Lijst met gerechtigden in ziekteverzekeringswet afgestemd op RSZ-loonbegrip (art. 18-19 DB sociale zaken)

Om een recht op prestaties in de sector uitkeringen te openen, moet de verzekerde de hoedanigheid van gerechtigde in deze sector bezitten. De ziekteverzekeringswet somt deze gerechtigden op. De wetgever specifieert die groep van gerechtigden en breidt ze uit.

RSZ-loonbegrip

De aanpassing van de lijst is nodig omwille van de uitbreiding van de na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan de gewezen werknemer toegekende voordelen waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

Er worden namelijk sociale bijdragen geheven op:

de uitwinningsvergoeding voor handelsvertegenwoordigers;

de vergoeding die aan een werknemer betaald wordt in het kader een overeenkomst tot niet-concurrentie die gesloten wordt binnen een termijn van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst;

de vergoeding die voortvloeit uit een niet-afwervingsbeding.

De vergoedingen hebben betrekking op een bepaalde periode. Maar gedurende dezelfde periode moet de ontvanger van die vergoedingen de status van gerechtigde op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen kunnen behouden. Daarom wordt de ziekteverzekeringswet aangepast met ingang van 1 oktober 2013, parallel met de uitbreiding van het ruime RSZ-loonbegrip.

Meer in detail en met de woorden van de wetgever gaat het voortaan om werknemers die vallen onder de verplichte uitkeringsverzekering (in toepassing van de RSZ-wet), met inbegrip van de werknemers die een vergoeding genieten die verschuldigd is naar aanleiding van:

de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor personeelsafgevaardigden;

de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor syndicale afgevaardigden;

de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gemeenschappelijk akkoord;

de uitwinning van de handelsvertegenwoordiger;

een overeenkomst gesloten hetzij bij het begin of tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, hetzij binnen een termijn van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer zich ertoe verbindt om geen personeel of zelfstandige medecontractanten af te werven van de vroegere werkgever, hetzij in eigen naam en voor eigen rekening, hetzij in naam en voor rekening van één of meerdere derden, en/of zich ertoe verbindt om geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen als dewelke hij uitoefende bij zijn vroegere werkgever, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden van een concurrerende werkgever; evenals de werknemers die een ontslagcompensatievergoeding genieten, tijdens de tijdvakken die gedekt zijn door die vergoedingen.

Overlevingspensioen

Daarnaast wordt ook de hervorming van het overlevingspensioen geïntegreerd in de regelgeving. Die hervorming werd doorgevoerd op 1 januari 2015. De langstlevende echtgenoot heeft geen recht meer op een overlevingspensioen.

De langstlevende echtgenoot kan enkel aanspraak maken op een overgangsuitkering als hij op het ogenblik van het overlijden jonger dan 45 jaar is. Die minimumleeftijd werd stapsgewijs verhoogd tot inmiddels 55 jaar voor de overlijdens die vanaf 1 januari 2030 plaatsvinden. De toekenning van de overgangsuitkering is ook beperkt in de tijd: 12 maanden of 24 maanden in geval van kinderlast.

Parallel wordt in de lijst met gerechtigden een categorie toegevoegd met ingang van 1 januari 2016: 'bij het aflopen van de maximale periode die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een overgangsuitkering bepaald in de pensioenwetgeving, de personen die arbeidsongeschikt zijn geworden of zich in een tijdvak van moederschapsbescherming bevinden, uiterlijk de eerste werkdag na afloop van dit door de overgangsuitkering gedekte tijdvak'. Wie na 1 of 2 jaar geen overgangsuitkering meer ontvangt, kan dus in aanmerking komen voor een uitkering.

De langstlevende echtgenoot die niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst en bijgevolg geen beroepsinkomen verwerft, kan onmiddellijk een beroep doen op prestaties van de werkloosheidsverzekering na afloop van de door de overgangsuitkering gedekte periode.
Maar bij arbeidsongeschiktheid of moederschap moet de betrokkene zich wenden tot de uitkerings- en moederschapsverzekering. En dus zorgt de wetgever er nu voor dat men onmiddellijk de hoedanigheid van gerechtigde krijgt na het volledige door de overgangsuitkering gedekte tijdvak. Op die manier kan de langstlevende echtgenoot onmiddellijk een recht openen op prestaties van de sector uitkeringen wegens een periode van arbeidsongeschiktheid of moederschapsbescherming.

Aangezien de sector pensioenen de overgangsuitkering minstens 12 maanden betaalt, is dit recht op de overgangsuitkering ten vroegste op 1 januari 2016 uitgeput en kunnen er zich bijgevolg pas vanaf dat ogenblik aanspraken op prestaties van de sector uitkeringen voordoen. Deze aanpassing treedt dan ook in werking op 1 januari 2016.

Bron: Wet van 16 mei 2016 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 23 mei 2016 (art. 18-19 DB sociale zaken)