art. 77quater)
. Wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon (art. 33)
. Piraterijwet van 30 december 2009 (art. 4)