Ook vrederechter kan rechter in strafuitvoeringsrechtbank zijn (art. 24 en 55 Potpourri III-wet)

Voortaan kunnen ook vrederechters aangewezen worden als rechter in een strafuitvoeringsrechtbank. En de eerste voorzitter van het hof van beroep kan nu ook plaatsvervangende magistraten aanwijzen om een verhinderde rechter in die rechtbank te vervangen.

Ook voor vrederechters

Tot nu konden alleen rechters van de rechtbanken van eerste aanleg en raadsheren van de hoven van beroep door de Koning aangewezen worden als rechter in een strafuitvoeringsrechtbank. Dat verandert: voortaan zullen ook vrederechters aangewezen kunnen worden. Voortaan kan iedereen met vijf jaar ervaring als werkend magistraat - waarvan drie jaar als rechter (dus ook vrederechter) of als raadsheer - rechter in de strafuitvoeringsrechtbank zijn.  Mits ze de gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd.

Door ook vrederechters de kans te geven om aan de slag te gaan in een strafuitvoeringsrechtbank kan hun ervaring als voorzitter van een commissie tot bescherming van de maatschappij gevaloriseerd worden.

Verhindering

Als een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank verhinderd is, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep een werkend rechter of een werkende raadsheer van het rechtsgebied van het hof van beroep aanwijzen om hem te vervangen. Hij kan ook een plaatsvervangend magistraat (een op rust gestelde magistraat) aanwijzen.

Aanwijzing in uitzonderlijke gevallen

In uitzonderlijke gevallen - en alleen na advies van de procureur-generaal - kan de eerste voorzitter van het hof van beroep een werkend rechter, benoemd in het rechtsgebied van het hof van beroep, of een raadsheer aanduiden om het ambt van rechter in de strafuitvoeringsrechtbank uit te oefenen. En dit voor hoogstens twee jaar. Op voorwaarde dat die de gespecialiseerde opleiding om het ambt van rechter in de strafuitvoeringrechtbank uit te oefenen gevolgd heeft.

Inwerkingtreding

Artikel 24 van de wet van 4 mei 2016 (wijziging art. 80bis Gerechtelijk Wetboek) is in werking getreden op 13 mei 2016, artikel 55, 5° en 6° (wijziging art. 259sexies) op 23 mei 2016.

Bron: Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 24 en 55, 5° en 6° Potpourri III-wet)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 80bis en 259sexies)