Doodslag bij poging tot diefstal zwaarder bestraft (art. 28 Potpourri II-wet)

De doodslag bij een poging tot diefstal wordt voortaan bestraft met levenslange opsluiting. De straf wordt dus even zwaar als voor een doodslag bij diefstal. Of de diefstal al dan niet geslaagd is, is van geen belang meer voor de strafmaat.

Tot nu werd een poging tot diefstal die gepaard gaat met de verzwarende omstandigheid van doodslag gestraft met de straf die onmiddellijk lager was dan die voor diefstal met doodslag.

Die nieuwe regeling bestaat al langer, bv. voor de gevallen waar de diefstal gepaard gaat met geweld dat zeer ernstige gevolgen heeft (bv. zware verminking). De toepasselijke straf is - ongeacht of het gaat om een voltooide diefstal of een poging - dezelfde. Eenzelfde regeling geldt voortaan dus ook voor een poging tot diefstal met doodslag.

Artikel 28 van de Wet van 5 februari 2016 is in werking getreden op 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 28 Potpourri II-wet)

Zie ook:
Strafwetboek (art. 475 en art. 476)