Vrijstelling van startbaanverplichting voor voedingsnijverheid

De ondernemingen die voor hun arbeiders onder de bevoegdheid vallen van het Paritair comité voor de voedingsnijverheid (PC 118) en voor de bedienden onder het Paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid (PC 220), worden volledig vrijgesteld van de verplichting om nieuwe werknemers in dienst te nemen met een startbaanovereenkomst voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017.

Het vrijstellingsbesluit van 30 juni 2016 treedt retroactief in werking op 1 januari 2016.

Aanwervingsplicht

Ondernemingen in de private en de openbare sector met minstens 50 werknemers op 30 juni van het vorige jaar, moeten een zeker aantal 'nieuwe werknemer' aanwerven.

In de private sector bedraagt de ?startbaanverplichting? 3% van het personeelsbestand, berekend in voltijdse equivalenten (VTE) in het 2e kwartaal van het vorige jaar. Voor de openbare sector volstaat in principe 1,5%. Voor de federale staat en de overheidsinstellingen die ervan afhangen is dat bijvoorbeeld niet het geval. Er geldt een specifieke aanwervingsplicht.
De werkgevers uit de private sector die behoren tot de non-profit worden beschouwd als openbare werkgever.
Naast de 'individuele verplichting' is er ook nog een ?collectieve verplichting? voor de werkgevers uit de private sector, ongeacht het aantal werknemers dat elk afzonderlijk tewerkstelt.

Vrijstelling

Een vrijstelling van de aanwervingsverplichting is mogelijk. Dit is onder andere het geval voor ondernemingen uit de private sector die een behoorlijke inspanning leveren voor de tewerkstelling. Op voorstel van het beheerscomité van de RVA kunnen ze geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld indien ze gebonden zijn door een cao die voorziet in een inspanning van minstens 0,15% voor de risicogroepen. De vrijstelling mag wel geen negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

In de aanhef van het besluit van 30 juni 2016 verwijst men naar:

de ?collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2015 betreffende de permanente vorming gesloten in paritair comité 118 voor de voedingsnijverheid?; en

de ?collectieve arbeidsovereenkomst van 14 september 2015 betreffende de permanente vorming voor de bedienden uit de voedingsnijverheid gesloten in paritair comité 220 voor de bedienden uit de voedingsnijverheid?.

Op aanvraag en advies van de sector heeft het beheerscomité van de RVA een voorstel gedaan en de vrijstelling wordt toegekend bij ministerieel besluit.

Bron: Ministerieel besluit van 30 juni 2016 tot vrijstelling van de verplichting om jonge werknemers in dienst te nemen voor de ondernemingen die voor hun arbeiders onder de bevoegdheid vallen van het paritair comité voor de voedingsnijverheid (PC 118) en voor de bedienden onder het paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid (PC 220), BS 6 juli 2016

Zie ook:
? Wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 27 januari 2000 (art. 42)
? Koninklijk besluit van 30 maart 2000 tot uitvoering van de artikelen 32, § 2, eerste lid, 33, § 2, derde lid, 34, 39, § 4, tweede lid, en § 5, tweede lid, 42, § 2, 46, eerste lid, 47, § 4, eerste en vierde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 31 maart 2000 (art. 10)