Raad van State vernietigt elektronische procesvoering via e-mail Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

De Raad van State heeft het KB van 26 januari 2014 met de regels voor de elektronische procesvoering bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vernietigd. De huidige manier van werken waarbij procedurestukken via eenvoudige e-mail naar de griffie moeten worden gestuurd is onveilig en onbetrouwbaar. Het e-mailprotocol biedt immers geen enkele garantie voor de vertrouwelijkheid van de informatie die is opgenomen in de mails, in het bijzonder met betrekking tot gevoelige informatie zoals identiteitsgegevens en de redenen voor beroep. Het gebrek aan een ontvangstmelding van de griffie zorgt bovendien voor rechtsonzekerheid en een quasi-onmogelijke bewijslast voor de verzoeker.

De Orde van Vlaamse Balies (OVB) haalt daarmee zijn slag thuis. Die had nog voor de inwerkingtreding van de procedure beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof tegen de wet van 8 mei 2013 en bij de Raad van State tegen het KB van 26 januari 2014. Het OVB steunt de overstap naar meer eenvoudige, elektronische procesvoering, maar hekelt het onveilige en onbetrouwbare e-mailmedium. De Orde heeft ook kritiek op de sancties die verbonden zijn aan het niet naleven van de e-mail plicht. Verzoekers zijn immers verplicht om de procedurestukken zowel elektronisch als aangetekend schrijven te versturen. Zo niet wordt het inleidend verzoekschrift van de rol gehouden, nota's en synthesememories worden onontvankelijk verklaard. De procedure schendt volgens de OVB dan ook de Grondwet, het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (BUPO-verdrag), de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.

De Raad van State heeft die redenering nu gevolgd. In zijn arrest van 9 februari 2016 bekritiseert het de huidige procedure en stelt uitdrukkelijk dat het de plicht is van de regelgever om te kiezen voor een veilig en betrouwbaar medium met de nodige waarborgen dat de informatie beveiligd is. De repliek van de regelgever dat het 'slechts om een eerste fase van de invoering van de elektronische procesvoering bij de RvV gaat' kan niet verantwoorden dat het recht van toegang tot de rechter van een verzoekende partij in die fase op onevenredige wijze zou worden beperkt.

Bron: RvS 9 februari 2016, nr. 233.777.