Brussels grondwater beter beschermd

De Brusselse regering gaat over tot de omzetting van richtlijn 2014/80 betreffende het vaststellen van drempelwaarden om een goede chemische toestand van het grondwater te bereiken. Deze richtlijn legt de verplichting op om deze drempelwaarden te bepalen voor 'nitriet' en '(totaal) fosfor' of 'fosfaten'.

Naast enkele bijkomstige aanpassingen aan het besluit van 10 juni 2010 'betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang' focust de regering zich op de omzetting van de richtlijn die vooral bijlage II van dat besluit aanbelangt. Deze bijlage heeft betrekking op de evaluatie van de kwaliteit van de grondwaterlichamen. Hierna volgt een overzicht van de aangebrachte wijzigingen die de tekst van de richtlijn nagenoeg letterlijk overnemen.

Vaststelling van de achtergrondniveaus

Telkens als er hoge achtergrondniveaus van stoffen of ionen of indicatoren daarvan geregistreerd worden ten gevolge van natuurlijke hydrogeologische oorzaken, wordt er doorgaans met deze achtergrondniveaus in het betrokken grondwaterlichaam rekening gehouden bij het vaststellen van de drempelwaarden.

De nu omgezette richtlijn 2014/80 stelt dat de volgende principes in acht genomen moeten worden om die achtergrondniveaus te bepalen:

Het bepalen van achtergrondniveaus moet gebaseerd worden op de karakterisering van grondwaterlichamen en op de resultaten van de monitoring van het grondwater. Bij de monitoringstrategie en interpretatie van de gegevens moet er rekening gehouden worden met het feit dat de grondwaterstroming en -chemie zowel lateraal als verticaal variëren.

Wanneer er slechts beperkte grondwatermonitoringsgegevens beschikbaar zijn, moeten er meer gegevens verzameld worden en in de tussentijd moeten er achtergrondniveaus bepaald worden op basis van die beperkte gegevens, in voorkomend geval door een vereenvoudigde benadering met een subset van monsters waarvoor de indicatoren geen invloed van menselijke activiteiten ondergaan hebben. Informatie over de geochemische overdrachten en processen moet, indien beschikbaar, ook in aanmerking genomen worden.

Wanneer er onvoldoende grondwatermonitoringsgegevens beschikbaar zijn en de informatie over de geochemische overdrachten en processen ontoereikend is, moeten er meer gegevens en informatie verzameld worden. En in de tussentijd moeten de achtergrondniveaus ingeschat worden, in voorkomend geval op basis van statistische resultaten voor hetzelfde type watervoerende lagen in andere gebieden waarvoor er voldoende gegevens voorhanden zijn.

Nitriet en fosfor

Daarom werden de volgende drempelwaarden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per grondwaterlichaam vastgelegd voor nitriet en fosfor:

Verontreinigende stof Eenheid BEBR_Socle_Sokkel_1 BEBR_Socle_Sokkel_2 BEBR_Landenien_Landeniaan_3 BEBR_Ypresien_Ieperiaan_4 BEBR_Bruxellien_Bruxeliaan_5 Nitriet mg/l NO2 0.5 0.5 0.5 0.5 0.1 (Totaal) Fosfor mg/l P 2.185 2.185 2.185 2.185 0.2

Stroomgebiedbeheersplan

Tot slot heeft richtlijn 2014/80 de voorwaarden toegelicht en aangevuld die de lidstaten moeten nakomen bij het verstrekken van informatie over de verontreinigende stoffen en de indicatoren daarvan waarvoor er drempelwaarden bepaald zijn. In de praktijk moeten zij in hun stroomgebiedbeheersplan informatie verschaffen over de wijze waarop de procedure voor het bepalen van de drempelwaarden toegepast werd.

Zo moet het beheersplan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzonderheid de volgende gegevens bevatten:

gegevens over elk van de grondwaterlichamen of groepen grondwaterlichamen die als gevaarlopend aangemerkt zijn, met inbegrip van:de omvang van de grondwaterlichamen;elke verontreinigende stof of indicator van verontreiniging die typisch is voor grondwaterlichamen die als gevaarlopend aangemerkt worden;de milieukwaliteitsdoelstellingen waarop het risico betrekking heeft, zoals het werkelijke of mogelijke rechtmatige gebruik of de rechtmatige functies van het grondwaterlichaam en de relatie tussen de grondwaterlichamen en de bijbehorende oppervlaktewateren en daarvan rechtstreeks afhankelijke terrestrische ecosystemen;in het geval van natuurlijk voorkomende stoffen, de natuurlijke achtergrondniveaus daarvan in de grondwaterlichamen;informatie over de overschrijdingen indien de drempelwaarden overschreden worden;

de drempelwaarden die hetzij op gewestelijk niveau, hetzij op het deel van het internationaal stroomgebieddistrict binnen hetwelk het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt, hetzij voor een specifiek grondwaterlichaam van toepassing zijn;

het verband tussen de drempelwaarden en elk van de volgende gegevens:in het geval van natuurlijk voorkomende stoffen, de achtergrondniveaus;de bijbehorende oppervlaktewateren en de daarvan rechtstreeks afhankelijke terrestrische ecosystemen;de milieukwaliteitsdoelstellingen en andere geldende waterbeschermingsnormen op nationaal, internationaal of EU-niveau;alle relevante informatie betreffende toxicologische en ecotoxicologische kenmerken, de persistentie en het vermogen tot bioaccumulatie en de dispersie-eigenschappen van de verontreinigende stoffen;

de methodologie voor het bepalen van de achtergrondniveaus op basis van de voornoemde beginselen;

de redenen waarom er geen drempelwaarden vastgesteld zijn voor de verontreinigende stoffen en indicatoren; en

de belangrijkste onderdelen van de beoordeling van de chemische toestand van het grondwater, met inbegrip van het niveau, de methode en de aggregatieperiode van de monitoringsresultaten, de omschrijving van de aanvaardbare mate van overschrijding en de methode voor de berekening ervan.

Indien een van die gegevens niet in het stroomgebiedbeheersplan voorkomt, moet de reden daarvoor in het plan vermeld worden.

Inwerkingtreding

De omzetting van richtlijn 2014/80 in het Brussels recht treedt in werking op 18 juli 2016, dat is tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 mei 2016 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 juni 2010 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand, BS 8 juli 2016.

Zie ook:
- Richtlijn 2014/80/UE van de Commissie van 20 juni 2014 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand, PB L 182 van 21 juni 2014.
- Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 juni 2010 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand, BS 17 juni 2010.