Definitieve invrijheidstelling geïnterneerde kan bij gestabiliseerde geestesstoornis (art. 202-207 Potpourri III-wet)

Een geïnterneerde kan definitief in vrijheid gesteld worden als zijn geestesstoornis gestabiliseerd is en er geen gevaar meer is dat hij een misdrijf gaat plegen dat tot een internering aanleiding kan geven. Een verbetering van de geestesstoornis is niet nodig. Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschapij beslist om niet in te gaan op de vraag voor definitieve invrijheidstelling kan zij voortaan de voorwaarden die aan de verlengde invrijheidstelling op proef zijn gekoppeld veranderen, zonder ze evenwel te verscherpen.

Stabilisatie

Om definitief in vrijheid gesteld te kunnen worden moet de geestesstoornis van de geïnterneerde voldoende gestabiliseerd zijn. Tot nu eiste men een 'voldoende verbetering' maar dat blijkt voor sommige categorieën van geïnterneerden te hoog gegrepen.

Gevaarstoestand

De betrokkene wordt alleen definitief in vrijheid gesteld als er redelijkerwijze niet meer te vrezen valt dat hij nog een misdaad gaat plegen of een wanbedrijf dat de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt. Die gevaarssituatie wordt voortaan niet alleen beoordeeld in functie van de geestesstoornis maar ook in samenhang met eventuele andere risicofactoren.

De definitieve invrijheidstelling kan - net als vroeger - alleen wanneer de proeftermijn van de invrijheidstelling op proef voorbij is.

Procedure

Aan de procedure voor de definitieve invrijheidstelling verandert er weinig. Nieuw is wel dat niet alleen de kamer voor de bescherming van de maatschappij een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek kan laten uitvoeren. Ook het openbaar ministerie kan dat voortaan doen. Als het dat nodig vindt.

Als het openbaar ministerie geen nieuw onderzoek heeft gevorderd, kan de kamer dit alsnog doen. In dat geval wordt de proeftermijn van de invrijheidstelling op proef van rechtswege met vier maanden verlengd.

Beëindiging internering

De definitieve beëindiging van de internering komt er op het moment dat het vonnis tot toekenning van de definitieve invrijheidstelling in kracht van gewijsde is.

Aangepaste voorwaarden

Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschappij de definitieve invrijheidstelling niet toekent, verlengt zij de proeftermijn van de invrijheidstelling op proef met een hernieuwbare termijn van maximaal twee jaar.
Die verlenging gebeurt ofwel onder de oude voorwaarden, ofwel - en dit is nieuw - met aangepaste voorwaarden. Die aangepaste voorwaarden mogen echter niet scherper zijn dan de oude. Bijkomende voorwaarden kunnen evenmin. Voorbeelden van toegelaten aanpassingen zijn bv. een ander therapeutisch kader of een verandering van residentiële setting. Bedoeling is dat men flexibeler kan inspelen op de noden van de geïnterneerde.

Inwerkingtreding

De artikelen 202 tot 207 van de wet van 4 mei 2016 zijn in werking getreden op 23 mei 2016. Zij wijzigen de interneringswet van 2014 die zelf in werking treedt op 1 oktober 2016.

Bron: Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 202?207 Potpourri III-wet)

Zie ook:
Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering (art. 66?75)