Wet Politioneel Informatiebeheer nagenoeg intact na toets Grondwettelijk Hof

De Wet op het Politioneel Informatiebeheer ? dat is de wet die voor meer transparantie zorgt in de verwerking van politionele informatie - is overeind gebleven na toetsing door het Grondwettelijk Hof. Of toch zo goed als. Alleen de bepalingen over de samenstelling van het Controleorgaan Politionele Informatie werden naar de prullenbak verwezen.

De wet zegt immers niet uit hoeveel leden dat orgaan moet bestaan en wat de verhouding is tussen de 'leden van de politie' en de 'experts'. Volgens het Hof bestaat daardoor het risico op een onevenwichtige samenstelling. Maar het Hof stelt zich soepel op en geeft de wetgever de nodige tijd om de ongrondwettigheid recht te zetten. In de tussentijd 'blijven de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde bepaling gehandhaafd'. Concreet tot de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen. Al legt het Hof wel een deadline op: 31 december 2017.

Bindend advies Controleorgaan

Voor het overige blijft de wet van 18 maart 2014 dus intact. Al is dat hier en daar onder voorbehoud van een aantal interpretaties. Onder meer met betrekking tot de adviezen van het Controleorgaan op de politionele Informatie. Het is immers niet duidelijk wanneer dat advies bindend is of niet. Het Hof stelt daarom uitdrukkelijk dat het advies moet worden beschouwd als bindend voor de overheden die bevoegd zijn om persoonsgegevens uit de politionele databanken mee te delen aan Belgische openbare overheden, publieke organen of instellingen of instellingen van openbaar nut (in het kader van artikel 44/11/9, § 2, van de Wet op het politieambt).

Verwerking en verwijdering gegevens

Het Hof legt de politiediensten ook een aantal verplichtingen op. Vooral wat betreft de aanpassing en verwijdering van persoonsgegevens uit politionele databanken. De Wet op het Politionele Informatiebeheer is volgens het Hof onvoldoende duidelijk op dat gebied. Het Hof wil bijvoorbeeld dat de gegevens die verwerkt zijn in de ANG onmiddellijk worden gewist wanneer ze niet meer nuttig zijn of na het verstrijken van de wettelijke termijnen in artikel 44/9 van de Wet op het Politieambt. Het uitwissen van persoonsgegevens en informatie is de regel. Volgens het Hof kan dus slechts in uitzonderlijke gevallen ('ingegeven door de doelstellingen die met de Archiefwet worden nagestreefd) worden overgegaan tot het overzenden van informatie aan het Rijksarchief. Hierover kunnen akkoorden worden gesloten. Eens de informatie is overgezonden naar het Rijksarchief, kunnen de persoonsgegevens niet langer worden beschouwd als gegevens waarvan de waarvan de verwerking noodzakelijk is voor doeleinden van gerechtelijke of bestuurlijke politie. Voor de verwerking in het Rijksarchief moeten dus de regels van de Archiefwet en de Privacywet worden nageleefd.

Minderjarigen

Het Hof ziet tot slot geen graten in de opname van info over minderjarigen. Maar bij de verwerking van gegevens van minderjarigen moet bijzondere aandacht worden besteed aan 'de jeugdige leeftijd van de betrokkenen en aan de impact van een verwerking van hun persoonsgegevens op hun herintegratie in de samenleving'.

Bron: GwH 14 juli 2016, nr. 108/2016.

Zie ook
Wet van 18 maart 2014 betreffende het politionele informatiebeheer en tot wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het Wetboek van strafvordering, BS 28 maart 2014. (?Wet op het Politioneel Informatiebeheer?).