Nieuwe regels voor geïnterneerden met dubbel statuut (art. 208, 209 en 249 Potpourri III-wet)

Er komen enkele verduidelijkingen aan de regels voor mensen die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaan. Zij gaan onder meer over de plaatsing, de invloed van de plaatsing op de duur van de detentie en de invrijheidstelling op proef.

Plaatsing

Geïnterneerden die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaan kunnen voortaan zowel geplaatst worden in een door de federale overheid georganiseerde inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij als in een forensisch psychiatrisch centrum. Op die manier wordt verzekerd dat zij de zorgen krijgen die ze nodig hebben. Tot nu was alleen plaatsing in een federale instelling mogelijk.

Van zodra ze de toelaatbaarheidsdatum voor de voorwaardelijk invrijheidstelling hebben bereikt, kunnen ze ook geplaatst worden in een private inrichting.

Gelijkstelling met detentie

Bij wie tegelijk een vrijheidsstraf en een internering ondergaat, wordt de duur van het verblijf in de psychiatrische afdeling van de gevangenis, in de inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij of in een forensisch psychiatrisch centrum gelijkgesteld met een detentie.

Als gevolg hiervan zal iemand die veroordeeld is tot bv. zes jaar gevangenisstraf en al meer dan zes jaar verblijft in een afdeling tot bescherming van de maatschappij, zijn straf ondergaan hebben. Alleen de internering blijft dan nog actief.

Invrijheidstelling op proef

Als de persoon met het dubbele statuut (vrijheidsstraf én internering) een invrijheidstelling op proef krijgt (in het kader van de internering) die langer duurt dan de proeftermijn voor de voorwaardelijke invrijheidstelling die toepasselijk zou zijn moest de betrokkene alleen veroordeeld zijn tot een vrijheidsstraf, gaat men ervan uit dat de vrijheidsstraf ondergaan is wanneer de proeftermijn voor de voorwaardelijke invrijheidstelling (indien die van toepassing zou zijn) verstreken is. Wat betekent dat de betrokkene - voor wat betreft de veroordeling - dan van rechtswege definitief in vrijheid is gesteld.

Verbeterde geestestoestand

Wanneer de geestestoestand van de geïnterneerde verbeterd is nog voor hij in aanmerking komt voor een invrijheidstelling op proef, kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij - voor het gedeelte internering - de definitieve invrijheidstelling toekennen. De betrokkene is dan alleen nog 'veroordeelde' en moet zijn straf ondergaan in de gevangenis. Vanaf dan is de wet op de strafuitvoering van 2006 van toepassing.

Overgangsregeling

Er komt een overgangsregeling voor de personen die op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe interneringswet (1 oktober 2016) een dubbel statuut hebben. Binnen zes maanden bezorgt de directeur een advies aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, zodat zij de inrichting waar de betrokkene moet verblijven kan aanwijzen.

Inwerkingtreding

De artikelen 208 en 209 van de wet van 4 mei 2016 zijn in werking getreden op 23 mei 2016. Zij wijzigen de interneringswet van 2014 die zelf in werking treedt op 1 oktober 2016.

Bron: Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 208, 209 en 249 Potpourri III-wet)

Zie ook:
Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering (art. 76, 77 en 135)